Onverwachte drukte.


Als de deurbel blijft rinkelen, kom ik bij positieven. Ik kijk naar de klok en schrik me rot. Het is al half acht! Wie belt nou aan om deze tijd! De wekkerradio had ik de avond ervoor niet ingesteld. Ondanks dat ik op tijd in bed lag, heb ik weinig geslapen. Op de eerste plaats had ik mij ergens druk om gemaakt en op de tweede plaats voel ik mij niet zo lekker. Nog altijd hoor ik de deurbel. “Ja ja, ik kom al!!” zeg ik luid en geïrriteerd. Versuft doe ik de voordeur van het slot en open deze. Het is de buurvrouw. Ze raaskalt iets over een staking. Voor ik het weet staan drie drukke kinderen bij mij in de gang! Vanuit haar auto roept ze iets als “tot 4 uur” en weg is ze. Terwijl ik nog beduusd in mijn negligé en verward kapsel in de opening van de voordeur het nakijken heb, hebben de drie zich al op de bank genesteld.

“Eerst ga ik mij aankleden. Wat zullen wij daarna gaan doen?” vraag ik hen.
De jongste twee kijken stoïcijns naar Netflix. De oudste (midden in de puberteit) antwoord kort: “We? Als in... jij en wij? Niks. Geef maar wat te drinken.”
“Jongedame. Ik zou het op prijs stellen als je mij niet tutoyeert, noch commandeert.” “Whatever.” zegt ze. Ik sta perplex. Ik word opgezadeld met andermans kinderen en de oudste is nog brutaal ook.
Een ongemakkelijke stilte volgt. Om het ijs wat te breken vraag ik of ze al hebben ontbeten.
Dan bedenk ik me dat zoon kennelijk nog in bed ligt. Althans daar ga ik vanuit. Meestal wek ik hem en dat was er nu bij ingeschoten! Als ik aan de trap wil roepen of hij al is ontwaakt, komt hij me aangekleed tegemoet.

“Goedemorgen lieve mam, ik werd wakker van de deurbel. Wie was dat?” Terwijl hij de woonkamer inloopt ziet hij het antwoord op zijn vraag. “Wat doen zij hier?” “Goede vraag, dat weet ik eigenlijk ook niet helemaal.” “Staking!” zei het trio. “Oeps! Klopt ja. Dat was ik vergeten te zeggen. Ik heb ook vrij vandaag.” Het vermoeden dat bloggen er vandaag (weer) niet van gaat komen spreek ik niet hardop uit. Mijn kind gaat natuurlijk altijd voor. Die van anderen is een tweede. “Wie heeft er zin in een broodje gezond?” “Ik!” hoor ik in vier tonen.

 

Na het ontbijt blijken de gasten wat fitter. “Dat was heel lekker, mevrouw!” zei de jongste. “Mam, ik ga werken aan mijn YouTube-kanaal.” zei zoon. “Heb jij ook een YouTube-kanaal? Gaaf! Mag ik meekijken?” zegt de oudste van het gezelschap. “Natuurlijk!” “Ja en wij dan?” protesteerden broer en zus van de jongedame. Gezellig als mijn zoon is zegt hij: “Komen jullie ook gerust mee”.

Een half uur kan ik ongestoord mijn gang gaan. Buuf’s zoon komt naar beneden. “Mevrouw, waar is de wc?” Ik antwoord: “Op de gang. Bij de voordeur.” Als hij terug is in de kamer zegt hij: “Ik vind er niks aan boven. Wilt u een spelletje met mij doen?” “Nou vooruit. Zoek in die kast maar iets uit.” De keuze valt op ‘Rummicub’. Tijdens het vierde potje hoorden we ineens kabaal. Ik ren naar boven, open de kamerdeur waar de kinderen zich bevinden en het lijkt erop dat zoon’s bed kapot is.

“Het is natuurlijk niet de bedoeling dat hier spullen worden vernield. Daar zijn jullie toch oud en wijs genoeg voor neem ik aan.” Gelukkig bleken alleen een aantal latten van de lattenbodem te zijn losgeraakt. Ik stop ze terug en het bed is weer als vanouds. “Dus. Niet meer springen. Het is geen trampoline. Die staat buiten.” “Zeg dat dan meteen!” en weg waren ze. Zoon ging rustig verder met zijn bezigheden op internet. “Wat zijn die druk, mam!” “Ze kunnen nu hun energie kwijt op dat ding. Straks zijn ze misschien wat rustiger. Hoop ik. Het is pas half 11 en dus nog lang geen 4 uur!”
“Blijven ze zó lang?!” Ik zucht: “Zeg dat. Zó lang.”

Als lunch maak ik soep. “Wie dan nog trek heeft, smeert zich maar een boterham. Het is hier immers geen restaurant.” denk ik bij mezelf.
“Is er ook chips?” vraagt de oudste. “Nee, wel fruit.” “Gatver!” Ik kijk haar aan. “Ja wat? Dat lust ik niet!” “Deze mandarijnen zijn echt héél lekker!” zegt zoon. Dan wil ze wel proeven. “Oh ja, heerlijk!” Alle tien de mandarijnen die op de fruitschaal lagen, werden door de kinderen opgegeten. Als ik vertel over mijn schooltijd breekt dat het ijs. Wat hebben we gelachen. De middag vliegt sneller om dan de ochtend. Even voor vier ging weer de deurbel. Buuf: “Hai! Daar heb je geen kind aan gehad, toch? Ze mogen wat mij betreft gerust nog even blijven. Dan kan ik even bloggen.”

 

Bovenstaand verzonnen #verhaal schreef ik n.a.v. de decemberuitdaging in de Facebookgroep #schrijvelarij en bevat exact 800 woorden.

De header, die mij aan een voordeur doet denken, is gemaakt door Domz, waarvoor dank.