Wacht maar, om half 4


Dat zinnetje. Die woorden: “Wacht maar, om half 4”.
Ze weergalmden in mijn hoofd als ze wéér tegen me gezegd werden.
Hoe zou ik na school veilig naar huis kunnen gaan.
Zou ik een andere route nemen?
Zou ik als eerste of juist als laatste het gebouw verlaten?
Zou ik de leerkracht vertellen dat ik werd bedreigd? Nee, want dat werd me nog uitdrukkelijk verboden.

Zo ook die ene keer.
Ik zette het op een hollen richting huis. Toch wist één trut (ja dat was ze echt) mij op de een of andere manier te traceren.
Ineens stond ze voor me, in het paadje vlakbij school.
Ontwijken kon ik haar niet.
Voor ik het wist stond ze met een vuist op me in te beuken.
Hoe harder ik ging huilen, hoe meer lol ze had.
Ineens kreeg ik de kans om weg te rennen. Wat ik natuurlijk meteen deed. In angst kun je heel hard rennen, geloof me dat maar.

Maar een andere keer kwam ik bij een pleintje, waar zij kennelijk vlakbij woonde. Wist ik niet. Had ik het maar geweten.
Op dat pleintje keken enkele kinderen toe hoe zij me weer te grazen nam. Volgens mij was iedereen bang voor haar. Niemand greep in. Niemand zei iets.
Opeens vloog mijn bril van mijn gezicht. Door een klap van haar. De bril kwam in een put terecht.
Het gekke was dat ik dát op dat moment nog het ergste vond. Want konden mijn ouders destijds de reparatie wel betalen? Ik had geen idee... Paniek sloeg toe.
Zij kwam intussen niet meer bij van het lachen. Dat ik die bril probeerde te vinden. Maar hoe ik ook in dat putje graaide, mijn hand kwam er telkens leeg uit.
Uiteindelijk droop zei af en liet me achter. Een ander kindje snelde toe en kreeg de bril gelukkig te pakken. Inderdaad toe aan reparatie.

Eenmaal thuis vertelde ik mijn ouders dat 'zij' me weer 'in elkaar geslagen had' en dat mijn bril in dat putje was beland.
M'n moeder ging voor de zoveelste keer met haar moeder praten. Doch zonder succes.
Op school konden ze er niets mee omdat het buiten schooltijd was gebeurd. Toch werd er tegen haar gezegd dat ze me met rust moest laten. Je raad het al, dat deed ze niet. Ik weet niet meer hoe vaak ze me te pakken had. Maar ik was echt doodsbang voor haar.

Onlangs zag ik via social media een foto van haar met haar dochter. Dat deed me wel wat.
Niet dat ik nu nog bang voor haar zou zijn, absoluut niet. Niemand van destijds zou verwachten dat ik nu ben wie ik nu ben. Vergeleken met toen.

Dit artikel staat ook in het overzicht met mijn blogs over pesten


Bron kopfoto: Pixabay