Maurice Godefridi

Lid sinds: 03-02-2016

#artisjok
06Nov2019
Artisjok, voedsel en medicijn
Maurice Godefridi

De #artisjok (Cynara scolymus L.) behoort tot de familie van de Asteraceae (Composietenfamilie), Het is een nogal uitgebreide familie waartoe ook bijvoorbeeld de distel, aster, zonnebloem en kamille behoren. Het is een distelachtige tot twee meter hoge plant. De plant draagt violetbloeiende bloemen. Terwijl voor consumptie de bloembodem en de vlezige kelkbedekkende bladeren als groente en salade worden toegepast, zijn voor therapeutische doeleinden de jonge bladeren interessant.Al in de 4de eeuw voor Christus werd de artisjok als geneesmiddel verspreid. In de middeleeuwen werd hij als "gezondheidsplant" met de lever in verband gebracht. Wetenschappelijke publicaties over artisjokblad zijn verschenen sinds het begin van de 20ste eeuw. Van artisjok is sinds 1933 bekend dat het het #serumcholesterol beïnvloedt. De Duitse Kommission E heeft in 1988 in haar monografieën opgenomen dat artisjokextract verlichting kan geven bij maagdarmstoornissen.Artisjokbladextract en inhoudsstoffenDe bladeren van de artisjok bevatten een aantal polyfenolische inhoudsstoffen zoals flavonoïden en kaweol. Mogelijk het belengrijkste werkzame bestandeel is het in 1934 geïsoleerde en in 1954chemisch nader onderzochte cynarine, dat tenslotte als 1,5-di-koffiezuur geïdentificeerd werd. Cynarine alleen, noch het verse product zelf bereiken de werkingssterkte van het volledig extract.Tot de inhoudsstoffen behoren verder chlorogeenzuur, luteoline en de glycosiden scolymoside en cynaroside.Choleretische werkingDe bekendste effecten van artisjokextract zijn het remmen van winderigheid, remming van braakneigingen en het opheffen van kramp. Ze zijn het gevolg van de sterke galuitscheiding bevorderende werking, die in een aantal klinische dubbelblinde studies werd bevestigd. Daarmee isde traditionele toepassing van artisjok ter stimulering van een slechte spijsvertering rationeel onderbouwd. Het choleretisch effect zorgt mogelijk ook voor daling van serumcholesterol, de gal is immers de hoofdweg voor uitscheiding van cholesterol.De laatste twintig jaar lieten verschillende studies zien dat artisjokblad een gunstig effect heeft op de waarden van de serumtriglyceriden en -cholesterolgehaltes. Niet alleen in dierexperimenteel onderzoek, maar ook in klinische studies zijn er dalingen van serumtriglyceriden en-cholesterolgehaltes vastgesteld. Wegener vond in een 6-weekse studie met een dagdosis van 1920 mg een daling van het totaal serumcholesterol van ca. 14,5% . In een studie van Fintelmann hebben patiënten met spijsverteringsstoornissen (zoals opgeblazen gevoel, winderigheid, gestoorde vetstofwisseling) een dosering van driemaal per dag één tot twee capsules gedurende een periode van 6 weken ingenomen. Dat zorgde voor een vermindering van serumcholesterol met 11,5 % en een daling van serumtriglyceriden met 12,5 % . Na zes maanden behandeling was de daling van serumcholesterol en serumtriglyceriden respectievelijk 10,9 en 11 %. De goede HDL- cholesterolwaarden stegen met 6,3 %. Het artisjokextract remt ook de natuurlijke aanmaak van cholesterol in de levercellen, wat in 1995 door in vitro onderzoek aangetoond werd door Gebhart.Antioxidatieve effectenAntioxidatieve werking van artisjokextract worden al langer vermoed. Experimenten met testsystemen bevestigden deze hypothese. Gebhart onderzocht experimenteel of Artisjokextract de vorming van malon-dialdehyde (MDA) in gekweekte levercellen, voorkomt. Binnen 40 minuten na incubatie met artisjokextract werd een concentratie-afhankelijke remming van MDA-vorming. De anti-oxidantactiviteit van het extract was aanzienlijk. Corresponderend met de resultaten die in levercellen geboekt zijn liet artisjok ook anti-oxidatieve eigenschappen zien in andere testsystemen zoals in humane bloedcellen en op LDL-cholesterol.Naast een verhoogd cholesterolgehalte geldt vandaag de dag geoxideerd LDL als een belangrijkerisicofactor voor het ontstaan van  atherosclerose. Dat artisjokextract het ontstaan van oxidatie van LDL voorkomt is aangetoond in een studie van Brown en Rice-Evans, waarbij geïsoleerd LDL in vitro is bestudeerd met diverse artisjokextract-concentraties. De concentratie-afhankelijke remmingvan LDL oxidatie in vitro werd ook gemeld door Kraft.DoseringToediening vond bij de meeste studies plaats in de vorm van capsules met 320 mg gedroogd extract (simplex : extract ratio = 4-6:1) bij een dagdosis van driemaal daags één of twee capsules. Dit komt overeen met de in Duitsland aanbevolen dosering van ongeveer 14 gram vers blad.

#bergen
22Oct2019
Bergtocht: Chianale - Col Rastel - Chianale
Maurice Godefridi

Chianale, het eerste dorp op Italiaans grondgebied na de Col Agnel, onze verblijf- en startplaats voor 7 dagen wandelen in de bergen. De eerste dag willen we meestal rustig beginnen, maar wat is rustig beginnen in een berglandschap met drieduizenders.We dalen vanuit Chianale rustig af aan de rand van het hellingbos richting Maddalena. Een mooie afwisselende plantengroei nu in Juni, zonder meer de mooiste tijd om de bergweilanden te bewonderen. Geel van de Grote ratelaar, beginnend blauw van de Bergkorenbloem,.... en dan verder langs de bosrand een andere biotoop en dus ook andere stevige vaste planten, zoals Akeleiruit, Alpenakelei, Martagonlelie en zelfs de zeldzame Oranjelelie, planten die ook in een klassieke sierborder mooi zouden staan.We kunnen nu, op dit licht dalend pad, rustig natuur en planten bewonderen, maar net voor Maddalena moeten we rechts op richting col en dan is het klimmen geblazen en daar komen we natuurlijk ook voor. Met je lichaam in het landschap, op het ritme van de natuur. We komen nu ook alleen nog maar geiten en hun herder tegen. Het is een mooie beklimming, steile stukken worden goed afgewisseld met vlakkere gedeelten, open zonnige stukken met schaduwrijke hellingbossen. De bergbeken staan nu natuurlijk goed gevuld met water, mooi om te zien, maar moeilijker om er over te geraken. Maar het lukt net allemaal en dat maakt het extra interessant.Col de Rastel 2372 meterWe volgen hier ook het GR-pad, dat ook over de col de Rastel moet gaan, alleen is er blijkbaar nog een ander GR die naar de Colle del Lupo gaat en mede door de slechte bewegwijzering zijn we even het verkeerde pad aan het volgen. Ik ga terug om de splitsing te zoeken, maar die is niet te vinden, geen aanduiding en de vele padsporen vooral van koeien en geiten maken het moeilijk om de klim naar colle del Rastel te vinden. Uiteindelijk kan de herder himself ons op het goede spoor zetten. Ons inspanningen worden niet alleen beloond met een indrukwekken wit uitzicht maar ook met enkele kleine genoegens voor een herborist. Net voor de col een eerste kennismaking in levende lijve met de Wilde tulp en de Gele gagea. Op de kam zelf kijken we terug op het massief van Col Agnel met de Tête des Toillies en Le Pain de Sucre. Voor onze voeten is het een wat bevreemdende mengeling van klassieke lage rotsplantjes zoals nu, geel bloeiende ganzerik maar ook met stikstofrijke begroeiing van Brave Hendrik en zelfs van Brandnetel. Op deze hoogte is dat de eerste keer dat ik brandnetel vind, waarschijnlijk komen de wildste koeien hier af en toe ook eens van het uitzicht genieten en... hun behoeftes doen.De zin van bergwandelenFilosofische overdenkingen willen nogal eens opborrelen zo boven op een col. Waarom willen wij dit soort inspanningen leveren? Waarom genieten we van dit soort 'zinloze' ondernemingen? Een col is een mooi doel, een eindpunt met eindeloos uitzicht en andere mogelijkheden, de afdaling. Is dat inzicht?Dus dalen, een totaal andere, een tegengestelde beweging. Afwisseling, ook dat verlangt de menselijke geest en het menselijk lichaam. Afdalen is ook je lichaam laten denken. Je overgeven aan de wijsheid van je beenspieren. Daar gaan we dan, deze keer rustig, een afdaling niet direct naar beneden maar meegolvend met de bergflanken, bergbeekjes gevuld met sneeuwwater kruisen, af en toe in de vlucht een handvol water scheppen om mond en lippen te bevochtigen. Even-wicht!Wilde tulpen en vanilleorchisWe wandelen op hoogte met recht van ons in de diepte de Varaitavallei, de Italiaanse weg naar Col Agnel. Wij kruisen Combal del Brous en Combal del Rastel, en ja, in de schaduw van die beekkloofjes moeten we niet alleen water maar ook nog wel eens een sneeuwveld traverseren. een voorproefje voor wat ons de volgende dagen te wachten staat. Winter en zomer liggen in de bergen dicht bij mekaar. Zo vinden we bij Grange Martinat in een Alpenweiland een heel veldje met wilde tulpen en ook verschillende vanilleorchissen. We snuffelen met onze neus over de grond om de zoete geuren op te snuiven. Eens wat anders dan mensenzweet.Na dit zoet intermezzo begint de de echte zigzag-afdaling naar Chianale, eerst nog langs een meertje in de open Alpenweilanden en dan duiken we de boomgrens in. Een mooie afdaling onder de bescherming van oude lorkenbomen, de meest opvallende boom hier in de berghellingen. Chianale wordt pas zichtbaar als we helemaal beneden het bos uit komen. Nog ongeveer 1000 meter op een breed grindpad, langs de overvloedige bloeiende weilanden, de oude hoofdstraat van Chianale door en dan zijn we weer bij ons gezellig verblijf Laghi Blu en onze sympathieke gastvrouw Cristina.

#bergen
21Oct2019
Herinnering . Tien augustus 2003
Maurice Godefridi

10 augustus 2003Italiaanse Alpen. Het is twee jaar geleden, dat ik hier nog was, op de Pian della Nivoletta in mijn Gran Paradiso, nu maandagavond, hier voor de eerste maal alleen, geen begeleider van mensen, maar toch met veel mensen, dagjesmensen om mij heen, baders en zonnebaders in mijn 'Lago'. Een vorm van heiligschennis. Een troost is dat ze vanavond terug afzakken naar hun Italiaanse huizen. In de schemering verzamel ik een zak vol zaden, drink mijn 'laatste' cappuccino in de wat gore bar van de refugio. Het cappuccino-ritueel: een bodempje straffe koffie, heel veel opgeschuimde warme melk, die door het barmeisje afgeklopt wordt en dan al draaiend op de koffie wordt gegoten. Vroeger werd er door de moeder van het meisje ook nog een snuifje cacaopoeder over het melkschuim gestrooid, maar de moeder is er niet meer, gestorven of gewoon even weg? Ik weet het niet en wil het ook niet weten. Het meisje vervolgt het ritueel, overhandigt mij onverschillig het kopje. Hoe kan zij ook weten dat dit voor mij meer is dan cappuccino. Ik neem het schuimend kopje aan, betaal 1.50 en om het ritueel vol te maken, strooi ik nog wat witte suiker over de bruine cacao. En dan rustig slok voor slok opdrinken. Dit is niet alleen aards maar ook hemels genot. Dit is niet alleen geluk maar ook verdriet.11 augustus 2003En nu actie! Op zoek naar de Rozenwortel in mijn Italiaanse Alpen. Om 7 uur sta ik bij de bergboerderij tussen het meer van Serru en Agnel. Vijf honden van allerlei allooi komen, de enen blaffend de anderen loerend op mij af. De boer zit in de bijna donkere stal zijn koeien te melken. Ik vraag en gebaar, of ik mijn auto 3 dagen bij de boerderij mag parkeren. Na enige verwarring, twijfel wijst de man mij een plaatsje aan. En dan op weg naar het Rhodiolaplekje van 2 jaar geleden. Een half uur later, plek in zicht, de Rozenwortels zijn er nog steeds. Meer dan ik me had voorgesteld. Een helling vol! De meeste planten zijn moeilijk bereikbaar, maar vlak bij het pad in het losse gesteente zijn er enkelen los getrapt, die kan ik met een gerust geweten mee nemen. Restjes Rozenwortel drie dagen als geurig amulet in mijn rugzak. Nu kan mij niets meer overkomen!Over rozenwortelOnze Europese ginseng, Rhodiola rosea, groeit vooral in de koudere Noordelijke landen, Scandinavië en Rusland en in berggebieden boven 2000m, ook in de Italiaanse Alpen, Gran Paradiso en de Franse Vanoise..Hij is zeker niet inheems in België maar is hier wel te kweken.Zijn geliefde groeiplaatsen zijn rotsranden, morenen en gestabiliseerde puinhellingen zowel op zure als op kalkrijke vrij vochtige, zanderige grond tot 3000 m hoogte.Onderzoeken over de hele wereld met allerlei sportmensen hebben de waarde van Rhodiola als adaptogeen aangetoond, het verbetert het uithoudingsvermogen en versnelt het lichamelijk herstel. Een toename van het lichaamsgewicht, een verbetering van de spier/vet verhouding, een stijging van het hemoglobinegehalte en een verhoging van het eiwitgehalte zijn ook aangetoond.Hypoxie is een toestand waarbij er sprake is van een verlaagde hoeveelheid zuurstof in het bloed. Deze toestand komt voor bij sporters, maar ook bij mensen die op grote hoogte wonen of werken. Onderzoek door Zhang et al (1989) heeft aangetoond dat Rhodiola schade door gebrek aan zuurstof voorkomt en de hart- en longfuncties, bij mensen die op grote hoogte leven kan verbeteren.https://mens-en-gezondheid.infonu.nl/leven/31396-rozenwortel-de-europese-ginseng.html

#heimwee
19Oct2019
Lang geleden. Over mijn moeder en de ballote.
Maurice Godefridi

Glanzend herfstweer! Op weg naar Goetsenhoven waar mijn moeder is opgenomen in een rust- en verzorgingshotel, zoals ze dat daar noemen. Door de prachtig gerestaureerde ingangspoort van een klassieke vierkantshoeve, naar de mooie binnenkoer zònder mesthoop, door de automatisch openende glazen deur de lange gang door, kamer 128 binnen. Mijn moeder in een morfineslaap en toch nog pijn. En ik, zoon en herboristje, kan alleen maar een moederhand vasthouden. Hulpeloos, loos van hulp.Lang mag ik niet blijven, de verzorgers moeten hun werk doen. Ik wandel door de straten van Goetsenhoven, wandel door mijn ver verleden. Het lage winterlicht in de holle weg vergezelt mij over hobbelige kasseien, langs vervallen vierkantsboerderijen en lelijk opgeknapte oude huisjes met plastic ramen. En uit het verre golvend landschap komt het geluid van snelwegwagens overgewaaid.Troostplanten in een heimweelandschapIk voel mij verdrietig thuis in dit verleden land, nu moet ik alleen nog de troostplanten Stinkende Ballote, Hondsdraf en Glaskruid zien, ruiken en voelen om mijn heimwee vol te maken. Stinkende Ballote is een lipbloemige plant die voor de verandering nu eens niet aangenaam ruikt. Volgens de oude literatuur en ook wel volgens mij zou hij naar roet moeten ruiken. Maar wie weet nog hoe roet ruikt, en zou de goeie ouwe roetgeur van vroeger nog dezelfde zijn als die vanvandaag. Vele min of meer muffe geuren worden ten andere onder gewaardeerd, 'het stinkt' zeggen de mensen. Terwijl dat dikwijls juist geuren zijn die ons tot rust kunnen brengen. Warme geur van gevoel. Onze beste kalmerende planten danken hun sedatieve werking aan hun zoet-muffe geur, denk maar aan Valeriaan, Hop, Passiflora en zelfs Sintjanskruid en Lavendel kunnen in die categorie geplaatst worden. Geurstoffen zijn juist bijzonder geschikt om hersenen en zenuwstelsel te stimuleren of te kalmeren.Over de stinkende ballote, ook een plantDe Stinkende Ballote is de laatste jaren opnieuw in gebruik geraakt als sedatieve plant. De spasmolytische werking was echter al veel langer bekend. Dr. Leclerc beschrijft resultaten bij kinkhoestspasmen, menopauzale zenuwachtigheid en angstfobieën. En in een ver verleden werd de 'Marrube noir' door Jean Ray geadviseerd bij hysterie en hypochondrie, toch zoiets als depressie zou ik zeggen. Ook Dr. Valnet geeft als hoofdindicaties: angsten, neurasthenie, ontregeling van het vegetatieve zenuwstelsel met een te sterk werkende sympathicus. Vandebussche in zijn 'Gebruik van farmaceutische en volkse geneeskruiden' vindt de Stinkende andoorn of Zwarte malruwe 'een doeltreffend zenuwversterkend middel dat te veel in vergetelheid is geraakt'. Hij schrijft dit toe 'aan de walgelijke geur die het verspreidt'. En misschien heeft hij daar wel gelijk in. Geurproblemen bij inname kunnen we echter met de moderne extractiemethodes oplossen en dus kunnen we ook de Stinkende Ballote opnieuw als medicijn gaan gebruiken. Vooral  voor mensen die angstig zijn en daarbij ook last hebben van oorsuizingen is de Stinkende Ballote, liefst als extract in te nemen, een goede keuze.Ondertussen is uit wetenschappelijk onderzoek ook gebleken dat de plant stoffen bevat oa phenylpropanoïden, die sedatieve, anti-oxidante en bloedsuikerverlagende werking hebben. Weer bijna te veel om waar te zijn, maar genoeg aanwijzingen om deze curieuze ballote met andere ogen te bekijken en verder te onderzoeken. En ik, zal bij het ontmoeten van de Ballota in een of andere holle weg ook altijd aan mijn moeder moeten denken.Over de naam Stinkende balloteDodoens: Andoren (stinckende, swerte), Andoren wijfken, Andorn (schwarz), Andorn weiblin, Ballote, Malruevie (stinckende), Malruevie (swerte), Marrube noir, Marrubiastrum, Marrubin noir, Marrubin puant, Marrubium nigrum, Prassium foetidum Het merkwaardige woord ‘Ballote’ is afgeleid van de Latijnse plantennaam ‘Ballota’, dat zelf weer zijn wortels heeft in het Griekse Ballotè, een woord dat al door Dioskorides werd gebruikt, maar waarvan de betekenis eigenlijk nog steeds onbekend is, al wordt het vaak met ‘ballo’, wegwerpen, in verband gebracht. Een verwijzing naar een oude volksnaam kattenkruid  kom ik tegen bij Paque (De Vlaamsche volksnamen der Planten, 1896) – “De bladeren en bloemen, als aftreksel, worden gebruikt als prikkelend en versterkend middel en ook als wormen- en stuipenverdrijvend. De geur van deze plant is niet zonder uitwerksel op het nervensysteem der katten; haar geur trekt op die van kattepis.”

#bloemen
09Oct2019
Over bloemen in de kruidengeneeskunde
Maurice Godefridi

Zeg het met bloemen. Bloemen zijn voor de meeste mensen vooral bedoeld om naar te kijken. Voor de plant zelf is een bloem ook een manier om de aandacht te trekken, niet alleen van de mens maar vooral van vlinders, bijen en andere insecten. Bloemen moeten er voor zorgen dat er bevruchting ontstaat waardoor de plant verder kan leven. In de kruidengeneeskunde kunnen we alle delen van de plant gebruiken en dus ook de bloemen. Sommige bloemen behoren zelfs tot de top twintig van geneeskrachtige kruiden, bijvoorbeeld echte kamille, lavendel en goudsbloem. Het zijn echter niet alleen de éénjarige bloemen die gebruikt worden. Ook van struiken zoals meidoorn en zwarte vlier zijn het vooral de bloemen of bloesems die geneeskrachtig zijn. Ook zij behoren tot de top van onze geneeskruiden. Bloemen zijn vooral geschikt om als thee te gebruiken. Meestal lossen de werkzame stoffen gemakkelijk op in warm water en verder smaken bloementhees meestal aangenaam. Alleen het plukken van bloemen is nogal delicaat. Ze verkleuren gemakkelijk en moeten mooi uitgespreid en snel zonder veel warmte gedroogd worden. In de herboristenboeken spreekt men van Calendula flos of flos sine calycibus: de gehele bloem, de hele bovengrondse bloeiende plant maar vooral de bloemblaadjes van Calendula officinalis L. en variëteiten. Beschrijving: geel, geel-oranje bloemblaadjes, iets glanzend, naar lichtgeel verkleurend. Het sterk gekromde zaad mag weinig of niet aanwezig zijn. Vooral te gebruiken voor de huid.Of over lavendel, Lavandulae flos: de bloemen (bloemhoofdjes) van Lavandula officinalis CHAIX. In de zomer kunnen de net geopende bloemhoofdjes in kleine bosjes gedroogd worden. Beschrijving: buisvormige, blauwe, 5-tandige bloemkelkblaadjes met en ook veel zonder kroonblaadjes (deze vallen tijdens drogen en bewaren uit de kelkblaadjes). Vooral rustgevend.Of over Chamomillae flos / Matricariae flos DAB 9 / F. Helv. VII: de bloemhoofdjes van Matricaria recutita L., ook van gecultiveerde rassen met grotere bloemhoofdjes, worden bij het begin van de bloei, geplukt met een speciale kam. Beschrijving: witte lintvormige straalbloemen en gele buisvormige schijfbloemen, op een kegelvormige holle bloembodem zonder stroschubben, zonder vruchtpluis. Vooral krampwerend en verzachtend op slijmvliezen, Zeer goed bij maagpijn, maagzweer.De vlierbloesem wordt vermeld als Sambuci flos: de bloemen (schermen) van Sambucus nigra L. geplukt tijdens het begin van de bloeitijd, zonder de stengels. Oogst: mei, juni. Voorzichtig plukken zonder kneuzen om bruinverkleuring te voorkomen. Drogen: zo snel mogelijk bij temperatuur tot maximum 30 C. Droog en buiten invloed van het licht bewaren (maximum 3 jaar, liefst niet ouder dan 1 jaar). Te gebruiken bij griep, verkoudheid.Bloemen zijn de zachte therapie uit de kruidengeneeskunde, niet alleen bedoeld om op te eten maar ook om als boeket aan vriend of vijand te geven en zo een emotionele, sociale en spirituele fytotherapie te beoefenen.

#wandelen
28Sep2019
Winterwandelen in Weris
Maurice Godefridi

Winterwandeling in Wéris, hét dorp van de magische stenen; menhirs, duivelsbed en dolmens zijn hier kwistig rondgestrooid. Geen echte kruidenwandeling zo midden in de winter maar toch mondjesmaat plantenresten gezien. Wonderlijk voor mij, is al het feit, dat heidense mensen mekaar zomaar vinden, aan een Romaanse kerk in de donkere Ardennen. We komen hier gelukkig niet alleen voor winterse plantenresten, maar toch kunnen we het niet laten. Het is ook mooi om te mogen fantaseren over planten die er nauwelijks zijn en over stenen die 'meer' zouden zijn.Knollen tegen aambeienWe starten stevig, even in de helling warm lopen. Maar we stoppen al snel bij de onooglijke zaaddozen van het Knopig helmkruid, toch herkenbaar voor sommige herboristen in spé en dus voor mij een hoopvol teken. Helmkruid is vooral in de volksgeneeskunde nog populair, de wortelknollen worden tegen het speen gebruikt. Vandaar ook de verwarring met het echte speenkruid. Ook de resten van die plant, de witte wortelknolletjes ontdek ik iets verder aan de rand van een drassig paadje. Deze vlezige dingetjes zorgen er voor dat zeer vroeg, volgend voorjaar de glimmende blaadjes en gele bloempjes zich snel kunnen ontwikkelen. De wortelknollen van deze 2 planten worden in melk getrokken, zowel inwendig als uitwendig gebruikt tegen aambeien.Naar de menhirgroeveWe wandelen nu het hellingbos in. Overal vinden we jonge, glimmende hulstblaadjes als onderbegroeiing in het bos. Later zouden we zelfs forse struiken vol met rode bessen zien, een echte plant van het seizoen. We naderen de menhirgroeve, overal liggen kriskras door mekaar de magische menhirstenen. Waarom zijn ze nooit geplaatst geweest? Of zijn die stenen net naar hier gebracht, zoals sommige beweren? We klimmen over de steenchaos naar de eigenlijke groeve. Toch wel een bijzonder plekje maar je kan er beter in alle rust alleen zijn. Langs de uitgehakte helling klimmen we naar het plateau. We komen zo boven op de kam. Links beneden ligt Wéris, rechts beneden Fanzelle.Sintjanskruidresten, zonnekruid tegen de donkerte van de zielHier boven groeien alleen maar zuurminnende plantenwaar zoals Struikheide, Valse salie, maar ook de droge stengelresten van Sintjanskruid en Guldenroede zijn goed herkenbaar. Tot voor kort waren dit eenvoudige wilde planten, alleen maar bekend bij fanatieke natuurliefhebbers en rare herboristen, maar nu volop in het nieuws als berucht medicijnen. Berucht zeg ik wel, want vooral Sintjanskruid is nu bekend als middel tegen moderne depressies, maar wordt tezelfdertijd afgekraakt om zijn mogelijke bijwerkingen.Witte menhirWe wandelen naar de witte menhir, die als een wachter en baken uitkijkt over het heggenlandschap van Wéris en Oppagne. Een plaats van bezinning. In de verte zien we de dolmen van Oppagne en hier en daar nog een rechtopstaande menhir. Wat moeten zij ons vertellen? Of mogen wij het zelf verzinnen? Ik klim zoals gewoonlijk, een ritueel zeker, boven op de witte steen. Het goede of het slechte voorbeeld? Recht opstaand op die steen, heb ik ook altijd het gevoel dat ik als een vuurvogel weg kan vliegen. Maar altijd kruip ik als een onhandig mens terug naar de begane grond.We wandelen verder naar beneden, aan de voet van de helling vinden we het duivelsbed. Zomaar een platte steen?Veel vragen en vraagtekens, de wandeling van het niet weten.Morville, Es en Muizeoor.We naderen de eerste huizen van Morville. Langs de wegrand ontdekken we nog wat resten van kalkminnende plantenklassiekers uit de holle wegen, Walstro, Grootbloemige muur. In de heg langs het weiland zien we de mooie donkere knoppen van de Es. Ze zijn niet alleen voor ons een kleine attractie maar ook voor het boerenpaard, dat rustig de bereikbare onderste knoppen verorberd. Is hij op de hoogte van de gemmotherapie? Knoppen op glycerine en alcohol worden bij reumapijnen gebruikt. Ik kan me voorstellen dat zo een ploegtrekkende knol ook wel wat last krijgt van zijn spieren en gewrichten.We draaien nu naar rechts, het dorp door richting Wéris, een stukje verharde maar rustige weg en daarna nog een laatste veldweg met vele Muizeoortjes / Hieracium pilosella. Ook weer een plant die voeger in de diergeneeskude gebruikt werd maar nu vooral in de professionele fytotherapie bekend is om zijn diuretische werking. De muizeoortjes, ze staan er bij alsof ze nu geplukt willen worden. Maar wij wandelen verder, de bocht om, voorbij de eerste huizen van Wéris met langs de gevel nog vrolijk bloeiende Oost-Indische kers en Slaapmutsjes. Het zal hun laatste dag wel worden, want vannacht zal het stevig gaan vriezen.Maretak en magieVoor we Weris binnen wandelen ontdekken we massa’s Maretakken in de boomgaard. Natuurlijk kunnen we niet aan de verleiding weerstaan. In een boom klimmen en een mistel plukken is toch het ultieme ritueel voor een herborist. Al is het dan zonder gouden sikkel en zonder volle maan. Zo komen we, getooid met maretakjes terug aan de kerk van Wéris.Geen zomerse kruidenwandeling maar toch hebben we weer veel planten gezien en gevoeld. Ook geen magische wandeling, maar toch hebben we, ìk in elk geval, weer de echte magie, het poëtische van het gewone ervaren.Praktische infoWéris (Waals: Werisse) is een bosachtige deelgemeente van Durbuy (Arrondissement Marche-en-Famenne, Provincie Luxemburg, Waals Gewest, België). Wéris behoort bij de mooiste dorpen van Wallonië, Les Plus Beaux Villages de Wallonie.Zijn hoeves wisselen kalksteen af met vakwerk. Onze winterse kruidenwandeling vertrekt aan de mooie romaanse kerk uit de 11de eeuw. Rond de kortste dag van het jaar is de magie van kruidenresten, maretakken en natuurlijk hunebedden en menhir het sterkst aanwezig. Wandelen in de schaduw van steen Pierre Haina, Lit du Diable (bed van de duivel) en de menhirgroeve…Wellicht komt de term "haina" van het Keltische "steen van de voorouders". De traditie wilt dat, bij elke herfstequinox, de inwoners van Wéris de steen wit verven. Vandaar de naam "menhir blanc" of witte menhir.Pas-Bayard : Dit dorpje dankt zijn naam van de legende van de ridder Bayard. Vlakbij Weris, op het kruispunt van 5 wegen, ligt er een zeer grote blok Poudingue, de steensoort van de streek. Op de voorkant van deze rots staan er twee enorme sporen die er door de hoeven van het paard van ridder Bayard zouden zijn ingedrukt, toen deze naar Durbuy draafde met op zijn rug de vier zonen Aymon. Heemskinderen die op de vlucht waren voor de woede van Karel de Grote.De " dolmen van Wéris " -later de " allée couverte nord " (noordelijk ganggraaf) genoemd- was bekend rond 1850, maar de Belgische Staat kocht het monument in 1882 voor de som van 1200 BEF. Opgravingen vonden plaats vanaf 1888, maar serieuze opgravingen begonnen in het begin van de jaren tachtig met François Hubert, archeoloog van de " Service national des Fouilles "Voor meer info. Wandelingen en cursussen. kruidwis

#planten
27Aug2019
Wandelen in Weelde
Maurice Godefridi

Een vervallen, al zowat 60 jaar verlaten spoorwegemplacement, gestorte sintels, verbrokkelde perronmuren. Het klinkt allemaal niet direct aantrekkelijk, maar toch zijn oude industriële gebiedjes net zoals verlaten steengroeven boeiende natuur- en plantengebieden.Gebieden verandert door de mensen, verlaten en dan weer herovert door de natuur, zorgen voor een een grote diversiteit aan planten.Weelde StatieZo is het ook gegaan in Weelde Statie, tussen Turnhout en Baarle Hertog, de reeds 60 jaar verlaten spoorweg, was ook een overslagstation was tussen België en Nederland, wat voor een nog grotere diversiteit zorgde. In België werden sintels van hoogovens en kachels gebruikt als fundering voor het gebied, in Nederland werd meer grind gebruikt. Op het emplacement ontwikkelde zich door het gebruik van kalk-, as- en steenkoolresten een typische plantengroei.Aan de rand van het stationsgebied aan het eind van de stationsstraat heeft ook 30 jaar een herborist gewoond en een tuin gehad, waardoor de diversiteit in plantengroei nog verder werd vergroot.Resten kruidentuinWij wandelen vanuit de stationsstraat, vertrekkend bij nummer 18, en bij de summiere resten van de vroegere kruidentuin. Hier vinden we nu nog meidoorn, peterselievlier, enkele oude palmboompjes en een bloeiende en geurende rozenstruik, waar het klassieke rozenwater uit gedistilleerd werd. Achter die struiken en bomenrij, zijn de echte resten te vinden van de tuin. Nog veel agrimonie, toortssoorten, wilde marjolein maar ook het zeldzame kroonkruid. Een plant niet direct geschikt om op te eten, hij bevat net zoals vingerhoedskruid hartglycosiden, giftig maar in de juiste dosering stimulerend voor de hartspier. Achter in de 'tuin' in het nattere en voedselrijkere gedeelte woekeren, tot mijn groot genoegen, nog steeds de reuzenbereklauw, het groot hoefblad en de hop.De Kaukasische bereklauw, indrukwekkend maar ook afschrikwekkend omwille van de fotosensibiliserende, brandwondenveroorzakende werking. Dus niet aankomen zeker niet als het zonnig is. Mooi contrasterend met de bereklauw is het bijna ronde hoefblad, ik gebruik het wel eens als zonnehoed en vroeger werd er boter in verpakt, al wil ik mijn hoofd niet vergelijken met een kilo boter. De hop is voor iedereen wel bekend, hopscheuten als delicatesse en hopbellen voor de beste bieren, maar de herborist waardeert natuurlijk ook zijn sedatieve werking, de vrouwelijke bloeiwijze worden zelfs in echte slaapkussen verwerkt. En oververhitte mannen kunnen er ook mee gekalmeerd worden.Het schijf, bos en vijverMaar we moeten wel aan de wandel, we stappen even het fietspad op, richting Turnhout, op het open terrein vinden we een typische tweejarige rosetplant Reseda lutea of Wouw, ooit een beroemde kleurstofplant. We steken het fietspad over en wandelen achter het oude perron door, veel bossiger wordt het hier, berken en wilgenopslag, een paadje waar vroeger de echte treinen langs spoorden. Wij draaien links het bos in, eerst nog lage voedselrijke beplanting van wilgen, vlier en brandnetel met ook veel look zonder look. Eetbaar in sla, met een vleugje lookgeur. Dan een iets hoger gelegen open bosgebiedje met eiken. We zijn plots op Nederlands grondgebied, links opwandelend vinden we een open gemetselde rond put, het schijf, de plaats waar vroeger de wagons gedraaid werden. Hier zaten vroeger ook boomkikkers, al kunnen we die kleine kikkers nu moeilijk vinden. Wel, 30 meter verder, in een lager stukje en mooi vijvertje volop dikke groene kikkers en een variatie aan libellen. Het water trekt niet alleen de kikkers en konsoorten aan, maar ook de menselijke kwakers. We besluiten hier dan maar de pickniksen.Perronplanten?Na de pauze terug het eikenbos in en terug naar het perron. Op het perron zeer veel bremstruiken, het begin van de bebossing en daardoor ook de verdwijning van de lage, typische begroeiing met rosetplanten. Door het verwijderen van de brem en de bovenste grondlaag werd hier en daar de meer typische plantengroei van slangenkruid, toorts en teunisbloem opnieuw gestimuleerd. Nu wordt dat werkje officieel door natuurorganisaties verricht, terwijl vroeger door het illegale weghalen van grind en gruis, hetzelfde effect werd bereikt.We zijn nu terug op het fietspad, nog altijd even in Nederland bij de grensweg zelfs, waar de linkse huizen bij Nederland horen en de overkant Belgisch is. Dus een echte grensweg. Hier is dus wel wat meer te zien dan bijzondere plantjes. Al worden er geen koeien of boter meer gesmokkeld, zoals 30 jaar geleden. We komen via het fietspad terug bij de opgehoogde berm, en hier vinden we zomaar echte stevige saliestruiken zelfs in bloei en frisgroene venkelplanten, geen wilde planten van nature, zeker een overblijfsel, restjes, getuigenissen van de herborist.We zijn terug op het stationsplein, een korte wandeling wat kilometers betreft maar wel een wandeling met een lange geschiedenis.

#planten
26Aug2019
Balsemien voor springerige mensen
Maurice Godefridi

Als we door de nauwe, schaduwrijke straatjes van Chatillon en Diois in de Franse Drômestreekflaneren, vinden we niet alleen de klassieke stokrozen die tussen muur en straat groeien, maar ookde teer uitziende maar uitbundig bloeiende Springzaden. Met hun wit-rozebloemen vrolijken zeoude nauwe steegjes helemaal op. Het blijkt een Balsamiensoort uit de Himalaja te zijn, dieblijkbaar net zoals zijn grote broer de Reuzebalsamien nu ook begonnen is aan zijn verovering vande wereld. Zijn officiële naam is Impatiens balfourii of Tweekleurig springzaad en hij wordt in hetEngels ook wel Kashmir balsam genoemd.De naam Springzaad en Impatiens hebben ze niet gestolen, want de rijpe zaden springen met enigekracht uit de lange, hangende zaaddoosjes. Impatiens, ongeduldig lijkt het hele plantje wel te zijn:beweeglijk bengelende bloemen en zaaddoos, springende zaden, snel groeiend en zich massaalverspreidend. Op de koop toe wordt de Impatiens walleriana, die veel als sierplant gebruikt word,ook nog het Vlijtig Liesje genoemd.BachbloesemVanuit de signatuur het beeld van die plant heeft Dr. Bach, van de bloesemtherapie, geconcludeerddat Balsemienen vooral goed zouden zijn voor mensen die snel handelen en denken en niet vanuitstel houden. Wanneer ze ziek zijn willen ze vlug genezen zijn. Daarom is het voor hen moeilijkom geduld te hebben met mensen die van nature wat langzamer zijn. Het Balsemientype heeft lastvan nerveuze trekjes en kan snel rood aanlopen. Spiertjes spannen zich in het gezicht of in de nek,die dan soms ook plotselinge krampaanvallen kunnen veroorzaken. Uiterlijk kunnen deze mensenrazendsnel vuurrood of lijkbleek worden. De gemoedstoestand die volgens Bach hoort bij deImpatiens is ongeduld.Ook in het eerste hulpmiddel Rescue remedy wordt Impatiens verwerkt samen met Star ofBethlehem (Vogelmelk), tegen shock en verdoving; Rock Rose (Zonneroosje), tegen doodsangst enpaniek; Cherry Plum (Prunus cerasifera), tegen de angst je (zelf)beheersing te verliezen en Clematis(Bosrank), tegen de neiging tot bewustzijnsverlies.In de Bloesemtherapie is het wel de Impatiens grandiflora, die gebruikt word. Dat is ook eenBalsamiensoort uit de Himalaja, die hoe kan het ook anders, zich uitbundig uitzaait, zelfs als eenwoekerend onkruid beschouwd wordt en dus blijkbaar bestreden moet worden.Balsemiensoorten zijn niet direct de meest gebruikte medicinale planten, maar in Amerika wordt het Jewelweed, Impatiens biflora en Impatiens pallida al honderden jaren gebruikt tegen irritatie en eczeem veroorzaakt door de Gifsumak. Deze werking wordt wetenschappelijk wel niet bevestigd. uit onderzoek bleek dat Jewelweed niet beter werkte als een placebo. Bij de Apatani volkeren in het Hymalayagebied van Indië worden het blad van Impatiens latifolia en Impatiens racemosa tegen hoofpijn en spijsverteringsklachten gebruikt.Belgische balsamienen zijn er ook. Ze groeien meestal nogal vochtig en in de lichte schaduw bijbeekjes. Vooral de Impatiens noli-tangere, het Groot springzaad en Impatiens parviflora, Kleinspringzaad komen we in de Ardennen nog regelmatig tegen. Zelf heb ik geen behoefte om dezeplanten om wat voor reden dan ook op te eten, voor mij zijn het vooral mooie, wilde planten dievolwassenen en kinderen een beetje vreugde verschaffen met hun vrolijk bengelde bloemen en hunverrassend beweeglijke zaden.NamenEngels: Balsam-Weed, Garden Balsam, Herbal Impatiens Balsamihal, Impatiens, Jewel BalsamWeed, Quick-In-The-Hand, Silverweed, Slipper Weed, Speckled Jewels, Spotted Touch-Me-Not,Touch-Me-Not, Wild Balsam, Wild Celandine, Wild Lady's Slipper.Latijns: Impatiens pallida; Impatiens balsamina, synonyms Balsamina foemina, Impatiens giorgii;Impatiens capensis, synonym Impatiens biflora.Nederlands: Springbalsamien, Groot springzaadDuits:Impatiens, Springkraut, Fleissiges LieschenFrans: Impatiens, balsamie de l'himmalaya

#bergen
01Aug2019
Bergtocht naar col St Martin Queyras
Maurice Godefridi

Bergtocht naar Col de St Martin QueyrasMorgenvroeg vertrek ik naar de Queyras. Mijn jaarlijkse zoektocht naar de mythische Rozenwortel, Gele gentiaan, Meesterwortel en naar mijn eigen wortels van het bestaan. In 2uur 45 rijd ik met mijn motorhome van Bellegarde-en-Diois naar Abriès in de Queyras. Ik laat spijtig spijtig genoeg het indrukwekkende Ecringebergte letterlijk links liggen. Ik ben nu eenmaal op zoek naar Rozenwortels en die schijnen in de Ecrin niet te groeien.Wandelen naar Col de St Martin 2650 meters hoogBij Abriès ben ik op de middag en net dan begint het te regenen. Ik rij nog wat verder tot Le Roux 1750 meter hoog, een dorp tegen de flanken van het massief. Twijfels over een lange wandeling omwille van de regen, dus even rondgekeken in het dorp. Vreemde zeer grote huizen. Ik ontdek dat Plantivore, een ambachtelijk kruidenverwerkend bedrijfje hier gevestigd is. Maar ik ben toch gekomen om stevig te wandelen. Dus trek ik mijn bergschoenen en mijn regenjas aan, en stap richting Col de St-Martin 2650m. Ik weet niet of de heilige Martinus mij geluk brengt of dat hij de goed weerheilige is. In elk geval, de eerstvolgende 5 uur ondanks de dreigende wolken regent het niet meer en begint zowaar de zon te schijnen.Boven op de col kijk ik op Italië en in de verte de Refugio Lago Verde. Helaas moet ik langs de Franse kant terug, wat tijd betreft is een toertje vandaag niet meer mogelijk. Om toch wat rondwandeleffect te krijgen ga ik van het pad af (is hier technisch goed mogelijk, ik zorg ervoor dat ik het pad in de verte nog kan zien). Hier in de Alpenweilanden kan ik ook wat meer tussen kleine planten snuffelen. Saxifraga’s, Sempervivums en Rozenkransjes bedekken de tussen het gras uitstekende rotspunten. Eén voor één echte rotstuintjes. Achter die tuintjes hebben de vetgemeste marmotten hun holen gegraven. Ze schrikken zich wel een hoedje als hun rust zo onverwacht word verstoord. Ze fluiten dan ook extra schel en haasten, nu ja haasten, zich naar hun holen. Zouden ze er nog goed in kunnen nadat ze zich zo vol hebben gegeten voor hun winterslaap?Terug langs de bergerie naar Le RouxTerug lager in de vallei neem ik een ander pad naar een bergerie. Daar zijn geen schapen te zien maar wel veel stront en duizend afdrukken van schapenpoten, die samen één zompige blubber vormen. Het pad is dan ook helemaal opgelost en na de bergerie vind ik het ook niet meer terug. Is hier nog wel een pad? Terug heb ik natuurlijk geen zin in. Diep beneden mij is de ‘torrent’ en aan de overkant het pad dat ik vanmorgen bewandeld heb. Dus maar recht naar beneden. De bergbeek blijkt goed te traverseren (wat dikwijls niet het geval is) en zo kunnen we weer wat rustiger, op het officiële pad, afdalen.De zon schijnt nog steeds, La Roux is binnen voetbereik en mijn lievelingsplanten binnen handbereik en dus neem ik al wat tijd om een beetje Gentiaan, Meesterwortel en zelfs, het hier zeer aromatische Duizendblad, te oogsten. Het eerste huis van La Roux is een soort kapelkerkje. Die zijn er hier genoeg al zijn ze wel vervallen. Men probeert ze voorlopig nog te redden door de daken met golfplaat te bedekken. Wat moet men vroeger zeer religieus geweest zijn om in deze extreem moeilijke leefomstandigheden zoveel tijd en energie te besteden aan het bouwen van kerken.Terug 'thuis'Mijn motorhome staat op een kleine parking vooraan in het dorp. Ik sta blijkbaar naast de bestelwagen van het herderinnetje uit de bergerie. Een bestelwagen die op dit moment dienst doet als hondenhok. De herder, de honden en de schapen die ik in de bergerie niet vond, kom ik nu tegen in het dorp. Die immense grote natuur krijgt zo’n menselijk, kleinschalig gezicht. De grote wereld is terug klein geworden.Deze dag praktischVertrek La Roux 1750 meter, het dorp door. Net buiten het dorp rechts een steil voetpad op naar Pré Roubaud. Ooit een dorpje geweest met zelfs een kerkje. Nu zijn ze het opnieuw aan het opknappen. Pad word breder richting Noorden, daarna draaiend richting Oosten, in de vallei en de Torrent du col St Martin pad volgen ongeveer 2 uur tot Col St Martin 2658 meter hoog. Dus ongeveer 900 hoogtemeters wat zonder zware rugzak wel op 3 uur te bewandelen is. Via dezelfde weg terug 2 uur dalen, samen zonder pauze 5 uur wandelen. Je zou ook over de col in Italiaanse refugio Lago verde kunnen overnachten. Een vrij eenvoudige en niet te zware dagwandeling.Kaart: IGN Grenoble – Gap 1/100.000 nr. 54.Bereikbaar met da auto vanaf Grenoble via Col du Lautaret naar Briançon, dan naar Col d’Izoard en Chateau-Queras en zo naar Abriès. Een mooie autorit over enkele befaamde Tourcols, maar natuurlijk niet bedoeld om snel even een dagtrip en wandeling te maken.PlanteninfoGentiana lutea – Gele gentiaanEen statige, geelbloeiende vaste plant, bekend om zijn gebruik in lekkere likeuren als aperitivum en digestivum. De zeer bitter smakende wortel is een eetlustopwekkend en spijsverteringbevorderend kruid.Meesterwortel – Impératoire – Peucedanum osthrutiumEen ruwe schermbloemige met selderachtige geur groeit meer op voedselrijkere plaatsen in de bergen. Niet direct bij de bergeries tussen de koeienstronten maar toch wel in de buurt. Zowel de Nederlanse naam als de Franse drukt een zekere waardering en zelfs ontzag uit voor deze plant.

#wandelen
31Jul2019
Wandelen in Weelde
Maurice Godefridi

Wandelen in WeeldeEen vervallen, al zowat 60 jaar verlaten spoorwegemplacement, gestorte sintels, verbrokkelde perronmuren. Het klinkt allemaal niet direct aantrekkelijk, maar toch zijn oude industriële gebiedjes net zoals verlaten steengroeven boeiende natuur- en plantengebieden.Gebieden verandert door de mensen, verlaten en dan weer herovert door de natuur, zorgen voor een een grote diversiteit aan planten.Weelde StatieZo is het ook gegaan in Weelde Statie, tussen Turnhout en Baarle Hertog, de reeds 60 jaar verlaten spoorweg, was ook een overslagstation was tussen België en Nederland, wat voor een nog grotere diversiteit zorgde. In België werden sintels van hoogovens en kachels gebruikt als fundering voor het gebied, in Nederland werd meer grind gebruikt. Op het emplacement ontwikkelde zich door het gebruik van kalk-, as- en steenkoolresten een typische plantengroei.Aan de rand van het stationsgebied aan het eind van de stationsstraat heeft ook 30 jaar een herborist gewoond en een tuin gehad, waardoor de diversiteit in plantengroei nog verder werd vergroot.Resten kruidentuinWij wandelen vanuit de stationsstraat, vertrekkend bij nummer 18, en bij de summiere resten van de vroegere kruidentuin. Hier vinden we nu nog meidoorn, peterselievlier, enkele oude palmboompjes en een bloeiende en geurende rozenstruik, waar het klassieke rozenwater uit gedistilleerd werd. Achter die struiken en bomenrij, zijn de echte resten te vinden van de tuin. Nog veel Agrimonie, toortssoorten, wilde marjolein maar ook het zeldzame Kroonkruid. Een plant niet direct geschikt om op te eten, hij bevat net zoals vingerhoedskruid hartglycosiden, giftig maar in de juiste dosering stimulerend voor de hartspier. Achter in de 'tuin' in het nattere en voedselrijkere gedeelte woekeren, tot mijn groot genoegen, nog steeds de reuzenbereklauw, het groot hoefblad en de hop.De Kaukasische bereklauw, indrukwekkend maar ook afschrikwekkend omwille van de fotosensibiliserende, brandwondenveroorzakende werking. Dus niet aankomen zeker niet als het zonnig is. Mooi contrasterend met de bereklauw is het bijna ronde hoefblad, ik gebruik het wel eens als zonnehoed en vroeger werd er boter in verpakt, al wil ik mijn hoofd niet vergelijken met een kilo boter. De hop is voor iedereen wel bekend, hopscheuten als delicatesse en hopbellen voor de beste bieren, maar de herborist waardeert natuurlijk ook zijn sedatieve werking, de vrouwelijke bloeiwijze worden zelfs in echte slaapkussen verwerkt. En oververhitte mannen kunnen er ook mee gekalmeerd worden.Het schijf, bos en vijverMaar we moeten wel aan de wandel, we stappen even het fietspad op, richting Turnhout, op het open terrein vinden we een typische tweejarige rosetplant Reseda lutea of Wouw, ooit een beroemde kleurstofplant. We steken het fietspad over en wandelen achter het oude perron door, veel bossiger wordt het hier, berken en wilgenopslag, een paadje waar vroeger de echte treinen langs spoorden. Wij draaien links het bos in, eerst nog lage voedselrijke beplanting van wilgen, vlier en brandnetel met ook veel look zonder look. Eetbaar in sla, met een vleugje lookgeur. Dan een iets hoger gelegen open bosgebiedje met eiken. We zijn plots op Nederlands grondgebied, links opwandelend vinden we een open gemetselde rond put, het schijf, de plaats waar vroeger de wagons gedraaid werden. Hier zaten vroeger ook boomkikkers, al kunnen we die kleine kikkers nu moeilijk vinden. Wel, 30 meter verder, in een lager stukje en mooi vijvertje volop dikke groene kikkers en een variatie aan libellen. Het water trekt niet alleen de kikkers en consoorten aan, maar ook de menselijke kwakers. We besluiten hier dan maar de pickniksen.Perronplanten?Na de pauze terug het eikenbos in en terug naar het perron. Op het perron zeer veel bremstruiken, het begin van de bebossing en daardoor ook de verdwijning van de lage, typische begroeiing met rosetplanten. Door het verwijderen van de brem en de bovenste grondlaag werd hier en daar de meer typische plantengroei van slangenkruid, toorts en teunisbloem opnieuw gestimuleerd. Nu wordt dat werkje officieel door natuurorganisaties verricht, terwijl vroeger door het illegale weghalen van grind en gruis, hetzelfde effect werd bereikt.We zijn nu terug op het fietspad, nog altijd even in Nederland bij de grensweg zelfs, waar de linkse huizen bij Nederland horen en de overkant Belgisch is. Dus een echte grensweg. Hier is dus wel wat meer te zien dan bijzondere plantjes. Al worden er geen koeien of boter meer gesmokkeld, zoals 30 jaar geleden. We komen via het fietspad terug bij de opgehoogde berm, en hier vinden we zomaar Echte stevige saliestruiken, zelfs in bloei en frisgroene venkelplanten, geen wilde planten van nature, zeker een overblijfsel, restjes, getuigenissen van de herborist.We zijn terug op het stationsplein, een korte wandeling wat kilometers betreft maar wel een wandeling met een lange geschiedenis.

MEER