Eigenwijs Portret

Lid sinds: 21-02-2018

Op geheel eigen wijze deel ik wat me bezig houdt, de zin en onzin van het leven en mijmer over alles wat los en vast zit. Een portret van een moeder, partner, werknemer en 51 jaar. Ik word blij van de natuur en fotografie. Niet specifiek in die volgorde ;-) Ik blog als een malle een slag in de rondte. Welkom op mijn blog!
#primeur
29Jul2018
Primeur!
Eigenwijs Portret

                  PRIMEUR! Belofte maakt schuld, en ik beloofde jullie een korte passage uit mijn debuutroman, die ik in 2019 hoop af te ronden. Misschien is het handig als ik eerst iets vertel over de verhaallijn. De titel van het boek is overigens nog niet vastgesteld. Als je het onderstaande bericht gelezen hebt, schroom dan niet om commentaar te leveren! Marieke is de dochter van de plaatselijke bakker in het dorpje Sint-Geertruid en woont in Zuid-Limburg. Het is het jaar 1950 en het bakkersgezin heeft een heftige tijd achter de rug. Bovendien is Marieke op Bevrijdingsdag in 1945 aangerand door de dronken molenaarsknecht. De toch al verlegen, jonge vrouw zweert alle mannen af en ze heeft slechts één droom: onderwijzeres worden. Om geld te verdienen gaat ze werken in de abdij, op het landgoed Moerslag. De monniken winnen haar vertrouwen door hun integere en open karakter, wat uiteindelijk resulteert in een onverwachte wending in het leven van de intelligente Marieke. De rest van het verhaal zal je vinden in het boek, maar zoals beloofd: hier een tipje van de sluier!Een passage uit Hoofdstuk 10: "Niet alleen de rode tweeling, ook Peter, Andreas en Frank zoeken Marieke regelmatig op: ze is dan wel aan het werk, maar het deert de heren niet. Om de één of andere onverklaarbare reden zien ze in Marieke een dankbare luisteraar: misschien komt het omdat ze in de winkel van de bakkerij altijd vriendelijk en beleefd moest zijn. En zo is ze ook in de abdij. Ze is zich er constant van bewust dat ze bij haar werkgever is, en dat er van haar wordt verwacht dat ze haar werk doet. Toch is dat niet de enige reden dat Marieke altijd bescheiden en stilletjes haar werk doet. Ze heeft graag controle over de situatie, en houdt niet van verrassingen. Gelukkig gebeurt er ook niet zoveel onverwachts in de abdij, dus wat dat betreft heeft ze niets te vrezen. Toch valt het bij sommige bewoners van de abdij op dat Marieke zo stilletjes en behoedzaam haar werk doet. ‘Doe jij wel rustig aan Marieke? Anders heb je geen werk meer over voor vanmiddag!’, grapt Andreas. Zijn stem klinkt streng, maar de lach op zijn gezicht verraadt dat zijn opmerking slechts als grap bedoeld is. Marieke schrikt enorm, en ze schudt door elkaar. Ze laat haar spons uit haar handen vallen. ‘Oh, sorry, neem me niet kwalijk, ik hoorde je niet aankomen!’ Marieke verontschuldigt zich, terwijl zij er niets aan kon doen. Andreas slaat de handen in elkaar en zegt: ‘och Marieke, dat komt toch niet door jou! Het is heel dom van mij dat ik zo geruisloos naderde, excuses van mij zijn beter op zijn plek. Dus het spijt me dat ik je zo liet schrikken!’ Marieke glimlacht, en zegt dat het al goed is. ‘Het maakt niet uit Andreas, ik was zo in gedachten verzonken!’ Ze raapt gauw de spons op, spoelt hem uit en maakt het raam nog eens nat. Andreas wrijft over zijn kin, en met zijn lange gedaante staat hij rijzig naast haar. Hij is wel benieuwd hoe het met haar gaat. ‘Als ik trouwens vragen mag Marieke, hoe bevalt het je tot nu toe bij ons? Kun je je weg een beetje vinden inmiddels?’ Andreas kijkt Marieke vragend aan, en na een vluchtige blik van Marieke antwoordt ze instemmend. Ze stopt even met het inzepen van het raam en ze zegt: ‘oh ja hoor, dankjewel voor het vragen. Ik vind het leuk hier’. Marieke heeft een rode kleur gekregen, en gaat verder met haar werk. Het werk, dat haar inmiddels plezier geeft, het werk dat haar voldoening geeft. Ze zegt, om haar eerdere antwoord nog eens te bevestigen: ‘ik ben blij met mijn baan en hoop hier nog lang te mogen blijven’. Ze kijkt Andreas opnieuw even kort aan, maar dat voelt voor haar zo ongemakkelijk. Marieke heeft er vaak moeite mee om mensen aan te kijken, en al helemaal als zij het onderwerp van gesprek is. Ze kucht zenuwachtig en doet opnieuw haar spons in de emmer om het zelfde raam nog maar eens in te zepen. Ze is zich er akelig van bewust dat ze niet alleen verlegen is, ze komt ook verlegen óver. En Andreas mag dan de grappenmaker zijn, hij is van binnen geraakt door haar introverte en onzekere houding naar hem toe. Hij weet, net als Gerardus en Sjaak, wat Marieke te verduren heeft gehad in het verleden. Maar Andreas bijt nog liever zijn tong af dan dat hij daar ooit over zou beginnen met haar. Andreas voelt mededogen met het meisje, en realiseert zich ineens dat hij een man is, weliswaar op leeftijd, maar toch stapt hij zichtbaar bewogen een paar passen achteruit en spreekt zich tenslotte uit. Met zachte stem zegt hij: ‘Marieke, ik wil dat je weet dat mocht er ooit iets zijn, iets wat je dwars zit, dan kun je altijd bij mij terecht , en ook bij Gerardus, dat weet ik zeker. Onthoud het goed, voor alles, voor wat dan ook.’ Marieke knikt driftig met haar hoofd en poetst het raam droog alsof haar leven er van af hangt. Andreas draait zich om en loopt de moestuin in. Hij overdenkt de woorden van zojuist en heeft even tijd nodig om zich te herpakken. Hij voelt zich zelden zo onhandig als nu."  (Als jij mijn ontwikkelingen wil volgen, like me dan op facebook, ik heet daar 'Wilhelmina schrijft'. Van harte aanbevolen!)    

#samenvatting
19Apr2018
Vervolg mening gevraagd
Eigenwijs Portret

Samenvatting boek: De abdij van de donkerblauwe trappisten en de bakkersdochter  Het verhaal speelt zich af rond 1950. Marieke is de dochter van de plaatselijke bakker. Haar moeder is in de oorlog afgevoerd naar kamp Auschwitz en niet meer teruggekomen. Moeder liet een man en vijf kinderen achter. Op Bevrijdingsdag, 5 mei 1945, wordt Marieke aangerand door de knecht van de molenaar, achter de molen. Ze is dan twintig jaar. Ze heeft gezworen nimmer een relatie aan te gaan. Ze was al timide en verlegen, maar deze gebeurtenis deed daar nog een schepje bovenop. Vader heeft de molenaarsknecht zowat doodgeslagen, en uiteindelijk belandt de verkrachter voor lange tijd in de cel. Samen met haar zus werkt Marieke aanvankelijk in de winkel en bakkerij van haar vader, maar dan worden de twee zussen gevraagd om het interieur te verzorgen in de abdij van de donkerblauwe trappisten. Na lange twijfel wagen ze samen de stap, en een geheel nieuwe ontwikkeling volgt. Ze raken er kind aan huis, en houden er een leuke zakcent aan over, om een toekomst op te kunnen bouwen. Aanvankelijk zijn een aantal monniken nogal argwanend, maar uiteindelijk fleuren de mannen op door de vrouwenhanden die hun klooster herinrichten en gezellig maken. Een van de monniken, de getinte Battista, wordt smoorverliefd op Marieke, en zij moet uiteraard niets hebben van de knappe en charmante heer. Zo vriendelijk en voorzichtig mogelijk probeert hij haar het hof te maken, maar de weg is lang. Ondertussen floreert de brouwerij, het bier vloeit rijkelijk, en het vertrouwen wint het van het wantrouwen. Net op het moment dat Marieke zich gewonnen geeft, is haar zus Willeke haar een stap voor en pakt bijna haar stille liefde af. En dan spreekt eindelijk de stille en verlegen Marieke. Op een impulsieve maar krachtige wijze laat ze van zich horen. Alles zal zich ten goede keren, en de liefde zegeviert. Hieronder kunnen je vrienden zich aanmelden. Jullie krijgen beiden gelijk een beloning van 125 Yp. Je kunt het helemaal bewerken en op maat maken.Weghalen is ook heel eenvoudig met het rode kruisje als je er met je muis op gaat staan. Word lid en beloon de maker en jezelf! Aanmelden

#trappistenbier
19Apr2018
Mening gevraagd
Eigenwijs Portret

Hallo allemaal, lang getwijfeld, maar nu dan toch. Dit is het eerste hoofdstuk van een boek dat ik wil schrijven. Het wordt een tragikomedie, en is her en der wat autobiografisch. Ik ben erg benieuwd wat jullie ervan vinden! Ik hoop dat jullie streng doch rechtvaardig zijn. HOOFDSTUK 1 De moestuin lag er weer florissant bij. Zijn voorhoofd afvegend met een donkerblauwe zakdoek mopperde de monnik onverstaanbaar voor zich uit. Niemand luistert, dus hij kan zeggen wat hij wil. ‘Die ellendige schimmel in de perenbomen! Ik schoffel en spuit me een slag in de rondte, ik puf en ik steun, voor dag en voor dauw, en wat levert het op? Bruin blad!’. ‘Wat moppert gij nu voor u heen! Dat is een monnik onwaardig mijn beste! Kan ik ergens mee helpen?’ De dikke Gerardus komt naderbij geschuifeld, zweetdruppels parelen op zijn voorhoofd. Het is amper voorjaar, maar de temperatuur is al flink omhoog geschoten de afgelopen weken. ‘Ja, het onkruid groeit tegen de klippen op! Ik schoffel me de rambam, en hedde gij die vlekjes gezien op dat jonge blad van de perenbomen? Het is toch godgeklaagd! Zo kan ik niet zorgen voor de stoofpeertjes op zondag komend jaar!’ ‘Ach kerel, kom eerst nu eens mee naar binnen voor een kopje thee. Ik moet iets bespreken met de ganse groep, en thee in dit middaguur is het allerbeste tijdstip.’ Menig monnik van de abdij der donkerblauwe trappisten denkt tijdens de thee al aan het bier, wat niet lang daarna op tafel zal komen. Ja, de ochtenduren zijn het zwaarst. Daar wordt gezwoegd in stilte, daar wordt gebeden en geknield. De matjes worden geklopt, het koper in de brouwerij gepoetst en de hop gesorteerd. De zware meubels gaan tweewekelijks compleet in de boenwas en de tientallen meters waslijn hangen op maandag vol met donkerblauwe habijten en zakdoeken. Gerardus en François de tuinman slenteren richting de achteringang, François druk gebarend en Gerardus de handen devoot gevouwen. Plotseling klinkt er een hoop heisa bij de poort van het kasteeltje dat in Gotische stijl was gebouwd, in 1646; het had weliswaar zijn beste tijd gehad, maar dat gaf het juist de charme van een warm en sfeervol geheel. Het staat op de grens van Limburg en België. Enfin, een bloempot klettert uit het raam, net boven de poort: de oorzaak was een te hard dichtslaande deur, en een geranium mieterde naar beneden. Twee trappisten renden achter elkaar aan richting de weg: vanaf de ingang buigt het pad naar rechts, richting de doorgaande verbindingsweg met het dorp. Van daaruit is het zo’n anderhalve kilometer naar de bakker, de slager en de kruidenier, maar doordat de abdij hoger ligt, is het dorp in zijn geheel goed te overzien. ‘Jij donderse bliksem, jij altijd met je fikken aan mijn taart!’ Rood van woede rent de eveneens pafferige kok Sjaak achter de jonge abt aan, die tóch unaniem gekozen was tot abt van de bijenkorf. De bezige mannetjes, de bijtjes die alle dagen druk zijn. Niemand had zin in het ambt van abt, geen van allen wenste telkens ontboden te worden bij de strenge kardinaal in Den Bosch: de jonge Franciscus was er met open ogen ingetuind. Het sukkeltje van de groep was voor de rest van zijn leven zwaar de klos. Met zijn achtendertig jaren jong, zijn magere postuur en afkeer van beestjes en vogeltjes was hij de schlemiel van de groep. Aanvankelijk voelde hij zich zeer vereerd, maar uiteindelijk voelde hij zich zwaar in de maling genomen. De groep bestaat uit zeventien monniken, en iedereen heeft wel een specialiteit. Zo is de kok Jacques, ook wel Sjaak genaamd, een exceptionele meester in het bereiden van verrukkelijke maaltijden. Wat hij dan ook dagelijks doet. Maar om even terug te komen op de hele toestand van het moment: de achtervolging is van korte duur. Sjaak puft het uit, en nog voor het hek geeft hij er de brui aan. ‘Wat een mafklapper is onze abt! Daar moeten we eens wat van zeggen!’ Hij verliest bijna zijn evenwicht, en valt bijna als een stuiterbal tegen een boom. De twee trappisten naderen met vlottere tred, en vangen hem op. ‘Kom! Thee!’ En ze lopen gedrieën naar de ingang. François raapt voorzichtig de geranium op en draagt hem als een jong vogeltje naar de buitenkraam. In een ouwe emmer laat hij wat water lopen en laat het plantje voorzichtig zakken. Binnen staat de dampende theepot inmiddels op de grote, robuuste tafel in de ruime keuken. Dat wil zeggen, de woonkeuken. Links van de tafel is een klapdeur naar het kookgedeelte, wat het domein is van Sjaak en zijn keukenmaatje Pieter. De eveneens robuuste kroezen worden gevuld. De pot honing gaat gretig rond en Pieter snijdt de appeltaart in gelijke stukken. ‘Voorzichtig!’, bromt Sjaak. Hij is nog steeds knorrig omdat Franciscus aan zijn taart had gezeten. Die liet zich overigens wijselijk voorlopig niet zien. Alle zestien mannen zaten op een rij, aan iedere kant van de tafel acht stuks. De stoel aan het hoofd was leeg, want dat is de stoel van de Abt. Eigenlijk is de Abt een beetje de baas van het stel, maar omdat hij per ongeluk gekozen was en niet aangenomen vanwege zijn kwaliteiten, was die stoel voor de Abt slechts een formaliteit. Leeg dus vandaag. De heren slurpen van de thee. Allemaal een beetje moe van het ochtendritueel in tuin, in het kasteel of brouwerij. De geur van zwanger bier hing rond hen, wat altijd een heerlijk voorgevoel gaf aan de meeste trappisten. De stilte werd doorbroken door Gerardus. Hij schraapte zijn keel langdurig, waardoor de mannen wisten dat er iets ging komen. Gut, het was geeneens een officiële bijeenkomst! Eens per maand, op de derde donderdag van de maand, hadden ze kasteelvergadering. Daarin werd alles besproken wat los en vast zat. Niemand nam ooit een blad voor de mond, wat ook noodzakelijk was als je in een dergelijke samenleving huis wil houden met elkaar. ‘Heren, ik wil iets met jullie bespreken. Ik wil gewoon open en eerlijk met jullie zijn. We leven nu al tientallen jaren met elkaar, en ik vind dat we de laatste tijd wat vaker te kampen hebben met korte lontjes…’. ‘Ja, schiet nu maar op, ik moet nog naar de brouwerij, wat kranen toedraaien…’, aldus Everhard. ‘Ach, hou jij nou es voor één keer je grote waffel met je eeuwige stinkbier!’ Sjaak sprak krachtig, en Everhard keek ontdaan. Peter slaat zich van het lachen op de knieën en roept tussendoor dat het even tijd is om te luisteren, anders komt er ‘nimmer nooit geen bier op tafel vandaag, ha!’ ‘Ja, jij oude zuiptor moet helemaal je snater houden, anders komt er van mijn voorstel helemaal niks terecht met je eeuwige drankgelag’, bromt Gerardus. Na zijn woord voorstel vallen de blauwe trappisten stil. Ze krijgen een licht gespannen gevoel, en omdat de thee op is, verlangen ze plotseling al heel erg naar een vaatje uit het nabij gelegen magazijn. Nou ja, met uitzondering van Frank, die altijd iets roods onder de kurk zoekt. ‘Nondeju!’, zegt Gerardus en gaat met een diepe zucht zitten. ‘Zoals ik dus al zei, ik vind ons gaan lijken op een stel oude taarten’, waarop iedereen onwillekeurig naar de laatste kruimels kijken op de taartplateau. Sjaak kijkt bijna verontwaardigd en wil opnieuw iets roepen, maar bedenkt zich en houdt wijselijk zijn mond. Gerardus vervolgt: ‘nu had ik het volgende bedacht. Er moet verandering komen. Het kasteel en zijn gebouwen heeft een zachte hand nodig. De vertrekken zijn saai en kleurloos: ze missen een vrouwelijke hand. Mijn voorstel is om een advertentie te plaatsen in het plaatselijke bulletin voor twee betrekkingen. Twintig uur per week per dame, verdiensten twee gulden vijftig per maand’… ‘Ben jij nou helemaal van de pot gerukt!’, schreeuwt Sjaak. Een stoel wordt achteruit geschoven en alsof hij door een wesp geprikt werd, springt Marcus overeind. De stoel klettert achterover en verrassend rap voor zijn leeftijd verlaat hij de ruimte. ‘Wie denk je wel dat je bent met die onzalige ideeen van je! Alles gaat goed zoals het gaat en hier zit ik niet op te wachten! Nu Fransiscus niet aan tafel zit, durf je wel he!’ ’Nah! Alsof die Abt van ons ook maar iets in de melk te brokkelen heeft hier zeg, waar gaat het over. Het is toch mooi als een beetje vrouwelijke kijk op de woning de boel eens opvrolijkt met een bloemetje of een kleedje of een krukje.’ ‘Godmiljaar, het is hier toch geen hoerenkast! Wat is dit voor flauwekul! Als de Kardinaal dit ter ore komt kunnen we met zijn allen naar Den Bosch en dat pas niet in de paardewagen! Ben je nou toch gek geworden, je moet nodig naar de nonnen om je na te kijken! Je hebt een steekje los in je bovenkamer!’ Geschrokken slaat François drie keer een kruisje, om de woordkeus van zijn huisgenoot. Het is al met al dan ook een onzalig idee wat niet pas in hun gedachtegoed. Wat is er gevaren in die kop van Gerardus! Hij moet nodig ter biecht. ‘Ja, en nu is het wel genoeg voor één dag’, en met een harde klap slaat Peter met zijn vlakke hand op de grote tafel. De theepot rammelt erbarmelijk: ‘tijd voor wat anders, wie haalt een vat? Sjaak, heb jij nog harde worst in de keuken?’ ‘Amai, bederf je eetlust nu niet jongens, ik heb straks een heerlijke stoofpot gereed gemaakt voor het avondmaal! Dat is toch eeuwige zonde, zo kort door de dis!’ ‘Interesseert me niet, ik wil bier, en rap een beetje!’ Terwijl Everhard aanstalten maakt de brouwerij een bezoekje te brengen voor een goed vaatje, zegt hij met milde stem: ‘Gerardus, ik vind dat je nu toch wat ver gaat. Zullen we er voor nu maar even over ophouden? Dan laten we je onzalige idee bezinken, en over een week of wat kunnen we er nog eens op terugkomen’. Everhard is altijd weer in staat te bemiddelen en zo de gemoederen te sussen. Er wordt instemmend gegromd door menig trappist. Het is de hoogste tijd voor bier, want de taart is allang vergeten en verteerd. Hieronder kunnen je vrienden zich aanmelden. Jullie krijgen beiden gelijk een beloning van 125 Yp. Je kunt het helemaal bewerken en op maat maken.Weghalen is ook heel eenvoudig met het rode kruisje als je er met je muis op gaat staan. Word lid en beloon de maker en jezelf! Aanmelden

MEER