Een gevaarlijke vriendschap - deel 7


De volgende dag om kwart over zeven gaat de wekker. Anne heeft al vroeg in de ochtend met Remco afgesproken. Tijdens het ontbijt vertelt ze haar ouders dat ze heeft afgesproken met één van haar vriendinnen. Haar ouders zouden vast en zeker flippen als Anne zou vertellen dat ze in werkelijkheid had afgesproken met een jongen die ze had leren kennen via het internet. ‘Een leugentje om bestwil moet kunnen’, denkt Anne daarom bij zichzelf. Toch vind ze het één van de moeilijkste dingen ooit, nooit eerder heeft ze tegen haar ouders gelogen. Het voelt ergens wel heel onprettig. Ze voelt haar hartslag in haar keel kloppen wanneer ze haar ouders de mededeling overbrengt. Ze hoopt dan ook dat haar ouders haar niet door hebben. Maar zoals iedere ochtend tijdens het ontbijt, zijn haar ouders volop in gesprek over hun werkzaamheden. ‘Een geluk bij een ongeluk’, denkt Anne. Juist omdat haar ouders zo druk in gesprek zijn, hebben zij niet de spanning gezien bij Anne tijdens het vertellen van de mededeling.

Nu maar hopen dat haar kleine broertje niks in de gaten heeft gehad! Maar deze zit zoals bijna standaard weer geen seconde stil. ‘Hij kan niet opgemerkt hebben dat ze een leugentje verteld heeft’, bedenkt ze. De ouders van Anne zullen wel waarschijnlijk ook niet hebben opgemerkt dat ze een leugentje verteld heeft. Anne besluit dan ook om het maar zo te laten. Ze pakt een boterham, smeert er een dikke laag boter op en kiept zowat een heel pak hagelslag op haar brood. Snel eet ze haar boterham op. ‘Mag ik van tafel?’, vraagt ze met haar mond nog half vol. Haar ouders mompelen iets wat op een ja lijkt. Anne snelt van tafel, zodat ze zich klaar kan maken voor haar afspraakje.

Anne is ontzettend zenuwachtig voor haar afspraakje, omdat ze niet goed weet wat ze verwachten kan. Zou Remco zo zijn zoals ze denkt dat hij is? Zou ze hem wel aardig vinden? Is het überhaupt wel een goed idee om af te spreken met een jongen die ze eigenlijk niet kent? Deze en meer vragen spoken door haar hoofd. Ondanks dat alles pakt ze toch haar fiets. Ergens vind ze het ook best wel spannend om dit avontuur aan te gaan. Terwijl Anne op de fiets stapt, roept haar moeder haar richting uit dat ze uiterlijk om vijf uur thuis moet zijn voor het avondeten. ‘Ik beloof dat ik op tijd thuis ben’, roept Anne terug. ‘Vergeet niet te bellen als er wat is!’, roept moeder nog extra na. ‘Jaja’, mompelt Anne in zichzelf terwijl ze al bijna aan het einde van het gangetje fietst.

Normaal gesproken was naar het park fietsen slechts tien minuten, maar nu leek het wel een eeuwigheid te duren voordat Anne eindelijk in het park was. Naarmate ze dichterbij kwam, werd ze steeds zenuwachtiger. Ze voelde hoe haar handen steeds klammer aan gingen voelen van het zweet en hoe haar hart steeds sneller begon te kloppen in haar keel. Maar toen ze aankwam in het park en Remco zag staan, was ze opeens veel minder zenuwachtig. Ze voelt alleen hoe de vlinders kriebelen in haar buik, een gevoel wat ze nog nooit eerder ervaren heeft. ‘Wat is Remco in werkelijkheid een knappe gozer’, denkt ze bij zichzelf. Hij steekt zijn hand op en zwaait naar haar terwijl ze dichterbij komt. Anne voelt hoe haar wangen rood kleuren. ‘Wat heeft hij prachtige groene ogen’, denkt ze zodra ze hem van dichtbij ziet. Hij ziet er net zo uit als op de foto die ze gisteren gezien heeft, alleen in het echt is hij nog leuker en knapper om te zien. Het afspraakje zou vast goed verlopen zolang Remco maar niet in de gaten zou hebben hoe verlegen Anne wel niet was.

Al wandelend door het park blijven de vlinders in de buik van Anne voelbaar. Het lijkt haast wel een droom dat ze een afspraakje heeft met deze leuke en knappe jongen. En dan zou ze ook nog samen met hem een ijsje gaan eten. Stiekem vind ze dit afspraakje leuker dan wat ze bedacht heeft om te doen met haar vriendinnen. Ze vind het heerlijk om samen met Remco door het park te lopen. Hij heeft volop de aandacht voor haar, iets wat ze als zeer fijn ervaart. Ze heeft het gevoel dat hij haar echt wil leren kennen, hij vraagt namelijk de oren van haar kop. Ergens wel schattig, vind Anne.

Na een klein uurtje door het park gewandeld te hebben, komen ze een ijstentje tegen. Ze besluiten om daar een rustig plekje te zoeken om een ijsje te gaan eten. Terwijl Anne geniet van haar afspraakje en van haar ijsje, kijkt ze op haar telefoon voor de tijd. ‘Shit’, denkt ze, ‘het is al haast half vijf’.

Ze vind het erg jammer dat de tijd zo snel voorbij gaat en dat ze terug naar huis moet. Ze weet dat ze gedag moet gaan zeggen. Het liefst zou Anne nog eens af willen spreken met Remco, ze durft dit alleen niet goed zelf te vragen. ‘Zou hij wel een tweede keer af willen spreken?’, denkt ze bij zichzelf. Ze is dan ook zeer opgelucht wanneer Remco haar vraagt: “Heb je zin om morgen misschien opnieuw af te spreken?”. Wat verlegen geeft Anne een ja als antwoord. In eerste instantie hoort niet goed wat Anne als antwoord geeft. Hij kijkt haar indringend aan en vraagt dan nogmaals: “Heb je zin om morgen nog eens af te spreken?”. “Ja”, geeft Anne nu duidelijk als antwoord, ondanks de vele vlinders die ze in haar buik voelt. “Gezellig’, geeft Remco als antwoord. “Doen we dezelfde tijd en plek af spreken dan?’. Anne kijkt hem aan en knikt instemmend.