Hoe vertel je dat je kanker hebt?


Wil je het begin van de blog volgen? Lees dan dit eerst.

Er is geen goede manier om zo iets te vertellen.

Ik ben helemaal geen taboe mens. In tegenstelling. Als het woordje taboe nog maar valt ben ik de eerste die het openbreekt en in het groot en breed uitwerk. Taboes vind ik zinloos. Het geeft mensen een schaamtelijk gevoel terwijl dat niet nodig is en we negeren de zaken zodat het soms veel erger wordt.

Maar vertellen dat je darmkanker hebt, vond ik toch moeilijk. Hoe vertel je zo iets aan je collega’s bijvoorbeeld. Doe je dit één op één. Vertel je het in grote groep. Doe je het in kleine groepjes per keer. En hoe gaan ze reageren. Wat als ik het in grote groep vertel, gaan er sommige het niet raar vinden dat ik zo iets in grote groep vertel, gaan ze me zo wel geloven? Of het aanstellerig vinden, dramaqueen, op aandachtbelust?

Ik besefte hoe belachelijk het was om me daarover zorgen te maken, druk te maken, onzeker te voelen. Maar het feit dat ik me zo zorgen maakte om die negatieve reacties, wijst eens te meer uit dat dit geen gemakkelijk thema is. Dat er een taboe rond zit, een angst. Kanker wordt nog altijd aan dood gaan gekoppeld en zo maar efkes tussen de soep en de patatten in grote groep gaan verkondigen dat je kanker hebt (en voor sommige de link met dood gaan triggert) kan raar overkomen.

Ik wou het in ieder geval zo snel mogelijk achter de rug hebben. Want alles zou ook snel gaan. Ik kon geen week wachten, want tegen dan zou ik misschien al geopereerd moeten worden. Dus ik wou het de dag na het nieuws al op de teamvergadering melden zodat ik het de dag daarna aan de cliënten op het werk kon vertellen. Alleen moest ik net die teamvergadering niet werken. Dus heb ik die lastige taak aan mijn directrice gegeven om over te brengen. Ze heeft het met glans gedaan.

Iedereen schrikt uiteraard. Je verwacht niet dat iemand van 31 je komt vertellen dat ze darmkanker heeft. Ik ben nog jong, heb 2 kleine kindjes, mijn leven was op orde en was vollop aan het genieten van mijn baby van 11 maanden en het daarbij horende tijdskrediet dat ik halftijds had aangevraagd. Niemand had ook maar iets aan me gemerkt natuurlijk, omdat het werk afleiding bracht grotendeels. Dus was het dubbel schrikken.

De hoeveelheid lieve en bezorgde berichtjes die ik die dag al gekregen heb, vulden mijn hart. De dagen nadien, dat ik telkens andere collega’s zag, een stuk mijn verhaal, angsten en bezorgdheden opnieuw kon vertellen, luchtte ook op. Een collega die je vast pakt en zegt ‘ge gaat da kunnen’ deed me wenen, maar alleen omdat ik me zo ondersteund voelde door iedereen. Door al de berichtjes, lieve woorden, luisterende mensen, bezorgde gezichten, schouder klopjes en knuffels.

Ik was ook zo onder de indruk van mensen die bereid zijn om alles te laten vallen om eens bij te springen waar nodig. En je voelt dat ze het menen en daar echt toe bereid zijn! Zelfs van mensen waarbij je niet zo een intieme band mee hebt, of maar oppervlakkig kent. Plots staat er een heel arsenaal aan mensen om je heen om jou en je gezin op te vangen.

Dat is hetgeen me het meest vertederde.

Dat is hetgeen waar ik het meest van onder de indruk was.

Daar ben ik enorm dankbaar om.

Dank je wel. Iedereen. Allemaal.


Volgende blog: Voorbereiden