Gelukkig had ik nog een badjas


Lees hiervoor

Net als de commissaris een nieuw en goed gevuld glas rode wijn voor zijn neus krijgt wordt de deur van het restaurant voorzichtig opengeduwd. Al even voorzichtig wenkt een wittige gedaante naar de verstoord kijkende commissaris. 'Kunnen ze me dan nooit eventjes met rust laten!' verzucht hij, maar hij staat op. Hij heeft de wenkende Polleman herkend, slechts gekleed in een badjas.

'Is er wat gebeurd? Waarom sta jij hier in een badjas?'

'Er is ingebroken, onze kleren zijn gejat. Storm heeft helemaal niets meer, gelukkig had ik nog een badjas. Gelukkig heb ik de stenen nog weten te redden.'

'Gejat?'

'Ja gejat. We hadden onze koffers onder het stapelbed gezet, en nu zijn ze weg.'

'Hoe is dat nu mogelijk? Waren jullie niet op de kamer dan? Samen aan het douchen?'

'Echt niet! Bovendien, Storm heeft zich laten opsluiten.'


(c)2019 Hans van Gemert
Eigen afbeelding


Deze aflevering van het vervolgverhaal past in de 140-woorden-uitdaging van FrutselenindeMarge. Lees er hier meer over: