Eindelijk naar het strand!


Ik had besloten om die dag maar eens naar het strand te gaan. Het was weken niet zo maanden geleden dat ik er nog eens was geweest en de zee riep me. Ik kon niet wachten en reed het hele stuk naar de kust in een stuk door geen pauze gunde ik mezelf.

Ik was dan ook heel blij de parkeerplaats te zien en nadat ik door het kleine dorpje heen was gelopen de dijk op was ik bijna niet in staat meer te wachten en rende naar het strand toe.

De zilte lucht en de zee gaf een onmiddellijk gevoel van rust en ontspanning, zorgen bliezen weg in de wind en ik voelde de zon op mijn gezicht en voelde de energie die ik de afgelopen tijd had ingeboet weer terug vloeien. Moeder natuur laad mijn batterij weer op!

Ik tuurde voor me uit en had al twee schelpjes opgeraapt toen mijn oog viel op iets dat leek op een stukje glas dat in de branding lag. Ik raapte het op. Het was maar een klein flesje. Heel voorzichtig draaide ik het dopje eraf en ik voelde hoe de lucht veranderd en de grond onder mijn voeten van de structuur van het zachte zand veranderde in een harde onderlaag.

Toen ik opkeek zag ik tot mijn verbazing dat ik niet meer aan de zee stond maar midden in een bos. Ik rook de geur van de dennenbomen en heel ver weg nog een snufje van de zee. Ik keek om me heen met het fles nog in mijn hand en was niet eens heel verbaast.

Ik was toen ik het dopje van het flesje afdraaide op een of andere manier in dit bos terecht gekomen, vraag me niet hoe of waarom. Dat weet ik zelf niet eens maar ik vind het ook niet zo raar. Ergens geeft het een gevoel van berusting, het is goed zo. Dus ik laat het maar gebeuren en verzet me er niet tegen!

Ik begin door het bos te lopen, het is vlak en dicht met veel dennenbomen en al snel krijg ik het gevoel dat ik bespied wordt. Wie zou het zijn die door de bomen heen naar me staat te gluren. Ik hoor gefluister en meen ook tussen de bomen iets van kleur te zien. Blauw of groen maar niet direct de kleur die je van nature in een bos tegenkomt.

Ik loop maar gewoon door, ik voel me niet bedreigt en begin zacht te neuriën. Een liedje van een paar jaar geleden, ik weet de titel even niet maar dat maakt niet uit de woorden herinner ik me ook niet meer maar het geeft me een goed gevoel. Ik hoor kleine takjes breken en voel dat wat er daar ook in het bos zit en me begluurd steeds korter bij komt. Dan zie ik hem staan een knappe jonge man en achter hem staat een vrouw met inderdaad een blauw/groene jurk aan en een flinke bos haren die ze in een mooie vlecht bij elkaar heeft gebonden.

Naast hun staat een wolf. Diep in mijn zak voel ik het flesje zitten en het losse dopje. Het is de wolf die het eerste in beweging komt en speels kwispelend naar me toe komt lopen en voor me op de grond gaat liggen met haar poten omhoog.

“Waya, kom op laat de dame met rust, niet iedereen wil meteen met je spelen. Geef haar eens wat ruimte!” De wolf rent snel terug naar de man en gaat vlot naast hem zitten legt haar kop tegen zijn bovenbeen aan en blijft hem maar aankijken.

Dan kijkt hij mij aan en zegt: ”Hallo, mijn naam is Ronan en dit is Gem, volgens mij heb je geen idee hoe je hier terecht bent gekomen toch?” Mogen we je uitnodigen voor een kopje thee, dan kunnen we even samen praten?

#schrijfuitdaging #fantasy

 

Dit verhaal past binnen de schrijfuitdaging van Hans van Gemert van mei 2020. Wil je graag meedoen of de rest van de bijdrages lezen dan kan dat via onderstaande link!


Hou je van lezen of van schrijven of allebei? Denk je al een tijdje erover na om je verhalen te gaan delen. Of je gedichten. Of misschien ben je heel creatief of een hobby fotograaf. Of net als ik all of the above :) doe dan met ons mee op Yoors! Aanmelden is gratis en vrijblijvend!