×

Yoors


exit_to_app Inloggen

480
camera_alt
Afbeelding toevoegen
60
De hand van Watergeest (de duiker, zijn hand en de kleine reuzin)

De hand van Watergeest (de duiker, zijn hand en de kleine reuzin)


Lang geleden, voordat de euro bestond, mensen nog veel te voet en per schip reisden, was er een reus die Watergeest heette. Hij was ooit slaaf geweest en een hele goede duiker. Hij woonde aan de oever van de rivier. Wie langs hem wilde moest tol betalen. 

Dat was toen heel normaal. Van het geld bouwde hij een tolhuis en legde een mooie bloementuin aan en een moestuin met bieten, rapen, aardappelen en nog veel meer. In de loop van de tijd had hij ook een boomgaard waar fruit- en notenbomen groeiden als kool. Ook ontstond er een dorp en later een echte stad. Een plaats waar de weinigen reuzen die er nog waren gezellig bij elkaar konden wonen. Zij hielden de stad en de omgeving netjes en werkten op het land. Het ging hen voor de wind en zij leefden in vrede. 

Elke dag zat de reus bij de tolpoort en werd keurig betaald. Af en toe hield zijn kleine nichtje hem gezelschap. Zij hield er van over het water uit te kijken en was dol op de verhalen die haar oom haar vertelde over de tijd dat hij nog slaaf was in China en voor meneer Han schatten opdook. Zo ging de tijd voorbij. 

Op een dag werd alles anders. Steeds meer reuzen verdwenen en er verschenen meer en meer vreemdelingen die de Veroveraars werden genoemd. Zij kwamen over het land en over het water. Hoewel Watergeest er wel over hoorde maakte hij zich niet zoveel zorgen. Hij had de Veroveraars zelf nooit gezien en voor hem was het niet meer dan een verhaal om 's avonds bij het haardvuur naar te luisteren of op het marktplein, gewoon om de tijd te verdrijven. Hij had genoeg in zijn leven meegemaakt, was ook slaaf geweest en had dat nooit als een slecht iets of een slechte tijd ervaren. Hij leefde zijn leven, in alle rust en tevredenheid, zoals altijd. Al zijn herinneringen waren hem dierbaar. Het was de tijd waarin hij kon doen wat hij het liefste deed, duiken, onder water leven en op zoek gaan naar schatten. Dat was zijn grootste passie en werk en niemand was daar zo goed in als hij. 


De dag kwam dat zijn nichtje wegbleef en hem niet meer gezelschap hield, naar zijn verhalen luisterde en niet lang daarna wilde er een schip passeren. De opvarenden zagen er vreemd en woest uit. Zoals altijd hield Watergeest zijn hand op, maar in plaats van dat de schipper een munt hierin legde om het tolgeld te betalen hakte hij deze met een reusachtige zwaai van zijn kapmes af. De hand vloog in het water. Als in een reflex  rende Watergeest zijn Tolhuis in, trok zijn duikerspak aan en dook de rivier in. Hij was nog steeds een goede duiker en kon heel erg lang onder water blijven. Zijn naam had hij ook niet voor niets heel lang terug gekregen van de rijke Chinees Han. 

Watergeest was nogal aan zijn hand gehecht en wilde deze voor geen goud ter wereld missen. Zo dreef de hand, met zijn eigenaar er achteraan, met de rivier de zee in en met de zeestroom mee. Vreemd was wel dat hoe hard de reus het ook probeerde, hij zijn hand niet kon inhalen. Pas na een lange tijd zakten beiden naar de bodem van de Atlantische oceaan waar de vingers van de hand zich vasthaakte aan een roestig anker. Niet lang daarna zonk er een postzak met een noot er op voor de hand neer. De hand van Watergeest greep de zak en ging er als een speer mee vandoor.

Watergeest volgde zijn hand en zo kwamen beide aan bij de wal van een stad. Op het moment dat de hand de postzak de kade op slingerde kon de reus zijn geliefde hand eindelijk grijpen. Nu was het alleen nog zaak om deze weer vast te zetten. Daarvoor had hij draad, naald en een pincet nodig of iemand die dat voor hem wilde doen. 

Terwijl hij al zoekende door de stad liep zag hij ineens in een hoek van een steeg een meisje zitten slapen. Het was zijn nichtje. Voorzichtig schudde hij haar wakker. 

Hoe ben jij hier verzeild geraakt, vroeg Watergeest. Hij was blij haar na al die tijd weer te zien. De kleine reuzin vertelde dat zij door de Veroveraars was meegenomen toen zij achter een hondje aangelopen was. Zij hadden haar meegenomen op hun schip en te kijk gezet in de stad waar zij nu waren. Uiteindelijk wist zij te ontsnappen met het hondje dat zij Xolo had genoemd en dat zij verstopt had in de zak van haar jurk.  Voorzichtig haalde zij het diertje tevoorschijn dat hem slaperig aankeek, weg dribbelde, zijn poot optilde en een plas deed. 

Kunnen we terug naar huis gaan, vroeg de kleine reuzin. Watergeest knikte. Ook hij vond het de hoogste tijd. Zijn hand had blijkbaar de taak gehad om een postzak naar de stad te brengen waar hij zijn nichtje had kunnen vinden. Ik moet mijn hand nog vastnaaien, zei hij, daarna gaan we. Het meisje knikte. Uit de zak van haar jurk haalde zij haar naaisetje en samen naaiden zij de wonderlijke hand weer vast. Toen de klus af was borstelde Watergeest het haar van de kleine reuzin, tilde haar op en liep met haar en Xolo in zijn armen de stad uit. 

Afbeeldingen: pixabay.co

In dit sprookje zijn ook de woorden uit de schrijfuitdaging juni 2018 van Hans van Gemert opgenomen (het is dus weer een van walnoot tot wasknijper sprookje)

Dit verhaal is gebaseerd op een Chinees verhaal over Zhou Han en een bijzondere duiker en de reuzen (marionetten) van Royal de Luxe. 

Al mijn blogs (ook de lange) zijn liggend geschreven met de smartphone en met 1 vinger getypt. Zie jij taal-/typefouten hoor ik het graag.

Bij Yoors ben je van harte welkom.

#RoyaldeLuxe #ZhouHan #vrijeschrijver #sprookjesfiguren #reus #duiker #kleinereuzin 




Soberana
Mooi sprookje, nooit eerder van gehoord.
06-09-2018 15:48
06-09-2018 15:48
Hans van Gemert
Een heel mooi sprookje!
06-09-2018 14:18
06-09-2018 14:18
FrutselenindeMarge
zwaar mooi sprookje!
06-09-2018 11:45
06-09-2018 11:45