×

Yoors


Inloggen
×

Yoors











camera_alt
Afbeelding toevoegen
100 manieren voor een goede relatie met uw paard

100 manieren voor een goede relatie met uw paard


Ben je een echte paardenliefhebber en wil je graag een goede relatie opbouwen met je paard? Dan zit je hier helemaal goed, want in dit artikel komen maar liefst 100 manieren aan bod over hoe je dat kan bereiken! Heb je zelf ook nog een goede tip, laat hem dan zeker achter bij de reacties.

100 manieren voor een goede relatie met uw paard

  1. Besef dat een paard verantwoordelijkheid met zich meebrengt: Een paard bezitten of paardrijden in het algemeen brengt heel wat verantwoordelijkheid met zich mee. Je moet zowel de veiligheid van het paard als van jezelf waarborgen, dit zowel naast het paard als op het paard.
  2. Ken jouw eigen verantwoordelijkheden:
    • je als partner gedragen en niet als roofdier (mentaal, emotioneel en fysiek fit zijn)

    • een onafhankelijke zit (niet drijven en terzelfder tijd tegenhouden)

    • denken als een paard

    • gebruik maken van zijn natuurlijk vermogen tot scherpstellen (je aandacht, je lichaam en je blik richten op waar je mee bezig bent)

  3. Ken de verantwoordelijkheden van je paard:

    • zich als partner gedragen en niet als prooidier (vluchten afleren)

    • niet van gang wisselen

    • niet van richting veranderen

    • kijken waar hij loopt (ruiter kijkt niet naar beneden om te zien of het paard niet struikelt)

  4. Breng zoveel mogelijk tijd door met je paard: Dit is het allerbelangrijkste als je een goede band en relatie wilt opbouwen met je paard. Tijd en aandacht voor elkaar.
  5. Geef je paard alle liefde die je in je hebt: dat is voor een paardenliefhebber vanzelfsprekend maar toch even belangrijk om te vernoemen. Want alles wat je liefde geeft, groeit. En zo zit het ook met de band met je paard.
  6. Zet je telefoon op stil: Hierdoor ben je minder afgeleid en kan je al je aandacht richten op je paard.
  7. Volg een paardencursus of opleiding: Als je een hond neemt, gaan de meeste mensen op cursus om te leren hoe ze ermee om moeten gaan. Mensen die een paard kopen, nemen meestal alleen rijles. Het is toch gek dat we bij een paard van 600 kilo ons minder verdiepen in zijn gedrag dan wanneer we een hond nemen? Als je je verdiept in het gedrag van paarden, dan leer je hoe een paard iets leert en hoe je hem kunt motiveren en stimuleren om iets te doen. Hoe meer je weet van het natuurlijke gedrag van je paard, hoe sneller je dingen kunt oplossen. Want, als je weet waarom een paard bepaald gedrag vertoont, kun je het ook oplossen.
  8. Leer je paard begrijpen: Je creëert een goede band met je paard wanneer je je in de eerste plaats verdiept in het wezen paard. Dus weten hoe hij communiceert, reageert, leert en hoe je kan tegemoet komen aan zijn natuurlijke behoeftes.  Kennis van hoe een paard in elkaar zit en je paard begrijpen is dus de eerste stap naar een goede relatie. Tijdens de omgang met je paard is het belangrijk dat je kan inspelen op de natuur van het paard en dat je vooral vanuit lichaamstaal werkt, de taal van het paard.  Dan begrijpt je paard jou ook.
  9. Bestudeer het gedrag van je paard: De meeste ruiters herkennen de overduidelijke tekenen van plat gelegde oren wel. Het betekent in ieder geval dat een paard het ergens niet mee eens en misschien wel pijn heeft. Wanneer hij het gedrag vertoont als er bijvoorbeeld een ander paard te dicht langs loopt hoeft het niet veel met pijn te maken te hebben, maar als je hem in de training een opdracht geeft, waarbij hij reageert door zijn oren plat in zijn nek te leggen, dan kan pijn of ongemak heel goed een reden zijn. Wat je paard je in ieder geval probeer te vertellen is dat hij op het punt staat om actie te ondernemen en dat je beter even op moet letten.
  10. Bestudeer de eigenschappen van je paard:
    • De mentale eigenschappen zoals: werklustig, sloom, temperamentvol. Hier kun je weinig verandering in brengen en moet je leren mee leven.

    • De aangeboren eigenschappen: volgzaam versus dominant, angstig versus moedig. Aan deze eigenschappen kan er gewerkt worden.

    •  De aangeleerde eigenschappen (van de moeder, van de andere paarden en van de mens) zoals het volgen van de leider, niet bang te zijn voor de hoefsmid, het opgaan van een trailer, het rustig blijven in het verkeer, niet in paniek gaan bij het horen van muziek, geen angst hebben van andere dieren, enzovoort. Ook aan deze eigenschappen kan er gewerkt worden.

  11. Herken angstsignalen bij je paard: Wanneer een paard zijn staart tussen zijn billen geklemd houdt dan is dat in de meeste gevallen een teken van angst of nervositeit. Maar als hij het alleen doet tijdens het rijden kan het ook zijn dat hij ergens pijn heeft. Het is in ieder geval belangrijk om goed op te letten wanneer hij het doet en of het vermindert als hij losgewerkt is, dan kun je er ook beter achter komen waarom hij het doet. Zwiepen met de staart is ook zo’n duidelijke manier van vertellen dat iets niet past. Ook hier geldt dat je vooral moet proberen te achterhalen wanneer je paard zo veel zwiept, om te kunnen begrijpen waarom. Een keertje met zijn staart zwiepen hoeft niet veel te betekenen, maar negeer veel zwiepen niet, want hij doet het niet voor niets.
  12. Kauwen en likken: Het is vaak een teken dat een paard zich ontspannen voelt en accepteert wat er met hem gebeurt als hij gaat kauwen en likken. Dit is makkelijker te zien wanneer een paard in de stalgang staat en hij wordt bijvoorbeeld gemasseerd, maar hij kan het ook tijdens het werk doen.
  13. Let op voor veel geeuwen: Een paard geeuwt niet zo snel terwijl hij aan het werk is, maar eerder ervoor of erna. Een keertje geeuwen kan gewoon uit verveling of vermoeidheid komen, maar als een paard veel geeuwt dan moet je wel even extra opletten. Buitensporig geeuwen kan namelijk betekenen dat een paard pijn heeft of zich niet lekker voelt. Het is iets dat veel voorkomt bij paarden met maagzweren en bij gevallen van koliek. Opletten dus.
  14. Luister naar je paard: Plak geen labeltje op je paard, maar kijk met interesse naar zijn gedrag. Als je jouw paard op voorhand al beschrijft als ‘lui’, ‘stout’ of ‘sensibel’, lukt het je nooit om dat beeld van hem los te laten. Zo stopt je nieuwe springpaard echt niet ineens voor een hindernis om jou te pesten of uit te proberen, maar omdat hij je iets wil vertellen. Luister dus niet alleen naar je paard, maar laat hem ook weten dat je hem begrijpt en hem wilt helpen. Dit maakt dat je paard zich op zijn gemak voelt en daarmee de moed en het vertrouwen krijgt om samen met jou te doen wat je van hem verlangt.
  15. Zorg voor contact met soortgenoten: Paarden zijn kuddedieren en zijn heel sociaal ingesteld. Ze hebben gewoon het contact met soortgenoten nodig of ze zullen zich eenzaam en depressief voelen. Als je paard op stal moet staan, zorg er dan voor dat het naast een paard staat waarmee hij een goede band heeft en dat ze elkaar kunnen aanraken.
  16. Als het mogelijk is, houd dan meer dan 2 paarden bij elkaar: Dit vergroot de kans van slagen om een paard weg te halen, zonder dat de andere van slag raken. Dit werkt niet altijd, omdat paarden soms met verschillende leden van de groep een band krijgen. Over het algemeen werkt deze methode wel, omdat de meeste paarden simpelweg een hekel eraan hebben om alleen gelaten te worden. Als je paarden altijd samen zijn, en je laat er plotseling een alleen in de wei zonder maatjes in de buurt, dan is die logischerwijs van slag. Een ander maatje in de buurt, zal waarschijnlijk helpen om zich prettiger te voelen.
  17. Geef je paard vrijheid: Vrijheid om te bewegen is voor je paard erg belangrijk. Paarden grazen van nature zo’n veertien uur per dag, dus een paard wat hele dagen op stal staat is over het algemeen geen blij en ontspannen paard. Geef hem elke dag genoeg beweging zodat hij zijn energie kwijt kan en eventuele stress eruit kan lopen. Je kan rijden, wandelen, grondwerken, longeren of losgooien. Houd hierbij rekening met de conditie van je paard. Als je hem overvraagt, levert dat juist stress op.
  18. Ga regelmatig bij je paard zitten in een omgeving waar hij ook van je weg kan. Lees eventueel een boekje, ga puzzelen of iets anders als je het lastig vindt om enkel te zitten.
  19. Praat tegen je paard: communiceer met hem. Een paard communiceert immers ook, maar op een andere manier. Paarden hebben een taal onderling, hoe kan het anders dat 1 paard zijn oren plat legt en de ander weet dat hij weg moet gaan? Het is geen gesproken maar een visuele taal.Leer meer over je paard: Leer meer over hun visuele taal. Bestudeer alle facetten: oren, ogen, mond, benen, staart enzovoort. Je zal merken dat ze er zoveel mee vertellen.Verdiep je in zijn belevingswereld: Bekijk de conversatie vanuit zijn standpunt! Wij vinden de redenatie van een paard al snel “stom”. Dit is omdat de belevingswereld van een prooi en roofdier enorm verschillen. Hoe ziet een paard? Hoe voelt een paard? Hoe denkt een paard? Hoe werkt zijn geheugen? Laat altijd horen of voelen waar je bent of wat je gaat doen.
  20. Let bij het praten op de intonatie van je stem: Je paard luistert naar de intonatie van je stem. Hij begrijpt de woorden niet maar zal op dan duur de link maken met hetgeen je zegt en de handeling die erop volgt. Praat dus tegen je paard op een vriendelijke, rustige en ontspannen manier.
  21. Gedraag je rustig in de buurt van je paard: Paarden voelen je perfect aan, dus als jij je onrustig en zenuwachtig zal gedragen, gaat je paard dag gedrag ook vertonen. Zorg ook altijd voor een rustige omgeving voor jou en je paard. Een paard kan niet klokkijken en weet niet dat je hebt moeten overwerken, of dat je over een uur op een heel belangrijk feestje wil zijn. Als je hijgend de stal binnen stampt, een zadel op zijn rug smijt en de singel in één beweging op gaatje ‘strak’ trekt, betekent dat voor je paard maar één ding: paniek. Er is vast iets heel ergs aan de hand, want normaal ben je veel rustiger. Dikke kans dat je paard ineens nog veel minder meewerkt dan normaal, want je haastige gedrag maakt hem ook nerveus en onzeker. Heb je haast? Haal dan een paar keer diep adem voordat je de stal binnenloopt om je zenuwen onder controle te krijgen. Of ga een keer iets doen wat je minder tijd kost: alleen even poetsen of een eindje wandelen. Zo houd je het voor jullie allebei gezellig.
  22. Kijk je paard aan met een zachte blik: Je paard let op de manier waarop je kijkt. Als je gefixeerd naar iets kijkt waarvan je denkt dat je paard bang is, dan maak je het paard ook bang. Probeer met zachte ogen te kijken. Je gezichtsveld verruimt en je paard merkt dat het enge ding niet gevaarlijk is en het zal niet paniekerig worden.
  23. Let op je ademhaling: Je paard let op de manier waarop je ademt. Als we zenuwachtig of bang zijn dan gaat onze ademhaling versnellen of we houden we onze adem in. Je paard merkt dit onmiddellijk want onze spieren verkrampen. Controleer je ademhaling en tracht zelf rustig te blijven. Adem heel langzaam vanuit de buik en je zal direct merken dat je paard ook rustiger wordt.
  24. Ademhalingsoefening voor ruiters:
    • Deze oefening is zeer geschikt voor ruiters en duurt slechts 5 minuten.

    • Stel een timer in op 5 minuten.

    • Ga rechtop zitten op een stoel met je beide voeten plat op de grond.

    • Adem dan drie keer langzaam en diep in en uit, waarbij het uitademen langer duurt dan het inademen.

    • Adem daarna gewoon en concentreer je enkel op je ademhaling tot de timer afgaat.

    • Als je merkt dat je gedachten afdwalen, en dat gaat zeker gebeuren, want dat is juist het moeilijke van de oefening, concentreer je dan opnieuw op alleen je ademhaling.

    • Doe dit tot de timer afgaat.
    • Nu zal je hoofd weer leeg zijn en kan je je compleet focussen op je paard.
  25. Draag zo weinig mogelijk sieraden: Paarden kunnen eraan knabbelen, wat nare gevolgen kan hebben voor jou en/of het paard.

  26. Draag stevige schoenen/laarzen: Paarden kunnen namelijk wel eens op je tenen gaan staan.

  27. Draag geen loshangende kleding: Paarden houden ervan om aan alles te frunniken met hun tanden en voor je het weet heb je een beet vast.

  28. Geef je paard de tijd: Het is logisch dat je paard het niet binnen een keer begrijpt. Blijf vooral rustig en neem je tijd om een goede band op te bouwen met je paard. Het kost ook gewoon tijd om het vertrouwen te winnen. Dat proces kun je niet versnellen. Wordt vooral niet ongeduldig of boos, want dat werkt alleen maar averechts.
  29. Leef in het hier en nu: Paarden leven in het nu. Als je bij hen bent, dan denken ze niet aan gisteren of wat ze straks zullen doen als je weer weg bent. Ze beleven het moment ten volle. Om in diezelfde vibratie te komen en daardoor een groter gevoel van eenheid te hebben,moet je jezelf leren om in het nu te zijn.
  30. Maak geen veronderstellingen: Een paard leeft van moment tot moment. Maak dus geen veronderstellingen dat het steeds hetzelfde gedrag gaat vertonen. Een paard wordt op de wei ook niet steeds op dezelfde plaats wakker. Leer ook je paard geen veronderstellingen te maken. Streef naar creativiteit. Bijvoorbeeld als je op wandeling gaat en je keert steeds op eenzelfde plaats terug dan gaat je paard na een paar maal niet meer verder willen en zich spontaan omdraaien.
  31. Help je paard ontspannen: Je paard gaat bij stress van nature met zijn hoofd omhoog. Je kan hem helpen om uit die stressreactie te komen door met je hand het hoofd laag te vragen. Het is belangrijk dat je de druk langzaam opbouwt als je het hoofd van je paard naar beneden wil brengen. Ga niet in één keer keihard duwen of aan het halster trekken. Bouw het geleidelijk op, houd de druk op een gegeven moment gelijk en wacht dan tot hij wijkt voor druk. Meteen op dat moment haal je de druk direct weg. Dat kan bij sommige paarden best lang duren, zeker als ze gespannen zijn. Houd het hoofd van je paard echter nooit geforceerd naar beneden, dan zal hij zich juist opgesloten voelen, wat voor meer spanning zal zorgen. Geef hem de kans om zijn hoofd weer omhoog te doen en begin dan gewoon rustig opnieuw met zijn hoofd laag vragen.
  32. Denk eraan dat je paard gevoelig is: Een paard is een prooidier. Dat betekent dat hij continu op zijn hoede moet zijn: elk geluidje en elke beweging kan betekenen dat er een tijger op de loer ligt. Daarom is een paard uitgerust met zeer gevoelige zintuigen, zoals ontvangers voor druk en pijnprikkels in hun vacht en huid. Deze ontvangers staan scherp genoeg afgesteld om een vliegje te voelen, dus ook iedere beweging die de ruiter op zijn rug maakt wordt geregistreerd.
  33. Benader je paard op de goede manier:
    • Benader een paard nooit van achter

    • Laat met je stem horen dat je eraan komt

    • Let op het gedrag van het paard (oren, ogen, achterhand)

    • Let op de andere paarden in de kudde

    • Let op je omgeving

    • Benader je paard nooit met opgeheven hand, dat is bedreigend voor hem

    • Benader je paard met een laag en omgekeerd hand (handpalm naar boven gericht)
    • Laat je paard eerst rustig aan je hand snuffelen
    • Maak geen bruuske bewegingen
    • Wil je je paard een 'beloning' voeren, doe dat dan altijd met vlakke hand (handpalm naar boven) en vingers gestrekt
  34. Geef je paard veel beweging: In het wild leggen paarden20 tot 50 km per dag af. Een uurtje gaan rijden als dagelijkse beweging is dus niet voldoende. Je bent je paard minstens dagelijkse weidegang verschuldigd en daarnaast heeft hij nog extra fysieke stimulans nodig onder de vorm van omgang en spelen met soortgenoten.
  35. Maak wandelingen met je paard: Als je paard jouw vertrouwen nog niet gewonnen heeft, dan kan het moeilijk of zelfs gevaarlijk zijn om langere periodes op hem te rijden. Maar dat betekent niet dat je niet met je paard de stal uit kunt. Neem je paard mee op een lange wandeling door de bossen, waarbij je hem aan de teugels leidt zoals je een hond aan een riem houdt. Dit kan je paard laten wennen aan met jou op pad gaan en door jou geleid worden.
  36. Geef je paard onbeperkte toegang tot tot ruwvoer: gras, hooi, stro, kruiden, takken, twijgen, bladeren. Een paard dat langer dan 6 uur zonder ruwvoer zit, kan last krijgen van maag- en spijsverteringsproblemen.
  37. Geef je paard ook stro en hooi, zo kan hij ook tijdens de nacht blijven dooreten. Dit zorgt ervoor dat zijn maag nooit leeg is.
  38. Geef je paard geen groenten die gassen vormen: zoals kolen of spruitjes.
  39. Geef je paard nooit planten uit de nachtschade-familie: waaronder uien, aardappelen, tomaten, aubergines en paprika's.

  40. Geef snoepjes altijd met mate: Als je te veel of te vaak snoepjes geeft, kun je ook problemen veroorzaken, zoals constant voer verwachten, wat kan leiden tot happen.
  41. Laat je paard zoveel mogelijk grazen.Probeer je weides op een zo natuurlijk mogelijke manier te onderhouden, dus zo weinig mogelijk kunstmatige meststoffen en sproeistoffen.
  42. Geef je paard een zoutsteen om aan te likken. Deze voorziet je paard van de nodige vitaminen en sporenelementen.
  43. Paarden zijn herbivoren en dol op appels en wortels.
  44. Voel je paard af: Voel iedere dag even je paard af met je handen. Dit kun je gebruiken om even te checken of er geen rare dingen zijn aan je paard (wondjes of iets anders). Het is even heel gefocust je aandacht op je paard richten vanuit het goed willen zorgen voor je paard. Bovendien vinden paarden dit afvoelen vaak heerlijk.
  45. Vergeet niet om grenzen te stellen: Als je je paard knuffelt en in de watten legt zonder dat je grenzen stelt, dan heb je een grote kans dat hij zich dominant gaat voelen over jou. Als hij zijn hoofd weg gaat draaien en tegen je aan botst in de stal of bij het lopen aan de hand, dan is dat een duidelijke boodschap: hij respecteert jouw ‘ruimte’ niet meer en neemt de dominante rol in in het team. Grenzen moet je dus stellen voordat je aan het ‘knuffelen’ begint, ook als je dat op de juiste manier doet. Wanneer het paard de leiding heeft in jullie team, dan zijn daar veiligheidsrisico”s aan verbonden. Je krijgt dan problemen als je iets van hem vraagt wat hij niet wil. Als hij de baas is in de tijd dat je met hem in stal bezig bent, dan is het niet erg waarschijnlijk dat hij jouw rol als leider nog accepteert op het moment dat je een voet in de beugel zet.
  46. Wees altijd assertief: Je moet streven naar een paard dat wil doen wat jij wilt, maar alleen als het paard daar zelf voor kiest. Dit kun je bereiken door:
    • wat je niet wilt moeilijk en oncomfortabel maken voor het paard.
    • wat je wel wilt, aantrekkelijk en gemakkelijk maken voor het paard.
  47. Knuffel je paard vaak: Knuffel met je paard waar hij/zij dat lekker vindt. Bij de oren, onderaan de hals, de kin, onder de staartwortel, op de schoft, ieder paard heeft zijn eigen favoriete plek(ken).
  48. Aai of krab je paard: Aai of krab je paard, maar klop hem niet. Kloppen is niet iets wat paarden bij elkaar doen in het wild. Aaien en krabben bootsen de manier waarop paarden elkaar wrijven in het wild na, en het is de beste manier om een angstig paard te kalmeren en te laten wennen aan jouw aanraking.
  49. Kalmerende aanrakingen: Raak het paard aan. Neem de oren van het paard in je hand en masseer het topje van het oor. Dit kalmeert en verzacht ook pijn. Ook drukken aan de binnenkant van de elleboog kan kalmerend werken. Zachtjes drukken en ronddraaiende bewegingen maken met je wijsvinger, onder de binnenste ooghoek van het paard, werkt ook kalmerend en pijnstillend.
  50. Groom je paard: Paarden groomen mekaar enkel en alleen wanneer ze een goede band hebben. Dus als jij je paard groomt maak je hierdoor duidelijk dat je niet alleen een verzorger/trainer bent, maar ook een vriend. Groomen is niets anders dan krabbelen, friemelen en wrijven daar waar het paard dit het liefste heeft. Meestal is dit in de manenkam en rond de schoft.
  51. Doe aan grondwerk met je paard: Grondwerk is een verzamelnaam voor alle oefeningen waarbij jezelf op de grond staat en werkt met je paard. Het is een manier om vertrouwen te scheppen, respect te verkrijgen, leiderschap te ontwikkelen en echte vriendschap op te bouwen. Zonder grondwerk heb je geen goede basis om op verder te bouwen.
  52. Grondwerk oefening leiden: Bij deze oefening dient het paard je te volgen. Je loopt schuin voor het paard en het paard volgt op basis van respect en vertrouwen. Als je paard niet meeloopt of je juist inhaalt, loop dan 180 graden de andere kant op. Als je paard opdringerig is, kun je ruimte maken door het uiteinde van je lijn als het ware als een staart te gebruiken en daarmee heen en weer te zwiepen.
  53. Grondwerk oefening halt houden: Als je stopt, moet het paard direct dezelfde beweging uitvoeren en halt houden. Deze oefening voer je uiteindelijk met de rug naar het paard toe uit. Als je paard niet meteen stopt, is het aan te raden deze oefening met je gezicht naar het paard toe te doen waarbij u 2 of 3 meter afstand houdt. Dan richt je jezelf op en doe je je handen omhoog.
  54. Grondwerk oefening achterwaarts: Je zet druk op de neus en op de boeg en vraagt het paard achteruit te gaan. Wijkt het paard voor de druk, dan laat je de druk los en beloon je het paard. Het doel is uiteindelijk druk te geven zonder aanraking en dat het paard op basis van uw energie achterwaarts gaat. Deze oefening is goed voor de dominantieverhouding: een in rang lager individu wijkt altijd voor een hoger in rang staand individu.
  55. Grondwerk oefening voorwaarts-neerwaarts: In de natuur heeft een hoge oprichting van hoofd en hals met psychische opwinding te maken, terwijl een voorwaarts-neerwaarts gehouden hoofd bij ontspannen paarden te zien is. In deze houding kan het paard ook geen adrenaline aanmaken. Vraag het paard te wijken voor druk achter de oren. Als het paard zijn hoofd laat zakken, haal je de druk weg en beloon je het paard.
  56. Grondwerk oefening stelling: Stelling is de buiging van het hoofd/halsgebied naar links of rechts.

    Je vraagt beetje bij beetje stelling, waarbij het paard stil moet blijven staan. Als het paard de stelling in losgelatenheid aanneemt, laat je zelf de druk los. Je ziet daarbij dat de buiging doorwerkt in de gehele wervelkolom en de heup iets naar voren komt.

  57. Grondwerk oefening buiging: Elk paard heeft van nature een soepele en minder soepele kant, doordat de spieren aan een kant minder lang zijn. Om het paard aan beide kanten gelijk te krijgen, vraag je het paard om in stap op een volte te lopen. Je vraagt daarbij stelling, waardoor de spieren aan de buitenzijde zich verlengen en aan de binnenzijde aanspannen. Je vraagt tegelijkertijd het hoofd voorwaarts neerwaarts zodat de rugspieren ontspannen en de buikspieren aanspannen.
  58. Grondwerk oefening ondertreden: Doordat het paard van nature ongelijk ontwikkeld is, gebruikt het altijd één achterbeen het liefst als stuwend been en het andere als dragend been. Als het paard zich in de lengte naar beide kanten goed laat buigen, gaat het paard hierbij steeds zijn binnen achterbeen als dragend been gebruiken. Zo leert het paard met elk binnen achterbeen onder het zwaartepunt te treden, wat zo belangrijk is voor het dragen van de ruiter. Het paard heeft nu geleerd voorwaarts neerwaarts te lopen, in de lengte te buigen en met zijn binnen achterbeen onder de massa te treden, zodat met het longeren aangevangen kan worden.
  59. Biedt je paard veiligheid: Een paard is een prooidier en een vluchtdier.  Dat betekent dat een paard heel alert is en snel kan schrikken. Ook gedomesticeerde paarden hebben dit nog steeds.  Wanneer ze angstig worden willen ze het liefste weglopen (vluchten). Het is dus belangrijk dat je daar rekening mee houdt en dat je je paard zo goed mogelijk helpt om zich aan te passen aan de mensenwereld, waar dan wel geen bergleeuwen of wolven jacht op hem maken, maar wel er wel veel andere “gevaren” loeren in de belevingswereld van het paard.  Denk maar aan loslopende honden, auto’s en vrachtwagens, een luchtballon die overvliegt, een paraplu, wapperend plastiek… Het doen van grondwerk zal ervoor zorgen dat het paard rustig kan blijven in moeilijke situaties waardoor het minder geneigd zal zijn om te vluchten moest het angstig worden door iets in de omgeving.
  60. Doe eventueel ook schriktrainingen: Het doen van schriktraining is een hele goede manier om het paard te laten wennen aan voor hem enge dingen, hem te tonen dat jij rustig en geaard blijft en dat het dus allemaal ok is. Verder is het gymnastiseren van paarden ook een manier om het paard te leren zich te ontspannen onder de ruiter, zodat het paard ook minder kijkerig is en minder snel schrikt tijdens het rijden. Wanneer het toch schrikt zal je jouw paard onder controle kunnen houden omdat het paard geleerd heeft om goed te reageren op jouw hulpen. 
  61. Werk stap voor stap: Je moet een goede fundering bouwen, waarop je later een stevig huis neerzet. Als de fundering wankel is, stort je huis in en is alles verloren. Zadelmak maken doe je maar een keer. Paarden onthouden nare ervaringen en deze moet je dus voorkomen door pas de volgende stap te zetten als de vorige echt is bevestigd.
  62. Zorg voor stimulans: Paarden hebben mentale stimulansen nodig en dat hebben ze te weinig als ze altijd in dezelfde omgeving vertoeven.Een gouden raad is dus: trek er zo vaak mogelijk op uit met je paard. Zo bied je hem meer afwisseling, want elke dag in dezelfde weide en stal moeten vertoeven en dat dag in, dag uit kan wat saai zijn.
  63. Bescherm je paard: Paarden die een goede band hebben met elkaar nemen het op voor elkaar. Zo kunnen ze jaloers zijn als een ander paard hun beste vriend wil benaderen en dan sturen ze dat ander paard weg. Of als ze zien dat een paard hun vriend bedreigt gaan ze tussen hun vriend en zijn “belager” staan. Vaak heeft het ook gewoon met de rangorde te maken: het ranghogerpaard vraagt aan het ranglagerpaard om plaats te maken. Als jij in de weide bent, samen met je paard, kan het zijn dat andere paarden jouw paard benaderen om hem op te drijven of weg te sturen. Dan is het slim om deze paarden zelf weg te sturen.
  64. Probeer je gevoelens niet te verbergen voor je paard: Ze merken aan jouw spierspanning, ademhaling en micro gezichtsmimiek hoe jij je echt voelt, ook als je het probeert te verbergen door een schijnbaar andere houding aan te nemen. Als jij je bijvoorbeeld onzeker of bang voelt, maar toch doet alsof je het allemaal wel weet en een stoere houding opzet, dan kunnen paarden zenuwachtig of wantrouwig worden. Dat komt omdat ze niet weten wat ze van jou kunnen verwachten.
  65. Wees een leider en een vriend: In de paardenwereld wordt het woord “leiderschap” te pas en te onpas gebruikt. Onze hersenen doen ons graag geloven dat we moeten controle houden, maar de waarheid is dat je het leiderschap van het paard krijgt of niet krijgt. Het paard geeft je zijn vertrouwen wanneer het ervaart dat je hem veilig kan houden. Dat zeggen hem zijn hersenen, dat is zijn instinct. Het kost tijd en geduld om een vertrouwensrelatie te ontwikkelen, maar het resultaat is een paard dat je toestaat om beslissingen te nemen, omdat je bewezen hebt dat je goede keuzes maakt, vanuit je kalmte en innerlijke rust. Paarden zullen iemand volgen die voor hen een veilige omgeving creëert. Een leidersfiguur wordt je niet door te domineren, wel door het juiste voorbeeld te geven, een plan te hebben,  in elke situatie rustig en zelfzeker te blijven, waardoor anderen er zelf voor kiezen om jou te volgen.
  66. Wees altijd duidelijk tegen je paard: Jij vraagt en je paard doet wat jij gevraagd hebt. Als jij onduidelijk bent over je wensen, zal je paard niet weten wat er van hem verlang wordt. Boos worden op je paard is nooit een goed idee! Je maakt het dier enkel onzeker en dat is niet eerlijk tegenover hem. De fout ligt op dat moment bij jou en niet bij je paard. Wat kan je doen als je je gefrustreerd voelt en je het gevoel hebt dat je paard niet doet wat je wilt?
    • Doorbreek de vicieuze cirkel en stop met opnieuw proberen.
    • Concentreer je op je ademhaling om tot rust te komen.

    • Werk het niet uit op je paard, stap desnoods af alvorens het escaleert.

    • Doe aan zelfreflectie en kijk naar jezelf.

    • Denk aan de dingen die goed gingen.

    • Wees dankbaar voor al wat er wel is.

  67. Maak gebruik van een hartslagmeter: Mensen die met een hartslagmeter rijden worden ook bewuster van wat ze juist vragen van hun paarden. Veel mensen denken soms dat ze veel van hun paard vragen, maar dit is niet altijd waar. Dit komt eigenlijk omdat de hartslag van de ruiter zelf hoog is gegaan. en hartslagmeter kan je niet alleen helpen bij het opbouwen van de conditie van je paard. Hij kan je zoveel meer vertellen of je paard bijvoorbeeld pijn heeft of niet. Als je paard pijn heeft, zal zijn hartslag automatisch hoger zijn dan je gewoon bent. Als je weet dat je paard in draf 110 slagen per minuut heeft en morgen plots 130 slagen per minuut laat zien, weet je dat er ergens iets niet juist zit.
  68. Wees altijd zo positief mogelijk tegen je paard: Leuke, positieve ervaringen zullen je perceptie veranderen en je helpen om te ontspannen. Geniet van kleine dingen, bijvoorbeeld je paard dat aan de poort van de weide hallo komt zeggen, het gefrunnik van zijn neus overal aan je lijf. Gebruik lieve woordjes voor je paard en geniet van elk moment dat jullie samen zijn.
  69. Ontspan voor je gaat trainen met je paard: Als je al gespannen aan je trainingssessie begint, dan heb je meer kans dat je je gaat ergeren aan jezelf en aan je paard.  Dus probeer die innerlijke rust al te voelen vooraleer je naar je paard toegaat.  Neem de tijd voor een (korte) meditatie, doe enkele ademhalingsoefeningen of maak een wandeling waardoor je gedachten tot rust komen.  10 minuutjes extra tijd daarvoor nemen doet al wonderen. Zorg voor innerlijke rust in je dagdagelijkse leven.
  70. Besef dat een gemeen en/of stout paard niet bestaat: Zij kunnen geschaad zijn en gedragingen in zich hebben vanuit het verleden of het heden die de interactie bemoeilijken. Zij kunnen extreem getraumatiseerd zijn dat het lijkt alsof ze des duivels zijn, maar ze hebben geen verborgen agenda. Hoe meer je je paard ruimte geeft om zich goed te voelen (dat kan zijn door net te begrenzen), om zijn ware zelf te kunnen uitdrukken, hoe meer liefde hij in de wereld kan brengen. Paarden hebben niet dezelfde hang naar projecties als mensen. Het zijn wezens die een onvoorwaardelijke liefde in zich dragen, omdat zij geen verlangen hebben om anderen emotioneel te kwetsen voor hun eigen (imaginaire) voordeel en zij geen liefde geven om liefde terug te krijgen. Een paard is een kuddedier en zoekt altijd naar verbinding, ook al lijkt dat soms niet zo… Zij vragen zich niet af wat denkt die mens nu van mij? Zij weerspiegelen en reageren enkel op wat er is. Een boze mens zullen zij niet als fijn ervaren, maar zij spelen geen manipulatieve emotionele spelletjes. Zij hebben een ander perspectief. Maar zij kunnen wel conclusies trekken, zien relaties tussen oorzaak en gevolg. Zij zullen dan ook reageren volgens wat zij keer op keer ervaren hebben.
  71. Wees altijd lief tegen je paard: Het is helemaal niet gek om lief tegen je paard te praten terwijl je hem aan het borstelen bent of om je paard aan het einde van de les uitgebreid te bedanken. Hij heeft tenslotte het beste van zichzelf gegeven, fysiek en mentaal. Jouw gelukkig zijn geeft je paard een goed gevoel. Het zal meer gemotiveerd zijn om de volgende keer met jou samen te werken.
  72. Maak je paard mooi: Borstel je paard, gebruik eventueel een beetje glansspray, maak zijn benen en voeten modder- en zandvrij. Pluis voorzichtig staart en manen uit en gebruik wat ontwarproduct. Eventueel de manen eens mooi vlechten? Kies een mooi dekje bij je zadel en terwijl je zelf natuurlijk niet properder wordt van al dat poetsen, probeer toch zelf ook zo net mogelijk te paard te gaan. Lekker vertroetelen en mooi maken voor de start van een trots en gelukkig gevoel samen, voorafgaand aan de training.
  73. Wees altijd trots op je paard: Als je aankomt, bekijk je paard dan goed. Bedenk waarom je juist voor hem gekozen hebt. Denk aan alle fijne en mooie momenten die jullie reeds gehad hebben samen en kijk naar je paard, wat is er mooi aan hem? Alles? Jazeker! Denk er aan hoe fantastisch gelukkig je bent dat je met hem mag werken. Bekijk hem, zijn ogen, zijn oren, zijn vacht, zijn kleur, bekijk alles van top tot teen en geniet van de pracht dat het wezen paard in feite is. Vertel je paard hardop hoe mooi hij is en hoe verliefd je op hem bent en hoe blij dat hij in je leven is. Vertel het hem altijd als je er bent. Je zult zien dat hij die gevoelens en die ‘vibes’ oppikt en zich direct al vrolijker en mooier begint te presenteren in de stal, weide of paddock.
  74. Behandel je paard met respect: Een succesvolle relatie tussen twee individuen komt natuurlijk van twee kanten. Het is dus ook belangrijk dat in de relatie met een paard, het respect van twee kanten komt. Uiteraard moet het paard respect hebben voor de mens en moet het de persoonlijke ruimte van de mens respecteren. Maar wat vaak vergeten wordt en wat net zo belangrijk is, is dat de mens ook respect moet tonen naar het paard. Denk er bijvoorbeeld eens over na hoe vaak je op een paard afstapt en het begint te aaien zonder eerst kennis te maken met het paard? Hoe zou jij het vinden als er een wildvreemde op je af stapt en je direct begint te knuffelen, zonder nog maar een woord gewisseld te hebben?
  75. Accepteer wie je paard is: Je paard is uniek, een dier met eigen karaktertrekken en eigen gevoelens en willetjes. Laat je paard zijn wie hij is zonder hem te willen veranderen. Van je paard denk je misschien dat hij te lomp is of te lui, te stijf beweegt of te nieuwsgierig is bij een buiten rit. Veel van die zaken zijn echter veranderbaar, dus waarom zou je jezelf er druk in maken? Neem desnoods les, lees boeken, en kijk dvd’s. Oefen en neem je tijd.  Niemand, jijzelf niet noch je paard, hoeft perfect zijn.
  76. Houd rekening met het karakter van je paard: Sommige paarden houden ervan om alles in de gaten te houden en staan het liefst op een druk plekje. Andere paarden houden van rust en stilte. Daarom is het belangrijk dat het plekje van je paard past bij zijn karakter en waar hij zich veilig voelt.
  77. Vergeet nooit om je paard te bedanken: Bedank je paard oprecht voor alles wat hij voor je doet. Vaak wordt het allemaal maar vanzelfsprekend gevonden dat we op onze paarden rijden en dat ze maar alles voor ons doen of proberen te doen, maar dat is het helemaal niet. Wees dus super dankbaar voor alles wat je fantastische lieve en mooie paard voor je doet. Ook als je paard moeilijk doet, vergeet niet dat hij niet geboren is jou te dienen, maar dat alles wat hij voor je doet een cadeautje is. Als je paard moeilijk doet, heeft hij daar zijn redenen voor.
  78. Beloon positief gedrag met je stem of geef hem wat lekkers: Leg de nadruk niet continu alleen op het corrigeren van negatief gedrag.
  79. Ga niet alleen naar je paard toe om met hem te werken: Breng tijd met hem door zonder dat je iets (moeilijks) van hem vraagt. Ga ook eens de wei of stal in om hem gewoon alleen te aaien of om rustig in de buurt van je paard rond te hangen.

  80. Houd regelmaat in alles wat je met je paard doet: Verander je gewoontes ook niet als je je paard naar een nieuwe plek verhuist.

  81. Herhaal oefeningen meerdere dagen achter elkaar voordat je doorgaat naar een volgende stap.

  82. Zorg voor afwisseling: Als je paard heel wat tijd op stal moet doorbrengen, overweeg dan eens om hem mentale uitdaging te geven. Dat kan je doen door speeltjes aan hem te introduceren. Of je kan voer verstoppen in de stal, zodat hij op zoek moet. Dat zal hem helpen om te ontspannen en bezig te blijven.
  83. Zorg voor een propere stal: Een keer per week uitmesten en daarbij al het schone stro naar de zijkant leggen, is op zich een prima methode en frequentie. Dagelijks de mestballen en zo nodig natte plekken verwijderen is natuurlijk nog beter, maar niet altijd haalbaar. Het is wel belangrijk de stalbodem te laten drogen voor je alles weer opstrooit, gezien de vocht-voorliefde van bacteriën. Bacteriën en virussen kunnen doorgaans slecht tegen droogte. Daarnaast is het goed om de stal, minimaal één keer per jaar, grondig schoon te maken. Met water en een borstel.
  84. Geef je paard een massage: Als je wat basistechnieken van paarden masseren leert, kun je je paard laten ontspannen en hem beter in zijn vel laten zitten. Een goede basis voor een goede band.
  85. Ga met je paard op avontuur: Spring eens over die boomstam in het bos, rijd eens met je paard op een andere locatie of ga op wedstrijd. Door af en toe wat anders te doen met je paard, leer je hoe hij op andere situaties reageert en daardoor leren jullie elkaar beter kennen. Hoe meer jullie op elkaar ingespeeld raken, hoe beter jullie band wordt.
  86. Niet iedereen kan een jong paard africhten: Je moet een bepaalde handigheid en ervaring in je rijden hebben om dit goed te kunnen doen. Onder begeleiding zullen er zeker ruiters zijn die dit prima kunnen leren. Echter zijn er ook ruiters bij die bijvoorbeeld onzeker zijn of bang, of misschien niet het gevoel hebben om hulpen op de juiste manier te doseren en dat kan bij jonge paarden te veel stress opleveren met alle gevolgen van dien.
  87. Let op voor singeldwang: Als je paard flipt of zich heel erg spant als je de singel omdoet, noemen we dat singeldwang. Hij doet dat dan niet alleen bij de singel van het zadel, maar ook bijvoorbeeld bij een longeer singel. Alles wat over het borstbeen, de voorste ribben en de schoft heengaat, waar de singel druk geeft, doet hem pijn. Bij singeldwang is het los omleggen van de singel al genoeg om een reactie te veroorzaken. Een slecht passend zadel geeft vaak minder problemen in het gebied van de singel, maar meer op de rug, onder de kussens of de schoft, waar het drukt als de boom te wijd is. De oorzaak komt meestal van binnenuit. Het is bijna altijd een lichamelijk probleem. Als een paard last van zijn maag, lever, middenrif, borstbeen, schouder of ribben heeft, voelt hij dat extra als daar druk op komt te staan. Hij ervaart pijn, het is niet iets psychisch.
  88. Blijf bij jezelf: Wees authentiek, wees eerlijk, doe je niet anders voor dan je bent en zorg ervoor dat je intentie zuiver is en niet egoïstisch.
  89. Als je paard meedoet met wedstrijden: Zorg dan dat alles in orde is. Zorg dat het paspoort van je paard in orde is. Zorg dat je de entingen mooi op tijd kloppend hebt. Het zou zonde zijn als je door zoiets gediskwalificeerd zou worden. Probeer ook afspraken zoals de hoefsmid zo te plannen dat het goed uitkomt met je wedstrijd. Ga voor jezelf na wanneer jouw paard het fijnst is. Voor het ene paard is dat enkele dagen na het bekappen of beslaan, voor een ander paard is dat twee weken na die tijd. Zorg dat je dit te weten komt en pas je planning hier op aan. Ook voor toiletteren geldt: begin hier niet op de laatste avond mee. Een paar dagen van te voren toiletteren scheelt een hoop stress voor jou en je paard.
  90. Boots de wedstrijd na bij de training: Houd in je training rekening met de opbouw naar de wedstrijd toe. De week (of weken) voor het concours neem je tijdens de training alvast stukken uit je proef mee. Zoek ook de wedstrijdhouding op en stel je paard ook momenten wat meer bovenin in. Als je M of hoger rijdt, rijd dan ook alvast zonder zweep. Zodat je weet hoe je paard aanvoelt en hoe hij daarop reageert. Hoe meer je thuis van concours nabootst, hoe meer profijt je daarvan zult hebben.
  91. Zo kan je merken dat je paard moe wordt:
    • Je paard vertraagt uit zichzelf in het tempo.

    • Je paard reageert minder goed op je hulpen.

    • Het paard heeft moeite met het rijden van overgangen.

    • Het lijkt of je paard de motivatie kwijt is.

    • De coördinatie van je paard wordt minder. Dit merk je bijvoorbeeld doordat je paard vaker struikelt of doordat hij zijn balans verliest.

    • Je paard springt zomaar over in de andere galop.

    • Je paard is onrustiger in zijn hals en hoofd.

    • Je paard ademt zwaarder.

  92. Bouw het zelfvertrouwen van je paard op: door hem naar datgene te leiden waar hij bang voor is, bijvoorbeeld een riviertje dat over je land stroomt. Gebruik kalmeringstechnieken om je paard te kalmeren en leid hem dan langzaam naar het water. Laat hem naar het water kijken, de oever besnuffelen, en als hij zich eenmaal op zijn gemak voelt om het water in te stappen, laat je hem even in het water stilstaan zodat hij begrijpt dat het geen bedreiging is.
  93. Herken je eigen angsten: Als je paard niet geleerd heeft jou te vertrouwen, dan kun je deel van het probleem zijn. Paarden kunnen aanvoelen of een ruiter gespannen of angstig is, en een aarzeling van jouw kant kan veroorzaken dat je paard zijn vertrouwen in jou verliest. Probeer samen met je paard je rijangst onder ogen te zien, waarbij je ontspanningstechnieken en een ontspannende maar zelfverzekerde stem gebruikt. Naarmate je meer op je gemak raakt bij het paardrijden tijdens scenario's die jou voorheen nerveus maakten, zal je paard meer op zijn gemak raken bij het samen met jou onder ogen zien van die scenario's.
  94. Longeer met je paard: Longeren is een ideale manier om je paard of pony te trainen; voldoende beweging te geven, soepel te houden, losser en buigzamer te maken. Met longeren leert het paard om zelfstandig op vier benen te lopen en een goede balans te ontwikkelen. Longeren wordt ook gebruikt om jonge paarden en pony’s te beleren en zadelmak te maken; als opbouw wanneer het paard na ziekte of blessure weer langzaam aan het werk mag of als warming-up en cooling-down na het rijden.
  95. Concentreer je op de dingen die je kan veranderen: Wanneer je een paard hebt waarvan je weet dat hij snel bang is of afgeleid en je bent aan het rijden, dan kan het goed zijn dat je jezelf op de verkeerde dingen gaat focussen. Want als je paard de hele tijd kijkt naar die tractor die heen en weer rijdt of reageert op zijn hinnikende maatje dat nog op stal staat, dan is het verleidelijk om daar ook op te gaan letten, maar daar bereik je niet mee dat hij er minder bang of schrikkerig van wordt. Het heeft niet zo veel zin om je te gaan focussen op dingen waar je geen controle over hebt, omdat je die niet kunt veranderen. Wat juist wel zin heeft, is om je op die dingetjes te gaan concentreren, die je wel kunt veranderen. Denk daarbij aan de nageeflijkheid, het voorwaarts zijn voor je been, het soepel maken en het zorgen dat hij met zijn hoofd bij jou als ruiter is.
  96. Controleer je paard op wormen: Een gezond paard zonder wormen start met het controleren van je  paard of pony op wormbesmetting. In de winter hebben deze vervelende parasieten zich slapende gehouden. Maar wanneer de temperatuur langzaam weer stijgt zullen de eitjes weer uitkomen. De wormen kunnen bij een flinke besmetting behoorlijke schade aanrichten in de organen van je paard of pony. Alle paarden kunnen hier last van krijgen maar vooral veulens en jonge paarden zijn erg kwetsbaar tijdens een wormbesmetting. Er zijn verschillende wormen die bij paarden voorkomen. Eigenlijk kun je ervan uitgaan dat je paard altijd enige wormen bij zich draagt. Wormen voorkomen bij je paard is haast onmogelijk. Zolang deze in hele kleine aantallen aanwezig zijn zullen ze niet voor problemen zorgen. De meest voorkomende wormen zijn:
    • Veulenworm
    • Spoelworm
    • Rode bloedworm
    • Grote Strongyliden
    • Lintworm
  97. Pas op voor vliegen die rondom je paard zwermen in de zomer: Vliegen zijn meestal de oorzaak van ontstekingen aan de ogen bij paarden. Zij voeden zich op de huid en de slijmvliezen van de paarden. In de zomer zie je de vliegen overal op de huid van de paarden zitten. Iedere paardenliefhebber zal het beamen dat dit een echte plaag kan zijn. Soms zitten ze met massa's op het hoofd en de huid van de paarden. De slijmvliezen van de ogen van het paard zijn daar erg gevoelig aan. De ogen zien rood, zijn wat gezwollen en tranen veel. De zwelling kan aanzienlijk zijn. De oogleden kunnen verdikt zijn en de binnenzijde van het ooglid lijkt naar buiten te puilen. Je kan dan een spray gebruiken, maar die werkt maar enkele uren, ook een vlieg deoroller kan hiervoor een oplossing zijn. Heeft je paard geen halster om dan kan je steeds een vliegenkap of vliegenmaskertje bevestigen om het hoofd. Als het te erg wordt van de vliegen gaan ze de wei op met een vliegendeken waar zowel hoofd, hals als het ganse lichaam ingepakt zit.
  98. Zorg voor de juiste afsluiting van de weide: Afsluitingen met houten dwarslatten en daarvoor een elektrische geleiding, zijn ideaal voor paarden. Deze zijn eerder duur, maar voor de paarden zeker het veiligst. Voor elektrische geleiding is er draad, koord of lint beschikbaar op de markt. Wanneer de benen van het paard erin verstrikt raken, heeft dit vaak verschrikkelijke gevolgen. Let er dus op dat het materiaal van je keuze gemakkelijk kan breken. Dat prikkeldraad uit den boze is, hoeft geen verder betoog.
  99. Een gelukkig paard: Bij een gelukkig paard hangt de onderlip slap en staan de oren lichtjes en in een zijwaartse positie naar beneden gericht. Een paard dat zich goed voelt, houdt een achterbeen gebogen en rust op de rand van een hoef terwijl de staart ontspannen naar beneden hangt. Bovendien heeft een ontspannen paard een rustige en gelijkmatige hartslag en een diepe regelmatige ademhaling.
  100. Besef dat jouw paard geweldig is!

    Afbeeldingen zijn afkomstig van Pixabay, video's zijn afkomstig van YouTube

    Lees meer