2004-547       Oude bomen.


Dwalend langs eeuwen oude bomen.

Die kracht uitstralen, ongekend.

Een stilte soms benauwend, is om mij heen.

Ik hou me ogen open en zie het leven om me heen.

Een vogel, die zijn mooiste liedje zingt.

Een konijn dat vrolijk rond springt op het gras.

Een kikker, die brult het hoogste lied.

Ik zucht en zie het leven.

Het leven wat achter me ligt.

Ik lach en zie het leven wat voor me ligt

En denk wat is het leven mooi.

Ik dwaal langs eeuwen oude bomen.

En dan denk ik, kom ik weer terug.

R v Meerten Uit de bundel: Verwondering 2009

26-06-2004