In een overvolle wachtkamer wacht ik op mijn beurt en kijk ik naar de mensen die wachten.

Een wazige blik, teleurstelling is af te lezen op in het scherp getekende gezicht. Vermoeide ogen kijken mij aan, snel wend ik me blik af. In mijn oog hoeken zie ik de man mij aan kijken, zijn lippen bewegen een onverstaanbaar woord glijd over zijn lippen. Ik versta het niet, wil het ook niet verstaan. De deur gaat open en een vrouw stapt naar binnen en neemt plaats naast de man met de vermoeide ogen. Even blijft het stil, de vrouw kijkt rond, kijkt mij aan maar ik beantwoord haar blik niet. Dan richt ze zich naar de man naast haar, duurt het nog lang,  is haar vraag. De man aarzelt, maar de vrouw gaat door, nerveus haar handen wringend.

Mijn medicijnen werken niet, ik wordt gek van mijn gedachten. mijn hoofd is vol met van alles, gek word ik van alle gedachtes. En ik moet zo naar me werk, mijn baas was al boos, ik hoop maar dat ik iets anders krijg. Slapen doe ik ook al niet en ik heb nog wel een hele zware pil ervoor. Dan zwijgt ze en kijkt stil voor zich uit.

 Een overvolle wachtkamer, mensen die onrustig zijn. Wachtend op het verlossen woord, wie is er aan de beurt. De kinderen zijn gedwongen stil te, te zwijgen. Ouders die geen tijd hebben, die constant de tijd in de gaten houden. Want ook zij moeten naar hun werk, boze blikken richting de deur waar achter de dokter zijn spreek uur houdt. Zich afreageren op hun kinderen, want de tijd gaat door. Zich afsluiten voor de gesprekken om zich heen, ook ik probeer alles langs me heen te laten gaan, maar onwillekeurig dringen de woorden tot mij door. Dezelfde klachten, herkenbaar van zichzelf, angst, spanning, stress.

Loading full article...