Perrongeluk: Zwitserse kwaliteit


Het is stilletjes op station Breda. De vakantietijd is op haar hoogtepunt, wat elk jaar een hele rustige periode betekent. De stationshal is dan ook leeg en het nieuwe station lijkt dan ineens echt héél groot. Een vrouw van ongeveer 60 loopt vanuit de bussen richting de uitgang van het station. Ze wijkt af van haar pad, als ze ziet dat ik naar die leegte staar. “Tis stillekes hè kul?”, roept ze van een afstandje.

Ze komt naar me toe.

Ze heeft flink wat tassen bij zich, waaronder een enorme Spongebobtas en een aantal kleinere Disneytasjes. Ik zie een Donald Ducktas, een Mickey Mousetas en zelfs Govert Goudglans is van de partij. “Ik hoef niks hoor. Net ben ik bij Ikea geweest en heb ik een grôte fles drinken gekocht.” Ze zet een flesje jus d’orange demonstratief op de balie. “En eten hoef ik nu ook niet. Ik ga naar Ikea om een bietje rond te loeren. Fleske was maar een euro, hedde gewoon een halve liter in een glazen fles hè.”

Ze haalt adem, neemt een slokje en glimlacht.

“Vink altijd leuk, bietje rondsnuffelen bij Ikea. Daar ist ook rustig nu. Ik ging net gewôn lekker languit op een bed liggen in Ikea. Denk een kwartierke, geen mens gezien. Stond een boekenkast naast, dus ik pak een boekske, da’s toch lekker, bietje lezen zo. Maar is allemaal Zwitsers hè. Ik ken geen Zwitsers, dus daar hèk niks an. Paar dingen doorgeblaajerd, maar heb je niks aan als je het niet begrijpt. Ben ik maar weer opgestaan en bietje verder gekeken.”

Ik geef ietwat bijdehand aan dat Ikea Zweeds is, maar die verbetering dringt niet tot haar door. Ze pakt een bloemenvaas uit haar Spongebobtas. “Oh, deze hèk nog wel gekocht. Skôn ding toch?” Het is op z’n zachtst gezegd niet helemaal mijn smaak, wat ze direct aan m’n reactie ziet. Natuurlijk complimenteer ik ‘r wel door het ‘heel apart’ te noemen. “Niet? Maar tis wel écht Zwitserse kwaliteit hè!”, verdedigt ze haar keuze. “Zweeds”, murmel ik zachtjes.

“Ik zag ook nog zo’n Buddhadingeske, op caanvaas. Was paar tientjes, heb ik even foto’ke van gemaakt, kiek maar.” Ze laat een foto zien, maar m’n primaire reactie is ook niet al te enthousiast. Ze kijkt me aan met een treurige blik, er valt een wat ongemakkelijke stilte. “Meer heb ik niet. Ik ga naar huis! Dag kul, werk ze en was gezellig toch?” Ik glimlach liefjes.

Wat rest is die grote, lege stationshal. Die heb ik gemist, de laatste vijf minuten.


Lees hier ook de Perrongeluk van gisteren, met de welriekende naam 'Scheet'