Een meisje, wraak; hoe Mustapha voor de rechter verscheen


,,Als u niet was gekomen, had ik u zonder enige twijfel veroordeeld.” De rechter en de officier van justitie hebben tot dan met stijgende verbazing geluisterd naar de 20-jarige Mustapha uit Tilburg. Hij zou op 20 augustus 2018 betrokken zijn geweest bij de mishandeling van twee jongens. Het proces verbaal is helder, de mishandeling een feit en wordt gestaafd met bewijs van letsel. Mustapha’s deelname wordt alleen vermeld door de twee jongens. Hij ontkent. Ze hebben een historie: eerder sloegen zij Mustapha in elkaar.

,,Weet je: ik heb geen vrienden. Ben altijd thuis. Lijd aan depressies, zat een tijdje in een inrichting”, vertelt hij nerveus zijn verhaal. Zijn eigen mishandeling levert nieuwe angsten op. De vaste route naar zijn werk durft hij niet meer te lopen.

Maar wie waren dan bij de mishandeling bij de twee jongens betrokken? Het zou gaan om drie mannen, waaronder Mustapha. Helder is het signalement niet, maar hij zou er aan kunnen voldoen. ,,Staat u eens op”, vraagt de rechter. De jongen meet een kleine 1.70. Van Turkse komaf, heeft een baardje en krullend, zwart haar. ,,Heeft u broers die op u lijken?” Ja, maar echt lijken doen ze niet. Het signalement vermeldt gemillimeterd haar. Maar ja, het is alweer een jaar geleden. Het signalement geeft geen uitsluitsel.

Mustapha werd kort na het incident ontslagen. Hij deed zijn werk niet goed, bleef soms thuis en durfde geen confrontaties aan te gaan. Feilloos lepelt hij feiten op uit het verleden. Data, tijden. ,,Ik onthoud dat soort dingen.” Mustapha plukt onrustig aan zijn haar. Een rijbewijs heeft hij niet, uit angst voor paniekaanvallen. Dat verklaart de aanwezige auto bij de mishandeling ook niet. Van wie is die Smart dan? Mustapha heeft geen idee. Bij zijn weten hebben zijn broers geen Smart.

,,Maar waaróm noemen ze u? Heeft u daar een verklaring voor?”, vraagt de officier. Die vraag houdt Mustapha ook bezig. Het gaat om een meisje, waarmee Mustapha bevriend raakte. Zij stelde hem voor aan de twee jongens. Om vrienden te maken. ,,Ik denk dat ze verliefd op haar werden. Ze begonnen me lastig te vallen. Belden en bedreigden me. Wilden haar denk ik overtuigen dat zij beter voor haar waren dan ik.”

Het meisje en hij kregen ruzie. ,,28 juli vorig jaar, ik weet het nog goed.” Sindsdien zag hij haar nooit meer. ,,Daarom ben ik toen in elkaar geslagen, om haar.” Hij deed toen geen aangifte, maar vertelde zijn verhaal bij het Fasehuis. ,,Ik denk dat ze me terug wilden pakken.”

De rechter en officier kijken naar de jongen. Hoe hij zijn verhaal vertelt, naar zijn lichaamshouding. ,,Eerlijk gezegd wankel ik”, legt de officier uit. De rechter heeft eenzelfde gevoel en spreekt hem vrij. Mustapha toont zich niet verrast en verlaat de zaal. De officier kijkt hem verwonderd na. ,,Dat zie je vaker. Een bijzondere jongen, dit. Komt hier zonder advocaat, omdat hij voor zichzelf wéét dat hij niks gedaan heeft. Ik heb niet het gevoel dat hij loog of een verhaal verzon.”