De Nieuwe Truck


Inmiddels had Kees het virus doorgegeven aan de derde generatie. Hij was zo iemand waar de dieselolie door de aderen stroomde, zoals ze van hem zeiden. Van klein kind af aan helemaal gek van vrachtwagens. Het was dan ook geweldig dat hij in militaire dienst – dat had je toen nog – zijn groot rijbewijs had kunnen halen. Na zijn diensttijd was hij gaan werken bij een toen nog klein transportbedrijf, algauw als chauffeur op het Midden-Oosten. Die ritten waren indertijd hele ondernemingen, met de wegen en de techniek van toen en zonder mobieltjes. Vooral de kameraadschap was hem bijgebleven. Je had elkaar dan ook hard nodig om allemaal weer heel thuis te komen.

Toen dat “thuis” ook een gezin betekende wilde Kees meer thuis zijn, en werden de te rijden afstanden korter. Maar de liefde voor de vrachtwagen bleef. Het transportbedrijf groeide, net als zijn gezin. In de vakanties ging zijn zoon mee op de vrachtwagen, vaak met de ongeveer even oude zoon van de eigenaar. De jongens konden goed met elkaar opschieten. Nog steeds, trouwens. Alleen is de zoon van de eigenaar inmiddels zelf de directeur. En de zoon van Kees, die was flink besmet met het truckersvirus en had na het behalen van zijn groot rijbewijs meteen een eigen vrachtwagen gekregen in hetzelfde bedrijf. Dat was inmiddels al best een tijd geleden, want sinds een half jaar reed ook de kleinzoon bij dit bedrijf! Drie generaties truckchauffeur bij dezelfde transportonderneming.

Maar dat zou niet lang meer duren, met een klein jaar zou Kees dan toch met een welverdiend pensioen gaan. Toch zou hij nog een tijdje met een mooie nieuwe truck rijden, die stond al bij het carrosseriebedrijf. Nog een paar dagen, dan zou hij klaar zijn. Kees keek ernaar uit.

Zover is het niet gekomen.

Als de familie mij de verhalen vertelt worden er fotoboeken bijgehaald. Een jonge Kees met z’n nieuwe DAF. Kees met z’n nieuwe Scania. Kees met meer lekke banden dan reservewielen in de Sahara. Of was dat in Irak? Ze weten het even niet meer, konden ze het Kees nog maar vragen. Kees in Iran. Kees in Turkije. De verhalen houden niet op. Maar het verhaal van Kees houdt wèl op. Vannacht heeft hij een zware hartaanval gehad, en nu is hij er ineens niet meer. De wereld staat op z’n kop. En dan de vraag of we niet aan het werk moeten, er is toch maar weinig tijd? Ik stel de familie gerust: er is alle tijd, alles komt voor elkaar. En ze vertellen verder. Ik luister verder, want ik weet hoe belangrijk het is, juist nu, dat het verhaal verteld wordt. Zodat ze zo goed mogelijk afscheid kunnen nemen.

Na alle verhalen bel ik de directeur van het bedrijf, die het slechte nieuws natuurlijk al gehoord had. In overleg met hem doe ik de familie een voorstel, dat ze meteen omarmen. Unaniem vinden ze dat dat precies past bij Kees, en zo gaan we het doen. Het carrosseriebedrijf waar de nieuwe truck staat wordt op de hoogte gesteld, en zegt toe alles te doen wat nodig is.

De dag van de uitvaart.

De familie heeft zich in het huis van Kees verzameld. Alleen de zoon en de kleinzoon ontbreken nog. Keurig op de afgesproken tijd hoor ik de luchthoorns van een hele rij vrachtwagens, minstens dertig. Allemaal glanzend gepoetst zilvergrijs, en voorop de nieuwe truck die voor Kees bestemd was. Hij zal er toch een keer mee rijden! Achter het stuur zit zijn zoon. De verlichte transparant boven de cabine toont echter niet de naam van het bedrijf, maar de naam van Kees, voluit. Op de cabine de rouwvlaggen, en achter de cabine een keurig nette plaats voor Kees, in zijn kist. Niet zomaar een kist: op de kist is een foto van zijn eerste vrachtwagen geprint. En zo maakt Kees zijn laatste rit. Precies zoals hij geleefd had. Met zijn nieuwe truck.

`
signup

Word lid en beloon de maker en jezelf!