dragen


Ik droeg je zo graag,

Je kleine lijfje tegen me aan.

Ik gaf je duizenden kusjes,

In je prille bestaan.


Ik droeg je zo graag,

Jouw kleine lijfje tegen mijn borst.

Ik kon jou knuffelen,

En voeden bij dorst.


Ik droeg je zo graag,

Ook toen je groter werd.

Je werd gewoon,

Op mijn rug gezet.


Oh, wat droeg ik jou toch graag,

Je keek je oogjes uit over mijn schouder.

Met zoveel plezier droeg ik jou,

Als uber-trotse ouder.


Nu wil je niet meer in de doek,

En niet meer in de zak.

Je loopt zelf aan mijn hand,

Die je liefdevol naar me uitstak.


Liever dan wát dan ook,

Droeg ik jou.

Maar nu is het zover,

Dat ik tijdens het lopen,

Jouw handje vasthoud.