boodschappen


Door de Lidl met drie kindjes; altijd heel gezellig. Kleintje in het karretje, twee grote meide. ernaast. Ik heb geen boodschappenlijstje nodig, de drie meiden helpen me wel herinneren aan alles wat op is.

"Sjoko!!" roept de kleinste wanneer we langs het broodbeleg lopen.

"Tuurlijk wijffie, we nemen een pot mee."

"Oh mama, weet je waar ik zo'n trek in heb? In spa!"

"Dat moet je even onthouden tot we er langs lopen, wijffie!"

"Weet je wat ik mis uit Nederland?"

"Wat dan, drollie?"

"Dropjes, negerzoenen, pindakaas!!! De vegetarische knakworstjes en hamburgers én de koekjes bij de kassa bij de Plus... Maar ook de taart die je weleens kocht bij die winkel met de blauwe letters. Ik weet niet meer hoe die winkel heet..."

"Dat was de Albert Heijn."

"Daarnaast zat een bakker en daar kocht je soms kaasstengels voor ons, als we in de bakfiets zaten."

"Ja, en daar maakten jullie áltijd een vreselijke bende in! Dat was wel heel leuk, hé?"

"Ja, soms mis ik dat wel..."

"Dat snap ik, lieverd, dat snap ik..."

Ik stuur het karretje het derde pad in. De kar weegt als dieplood en hij is al vrij vol, dit gaat stapelen worden.

"IJsssshhh!!!"

"Ah, ijsjes! Ja meisje, erg lekker, maar vandaag even niet." Mijn antwoord wordt niet heel vrolijk ontvangen, maar goed, nee is nee.

"Nemen we dan iets anders lekkers mee?", de meiden kijken me hoopvol aan.

"Verzin maar iets! Dan zal ik kijken of het kan."

"Mogen wij samen gaan kijken?"

"Ja, jullie mogen gaan zoeken, maaaaarrrrr ik wil jullie nìet horen én ik wil jullie nìet zien rennen door de winkel. Hebben we een afspraak?"

Ze roepen 'ok' en lopen snel weg.


Met mijn kleinste meisje bouw ik een berg op het wagentje. De wagentjes lijken, gek genoeg, elke bezoek kleiner te worden.


Als ik klaar ben, komen er twee naar ons toe gelopen.

"Kijk nou!! Deze lijkt op de taarten die wij in Nederland aten!", de meiden staan met een kruimelvlaai in hun handen voor me. Ze zijn zò blij met hun vondst, ik kan geen nee zeggen.

"Ok, maar hij kan er niet meer bij, de kar is te vol. Houden jullie hem vast?"

Stomme vraag; alsof die twee van plan waren geweest de vlaai uit handen te geven!


Terwijl we naar de kassa lopen gooi ik er impulsief tòch een doos ijsjes bovenop; dan heeft het stelletje wat lekkers als de auto volgeladen wordt.


Bij de kassa is het natuurlijk weer een hele happening; gezinnen van zeven man zijn ze hier niet gewend... De mensen kijken hun ogen uit en twee oudere dames knikken goedkeurend wanneer ik alles op de band heb staan.

Ikzelf ben pas tevreden als alles weer in de kar zit, dan mag ik eindelijk weer naar buiten toe! Hoe gezellig ik het shoppen ook vind, ik ben altijd weer blij als ik weer frisse lucht ruik en voel.


Buiten worden de ijsjes eerlijk verdeeld. Mijn middelste meisje houdt de vlaai in haar handen alsof het goud is, maar ze laat zich tòch omkopen; ik de vlaai, zij het ijsje. Voor het gemak zet ik de taart op het dak van de auto.

Zò, snel de boodschappen de auto in en dan rap naar huis!


De ijsjes zijn nog niet op wanneer ik klaar ben, daarom mogen ze in de auto, onderweg, verder eten. Ik ben het zat, ik wil naar huis!


We rijden de stad uit, op weg naar 'ons' dorpje. Achter ons rijdt een auto die heel erg dicht op ons zit. Dit voelt niet zo fijn; ik hou niet zo van die klevers. Toch maar even doorrijden, er is namelijk geen plek om stil te staan zodat de auto achter ons er voorbij kan.


Na vijf kilometer rijdt de auto nog steeds zo dicht op ons. Bah, ik hou er echt niet van! Bij de eerste de beste mogelijkheid toch maar even aan de kant, dan kunnen ze ons voorbij.


Het duurt niet lang voor we een geschikt plekje tegenkomen. We gaan de weg af en rijden een vluchthaventje op.

Maar verdikkie, de auto achter ons doet hetzelfde!

Wanneer we stilstaan gaan de deuren van de auto achter ons open en stapt de man uit. In de achteruitkijkspiegel zie ik dat hij een doos in zijn handen heeft. Hé???!

De man loopt naar onze auto toe en steekt de doos door het raampje. Het is de vlaai die ik op het dak van de auto gezet heb en die ik vervolgens vergeten ben ìn de auto te parkeren. Deze vriendelijke meneer heeft de doos opgeraapt en is ons gevolgd, tot het geschikte moment zich voordeed de vlaai aan ons te overhandigen.


Na heel wat bedankjes rijden we verder. De vlaai gaan we met heel veel dankbaarheid opeten en oh..., wat zullen we ervan genieten!