Sluwe John verliest (nooit) zijn streken (deel 4)


De zilvergrijze Mercedes stopte bij de villa. Het was echt een herfstige dag. Het miezerde behoorlijk en er stond een stevige bries. Het rood-witte afzetlint wapperde in de wind.

Ruud en Jacques waren nog niet uitgestapt of de huishoudster kwam op ze af. Ruud zette de kraag van zijn donkerblauwe windjack op om te voorkomen dat de regen in zijn nek sijpelde. Jacques was zoals altijd gekleed in zijn lange, beige trenchcoat. Zo te zien heeft hij dat ding al jaren, dacht Ruud in zichzelf. Net als die stoel van hem. Hij moest even grijnzen om zijn eigen gedachten.
De huishoudster zag er verward uit. Het was een oudere, gezette dame met een paars bloemetjesschort. Ze hief haar handen omhoog en stelde allerlei vragen zonder het antwoord af te wachten. “Wat is er gebeurd? Kan ik nu mijn werk nog wel doen? Leeft meneer John nog?” Ze ratelde maar door, totdat Jacques haar onderbrak. “Rustig, mevrouw. We zullen u alles uitleggen.” Ze namen de onthutste vrouw mee naar een beschut plekje, want het weer was niet al te best. En ze wilden haar ook niet nog erger doen schrikken door haar mee te nemen naar de pd. Dat was ook beter om de sporen intact te houden. Bovendien zouden ze dan allerlei forensische rechercheurs storen in hun werk. En dat zou alleen maar meer vragen oproepen bij de ontredderde huishoudster.


Jacques begon zijn vraaggesprek als vanouds: Hij stelde zichzelf en zijn partner Ruud even voor en vroeg naar de naam van de huishoudster. De vrouw veegde haar handen aan haar schort af en zei met onvaste stem dat haar naam Bertha Jongsma was. “Wanneer hebt u de heer John voor het laatst gezien?” Bertha dacht even na en zei toen: “Dat moet gisterochtend zijn geweest. Ik moest even wat boodschappen doen voor de heer John en daarna mocht ik de rest van de dag vrijaf nemen. Dan kon ik mijn zieke zuster bezoeken, begrijpt u.” Terwijl de huishoudster verder uitlegde wat haar zuster mankeerde en hoe vriendelijk meneer John voor haar was, zat ze onophoudelijk te frunniken aan haar schort. Jacques legde haar uit dat er een misdrijf was gepleegd waarbij haar werkgever om het leven was gekomen. Hij liet nog even in het midden wat er precies was gebeurd, om de vrouw niet nog verder de stuipen op het lijf te jagen. “Hebt u vreemde figuren gezien in de omgeving van de villa?”, vroeg Jacques. Bertha Jongsma probeerde zich te herpakken en zei dat er regelmatig zakenrelaties langskwamen. Bertha kreeg dan altijd een paar vrije uren van haar werkgever, dus ze had verder geen idee welke zaken deze heren kwamen bespreken. Een keer was ze haar fietssleutel vergeten, vertelde ze. Ze was nog even de keuken binnengestapt op het moment dat er een zakenman binnen zat. Bertha had slechts een flard opgevangen van het gesprek en wilde de heren verder niet storen. Ze pakte haar fietssleutel en… Jacques onderbrak haar relaas. Hij was toch wel benieuwd wat ze had gehoord en of ze zich nog kon herinneren hoe de stem klonk van de zakenrelatie. Bertha moest hiervoor even graven in haar geheugen. Het duurde een tijdje voordat ze de vraag kon beantwoorden. Jacques gaf haar even de tijd. Dit kon belangrijke informatie opleveren, wie weet had ze wel de stem gehoord van de moordenaar. Even later doorbrak Bertha de stilte. “Hij had een zware stem, een beetje zoals die van u”, zei ze en wees daarbij naar Jacques. “Hij zei dat hij alles had geregeld. Wat hij daarmee bedoelde, weet ik niet precies, maar meneer John leek tevreden met het antwoord. Oh, en hij had een zware hoest. Echt zo’n rokerskuch.”


Ruud noteerde alles in zijn opschrijfboekje. Dat was de vaste rolverdeling. Jacques stelde de vragen, Ruud maakte aantekeningen.


“Nu ik er nog eens over nadenk, ik heb ook sigaren geroken. Ik dacht nog: meneer John rookt helemaal niet. Zo’n slechte gewoonte om te roken. Dat heb ik ook steeds gezegd tegen mijn zuster, die probeerde om te stoppen met roken, maar iedere keer begon ze weer. Terwijl ze zei dat ze zou stoppen.” Bertha begon een heel verhaal over stoppen met roken en hoe moeilijk dat was. Ruud rolde even met zijn ogen. Daar ging ze weer. Zo zouden ze nooit verder komen met hun onderzoek als ze deze kakelende huishoudster maar aan het woord zouden laten. Hij zou graag verder gaan met het buurtonderzoek. Wie was deze geheimzinnige bezoeker van Sluwe John? Kwam hij daar vaker? Ruud had wel een idee welke zaken ze bespraken. Hij vond het ongelooflijk hoe naïef Bertha was. Zou ze dan echt niet op de hoogte zijn geweest van de criminele activiteiten van haar baas?


Ruud keek even op van zijn aantekenboekje. Jacques leek nog altijd geduldig te kunnen blijven met de kwebbelende vrouw. Ruud had er allang genoeg van, maar wilde Jacques ook niet onderbreken. Ruud keek even geërgerd op zijn horloge. Ze stonden hier nu al een half uur. En zo veel waren ze nog niet wijzer geworden. Jacques stelde Bertha nog een paar vragen, waar de vrouw niet direct antwoord op kon geven. Ze was er immers niet bij geweest.


Gelukkig vond Jacques het nu ook wel welletjes en namen ze afscheid van de vrouw. “Als u nog iets bedenkt, kunt u ons bereiken op dit nummer”, zei Jacques en overhandigde zijn kaartje. De vrouw beloofde dat ze dat zou doen en liep naar haar fiets. Ze ging ongetwijfeld haar zieke zus bezoeken, dacht Ruud. Arme zus. Zo’n kletskous op bezoek terwijl je je al niet goed voelt.

#vervolgverhaal#sluwejohn #spannendverhaal #spannendverhaallezen #onlineverhaallezen #crimi #misdaadverhaal #whodunnit #misdaadverhalenonline