Brief aan opa, deel 4


Lieve opa,

Machteloos kijk ik toe hoe die vreselijke ziekte meer en meer bezit van je neemt. Zelf voel je je ook machteloos, want het besef dat het minder gaat en besef dat je langzaam alle regie van je eigen leven uit handen moet geven doet pijn. Het doet mij ook pijn, om te zien dat je dat dat besef nog hebt en begrijp me niet verkeerd, ik ben natuurlijk dolblij dat je me nog kent, dat je nog steeds breed lacht als je me aan ziet komen op de gang. Dat je me nog steeds die warme kus en knuffel geeft en soms spontaan mijn hand even pakt. Ik ben zo enorm trots op je, dat je toch nog veel dingen doet voor oma, al weet ik bijna zeker dat je het daarvoor doet. Want ook al doe je weleens schelden, zelfs na 63 jaar huwelijk zie ik nog steeds de verliefdheid in je ogen. Wat hoop ik toch dat mijn man ook zo lief voor mij zal zijn als ik zo oud mag worden. 

Dat je na een minuut al niet meer weet dat je een plantje hebt gewonnen bij het rad van fortuin op de zomer markt in het  tehuis, en het daarna nog minstens vijftig keer vraagt waar dat plantje toch vandaan komt, ach dat is dan maar zo.  Dan vertel ik je gewoon voor de éénenvijftigste keer dat we die hebben gewonnen bij het rad van fortuin. "Hadden we daar lootjes voor dan?" Ja die hadden we, maar het geeft niet lieve opa, het geeft niet dat ik soms een traantje moet laten als ik weer naar de bus loop, het geeft niet dat je me soms helemaal verrot scheld omdat goed bedoelde woorden anders over komen dan ik bedoel. Het hoort bij die vreselijke ziekte. Maar ik vecht met je mee, want die ziekte kan dan langzaam bezit van je nemen, mijn opa zal hij nooit krijgen! 


Liefde voor eeuwig, onder de hand van opa, ik in het midden en oma boven

Mijn opa en ik vanmorgen in het tehuis waar ze wonen op de zomer markt.