Hoe vliegt een zwaan?


Wat zijn het prachtige grote watervogels, de zwanen. Ze zijn meestal met zijn tweetjes en glijden over het water. Dankzij hun zwemvliezen, kunnen ze goed zwemmen. Ze kunnen natuurlijk ook vliegen, maar dat valt niet mee voor zo'n zware vogel. Ze hebben dan wel een flinke aanloop nodig. 

Vanaf het water stijgt hij op en slaat heel snel op en neer met zijn vleugels. Dan rent hij (heel gaaf) met zijn poten over het water. Zo komt hij langzaam wat omhoog en als hij helemaal los van het water is, trekt hij zijn poten in. Zijn lange hals is helemaal recht en zijn vleugels slaan krachtig op en neer.

Zwanen zijn groot en zwaar. Ze kunnen wel 12 kilo wegen. Daarom moeten ze hard vliegen, anders vallen ze naar beneden. Als de zwaan zijn vleugels uitspreidt, is de spanwijdte wel meer dan 2 meter. De spanwijdte is de de afstand gemeten van het puntje van zijn vleugels tot het puntje van de andere vleugel. Maar dat wist je natuurlijk wel. 

Als de zwaan wil landen, moet hij dat ook op water doen. Hij vliegt laag boven het water en strekt zijn poten naar voren. Zo kan hij in het water afremmen en hij krult zijn hals, tot hij stil staat. Dan vouwt hij zijn vleugels in en glijdt weer rustig over het water. Machtig mooi!

                                                   Tip: Bekijk HIER het filmpje van SchoolTV: Hoe vliegt deze grote watervogel?