Alle dagen Carnaval


In mijn leven heb ik vaker Carnaval gevierd, maar één keer heb ik aan alle dagen meegedaan. Een ervaring om nooit te vergeten en om nooit meer over te doen. Aan het einde van die dagen kon ik mijn pincode niet meer herinneren, was ik mijn sleutel kwijt, maakte mijn tandenborstel overuren en bleven mijn handen uitgedroogd achter. Gelukkig bestond er toen al handcrème, wat geen overbodige luxe bleek te zijn.

We hebben gefeest, gelachen en gedanst. De functie van een mobiel werd overgenomen door onderzetters. Het was zo druk bij de wc dat het leek alsof ik jarenlang in de rij stond. Dus begon ik met berichten te schrijven op een onderzetter, om die vervolgens in de juiste richting te gooien. Zo kon ik toch nog contact onderhouden met mijn vrienden die helemaal aan de andere kant van het café stonden. Negen van de tien keer kwamen mijn berichten in één keer aan, anders werden ze doorgegeven door de vrolijke mensenmassa. Net zoveel succespercentage als met een smartphone dus.

De dagen na Carnaval waren nodig om te herstellen. Een thee met honing tegen mijn kater, maar niet te hard roeren met het theelepeltje. De deurbel ging, (au mijn hoofd) mijn vriend die een Carnavalsallergie had, durfde weer langs te komen. Verrassend hoorde hij mijn verhalen aan en vertelde hoe erg hij me gemist had. Voor de eerste keer vond ik dat geloofwaardig klinken, omdat het voelde alsof ik een eeuwigheid weg was geweest. Ik was iedere dag een ander persoon. De ene dag een maffiavrouw, toen een zigeunerin en de andere beelden waren wazig, maar niet het soort wazig, waar een bril tegen kan helpen. Alsof ik in een film gespeeld had, waarbij sommige delen troebel werden, net als vroeger gebeurde met een videoband die te vaak afgespeeld was.