Voor alles een vluchtheuvel


Bij het woord vluchtheuvel denk ik aan een heuvel, waar ik altijd veilig ben, wat er ook gebeurd.

Als ik verdwaald ben, zou ik op een vluchtheuvel gaan staan, zodat ik de weg naar huis kan vinden. In mijn huis zou een vluchtheuvel fijn zijn, om op te kunnen gaan zitten, als er een spin voorbij komt. Mijn bed zou ik graag op een vluchtheuvel zetten, zodat ik in mijn bed altijd veilig ben. Als ik bijna verdrink, zou ik op die vluchtheuvel kunnen klimmen. Bij een brand zou ik mezelf in veiligheid kunnen brengen, door op de vluchtheuvel te gaan staan.

In werkelijkheid is een vluchtheuvel een mogelijkheid, om al het verkeer op een veilige manier langs elkaar heen te laten gaan. Toch zou het fijn zijn als er voor alle gevaren in ons leven een vluchtheuvel zou bestaan.