De mijn ontsloten?


Deel vijf in mijn vervolgverhaal over de whiskey #fles   die in een wel zeer interessante mijn gevonden is. Wil je vanaf deel een lezen? Klik dan hier.

Het verhaal van Hans van Gemert  heb ik hier gecombineerd met mijn inbreng, het verhaal zelf is een doolhof aan het worden met verschillende invullingen en aspecten. Leuk om te maken, ik hoop ook om te lezen of zelfs om onderdeel van uit te maken.

Heb je zin om mee te schrijven? Vooral doen!

Heb je liever mijn stijl met taal grappen? Dat kan, kijk even bij Sir Cancellot.

#Schrijven ,#verhalen ,#Vervolgverhaal ,#whisky ,#Mijn ,#mine ,#Uitdaging        

 

“Had hij nou….? Ach nee, dat kan niet.”

We lopen de gang in die hij zojuist ook in was gestoven. Het heeft geen enkele zin te proberen hem bij te houden, ten eerste, wordt het alweer veel te donker, ten tweede, die vent ging zo snel als een Piet over het dak…

Zou het?...

Nee, resoluut zet ik die gedachte van mij af. Wel was mij opgevallen dat onder de berg kolen ook een aantal gebroken flessen lag, flessen die mij bekend voorkwamen, samen met een paar losse plankjes uit Madrid. Ik kon maar niet de gedachte uit mijn hoofd zetten dat ik die vent ergens van kende.

Goed. Voor nu is het van belang uit deze zooi te komen en zo snel mogelijk een uitweg te vinden. We proberen zo weinig mogelijk afslagen te nemen zodat een eventuele weg terug nog mogelijk is.

De grootte van dit gangenstelsel, de kamers en de liften is overweldigend. Bij een driesprong hebben we al een schacht omhoog gezien. Daar hingen dezelfde mandjes als die we in de kooi ook hadden ontdekt. Met geen mogelijkheid konden we daarbij komen. Een ladder of een ander instrument dat we zouden kunnen beklimmen is in geen velden of wegen te bekennen. Hier is het overigens wel erg donker, in de verte zien we een vaag schijnsel. Het lijkt van ons weg te trekken. Zou dat ons mannetje zijn? Als dat zo is, dan is hij zeker gestopt met rennen, en waarom zou hij ineens licht gebruiken?

De grimmige sfeer, de geur en de zekerheid dat hier meer mensen beneden zijn geeft een beklemmend gevoel. Met onze oren gespitst, nu en dan onze handen aan de muur en met heel kleine stapjes komen we vooruit. Had ik nu mijn mobiel maar bij mij, met die zaklamp zou ik duidelijk meer kunnen zien. Voor de zekerheid tast ik langs de wand: het is zo donker dat ik geen hand voor ogen kan zien. Op de tast zoek ik naar het lichtknopje… niets. We lopen, nee we schuifelen zo een eindje verder. Dit is geen doen, op deze manier zijn we een halve dag bezig om driehonderd meter af te leggen.

Dan stuit ik op een inham, een gang naar rechts en dan, daar hangt iets , aan de zijkant, dit lijkt wel een oude stormlamp. Even schud ik ermee, ja, er zit nog iets in… Durf ik dit, met die zwaveldamp?

Ik zoek in mijn zakken, wat heb ik een geluk, dat ik een heel oude jas heb aangetrokken omdat ik bang was dat hij vies zou worden. Al tien jaar rook ik niet meer, maar hier zit gewoon mijn oude zippo in de binnenzak. Hmm, geeft toch te denken, blijkbaar is hij al die tijd ook niet meer in de was geweest.


Een vervolg: Klik hier