Essen (vervolgverhaal fles)


Dit is een vervolgverhaal op ieder deel dat is geschreven mag je inhaken door je eigen vervolg te schrijven. Het gaat over twee vrienden die in een avontuur terecht zijn gekomen doordat ze ooit een paar flessen Whisky in een mijn vonden. Wat er in en rondom die mijn gebeurt, dat is aan jou, of aan mij. Voel je in ieder geval vrij om waar dan ook in het verhaal jouw aandeel te schrijven. Het is dan wel leuk als je een linkje plaatst naar jouw verhaal onder deze!

Wanneer je graag vanaf het begin wil lezen, dan moet je hier klikken.

#schrijven ,#vervolgverhaal ,#aansluitverhaal ,#lamp , #Destilleren ,#Stoken , #licht , #Mine , #Twijfel , #Essen ,

 

Weer die plantenspuit op mijn gezicht, ik was volledig weggezonken en stond al in een wit licht bij een poort waar een glimlachende Petrus mij binnen ging laten. De plantenspuit haalt mij weg bij deze heerlijke droom.

Verstoord kijk ik op “oef, gelukkig ben je er weer, ik was al bang dat ik je hieruit zou moeten tillen”.

Ik kijk om mij heen, weer een geweldig mooi station, op de muur een opschrift in mozaïek gemaakt:

‘Wir sind nicht da, wir sind Essen’ Humor hebben ze wel, die Duitsers… Er is inderdaad niemand te bekennen. Gelukkig duurt dat niet lang, binnen een mum van tijd is er grote bedrijvigheid op het station, er wordt uitgeladen en mijn begeleider en ik klimmen ook uit onze buis, zelf ben ik nog wat wankel. “Wat gebeurde daar nou?”

“De buis komt op gang door luchtdruk, maar diezelfde druk gebruiken we ook om de buis te laten afremmen. In de film hebben we daar die bel ervoor ingestopt. Zo lijkt het of je een beetje in veert en dan iets terug stuitert. Dat komt goed overeen met wat er in werkelijkheid gebeurd. We schieten bij het station iets door, door de opgebouwde druk voor ons, worden we geremd en dan schieten we weer iets terug en komen we tot stilstand bij het station. Veel mensen ervaren het als het licht aan het eind van de tunnel dat ze ook verwachten te gaan zien bij hun overleiden. Dat licht, is simpelweg het station…”

“Oef” is mijn enige reactie.

“Kom, ik laat je je verblijf hier zien en ik wil je straks graag meenemen naar boven, Zollverein is geweldig bij avond. “

Ik ben doodop maar realiseer mij dan dat het pas 21.00 uur is. “Ok, laat maar zien”.

Mijn rugzak neem ik mee en ik bedenk mij dat ik de enveloppe met verdere instructies van Jos nog niet heb geopend. Weer komen we, onder de grond in een gerieflijke kamer, niet groot, maar wel met een zitje, een bed en een badkamertje.

“Je zit hier redelijk centraal om snel boven, maar ook snel op het station of in onze centrale hal te zijn.”

Ook zo’n hal, het gemeenschapsgevoel is hier blijkbaar erg van belang. “Wil je eerst even opfrissen voor we naar boven gaan?” De vraag wordt met een intonatie gesteld waaruit ik opmaak dat het zeer wenselijk is, dat ik dat doe.

Op een antwoord wordt niet eens gewacht, “Er liggen kleren voor je in die kast, ik ben over een half uurtje terug”.

Dat is in ieder geval duidelijk, ik ben tijdens die rit blijkbaar flink aan het zweten geraakt en angstzweet schijnt nu eenmaal een erg specifieke geur te hebben…

De douche is warm en toch heerlijk verfrissend. Ik sta er nog onder wanneer er al weer aan mijn deur wordt geklopt. Ik roep dat ik er aan kom en haast mij naar buiten.

“Ik maak er een korte rondleiding van, volgens mij heb je ook gewoon je rust nodig”.


En hier  gaat het verder.