K*nker kanker, deel VII onzekerheid


De diagnose kanker heeft voor een nieuw soort onzekerheid gezorgd. Iedere keer als iets gebeurd dan vraag ik me af of ik dat wel moet doen, kan doen, zal doen, mag doen. En dat alles in relatie tot kanker en alle ellende wat de ziekte met zich meebrengt. Iedere afspraak in het ziekenhuis is spannend. Ik heb echt een leuke oncoloog, maar ik zie hem liever niet. Om de maand ben ik bij hem en laat hij mij weten dat ik toch echt zijn meest favoriete patiënt ben. Dan word hij streng en moet ik me laten wegen en zegt hij dat ik meer moet bewegen en minder moet eten. Want het is wel de bedoeling dat ik hier voorlopig nog ben. Dan vraagt hij naar mijn medicijnen en geeft mij steen vast een recept mee, wat eigenlijk altijd automatisch wordt aangevuld. Maar dat geloofd hij niet. Tussendoor vertelt hij dat mijn bloed er goed uit ziet. Waarschijnlijk gaat het nog steeds slecht met mijn nieren, maar daar kan ik niets aan doen. En als ik geen vragen meer heb, dan sta ik met 5 minuten weer buiten. Het is zo voorbij, maar de onzekerheid op voorhand is groot. Nu heeft hij gemeld dat het weer tijd is voor een scan. Daar ben ik helemaal geen fan van. Van het idee een half uur stil te moeten liggen in een tube waar ik net in pas, word ik echt niet vrolijk. Maar de dagen tot dat ik de uitslag krijg zijn vreselijk. De onzekerheid of de medicijnen hun werk doen is groot. En wat als dat niet zo is? Wat dan? Ik voel me nu eindelijk goed. Ik wil geen andere medicijnen. De uitslag van de laatste scan was niet goed en toen voelde ik me wel redelijk. Niet zo goed als nu, maar wel aardig. Ik weet inmiddels dat ik niet meer kan vertrouwen op mijn lichaam. Die heeft mij al lang in de steek gelaten. Voel ik me goed, dan kan ik zo maar te horen krijgen dat het helemaal niet goed gaat. Je voelt het allemaal niet. Dan is de functie van mijn nieren weer verslechterd. Of zijn de tumormarkers verhoogd. Maar... het hoeft allemaal niet perse slecht te zijn, word me dan verteld. Ik waardeer de moeite maar ik voel de woorden niet. Ik ben verdrietig en vooral onzeker. Ik heb totaal geen grip op de situatie. Door middel van meditatie probeer ik rustig te worden en me niet te laten leiden door mijn angsten en onzekerheden. Een oud collega vertelde mij dat ze altijd tegen zichzelf zei dat ze er mee moest dealen. Het gaat niet om vechten, want bij vechten is er een winnaar en een verliezer. Dus ik deal er mee. Ik laat het verdriet toe en ga na wat mij precies onzeker maakt. Maar ik blijf er niet in hangen en houd mijn focus op de positieve dingen in het leven.

De positieve dingen in mijn leven zijn onder andere mijn lotgenootjes groep. Met hen kan ik vrijuit praten en ze begrijpen mij. En natuurlijk zie ik ook de mensen om mij heen die hun best doen om mij te begrijpen. Of hun best doen de juiste woorden te vinden. Of gewoon leuke dingen te doen. Mijn familie is erg belangrijk. De banden zijn hechter geworden. Ik vind het ook leuk om met mijn vader op pad te gaan. Zo zijn we naar zijn reismaatjes van het tv programma gegaan in Amsterdam. Het is leuk om te zien hoe ze als een stel pubers zo blij zijn om elkaar weer te zien. Ik word ook geknuffeld. Ik heb ineens 7 nieuwe opa's en oma's er bij! Daar word ik echt wel weer even gelukkig van. Dit soort uitjes zou ik eerder nooit ondernemen met mijn vader, maar nu vind ik het leuk om een hele middag in een bejaardentehuis te zitten. Het gaat om de tijd die we samen doorbrengen.

Over mijn vorige blog Lobi kreeg ik veel complimenten over mijn openheid en het tonen van lef. Het brengt me langzaam bij een nieuw idee wat ik verder wil gaan uitwerken. Ik merk dat delen van mijn verhaal en me kwetsbaar opstellen mij heel veel oplevert. En dat wil ik blijven doen, maar dan in een andere vorm. Ik ga nu onderzoeken of dat lukt.