Niemand helpt de boer die wil vergroenen


De #boeren mogen niet als enigen verantwoordelijk zijn voor de omschakeling naar duurzame landbouw. Ze zijn onder meer afhankelijk van biotechnologische multinationals en het grootwinkelbedrijf. ‘Dit is gewoon superkrom.’

Hoezeer hij ook gruwt van het intimiderende vertoon met die gigatractors, begrijpt Harm Evert Waalkens, bioboer in Finsterwolde en oud-Kamerlid voor de pvda (1998-2010), de frustraties van zijn protesterende collega’s wel. ‘Zij zijn al die jaren een doodlopende steeg in gelokt, met een fantasiebeeld van een landbouw die ongestraft kon uitdijen. Niemand hield ze tegen, de banken en andere ondernemingen die bij die groei baat hadden niet, maar evenmin politici van de zogenaamd boervriendelijke partijen. cda, vvd, sgp in de eerste plaats. Ze hebben de boeren die in dat fantasiebeeld geloven tot op heden nooit echt tegengesproken, integendeel, hun juist eerder naar de mond gepraat.’

Het kwalijke is, dat boeren zo zand in de ogen wordt gestrooid. ‘Dan zeggen ze tegen mij: je bent toch zelf ook boer! Ja, antwoord ik dan, ik ben en blijf boer en ik ben een collega van jullie, maar als politicus ben ik een belangenafweger, geen belangenbehartiger. En in die afweging heb ik dan ook de grenzen aan de groei te betrekken of de verantwoordelijkheid die de overheid heeft voor de ruimtelijke ordening en de volksgezondheid.’

Op een deel van mijn grond schakel ik over op bio en op het andere deel ben ik zo spaarzaam als het kan met kunstmest en pesticiden. Ook wil ik mijn grond ontzien door vaker van gewassen te wisselen. Dan hoop je dat Den Haag of Brussel je daarvoor iets teruggeeft. Het tegendeel gebeurt: ze pakken je eigenlijk iets af.’ Hij doelt op de vrijhandelsverdragen met Canada (Ceta) en met Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay (Mercosur) waarmee Europa de grenzen heeft geopend voor landbouw- en veeproducten die ver beneden de milieustandaarden zijn geproduceerd waaraan ik wel moet houden.

Grootste vrees is dat Europa onder de zware lobbydruk van biotechnologische multinationals als Monsanto en Syngenta de beperkingen op genetische manipulatie van voedingsgewassen afzwakt. Het risico is dan groot dat akkerbouwers gaandeweg aan deze economische grootmachten worden overgeleverd. Een voorbeeld uit de praktijk in de VS, waar de overheid de genetische modificatie van zaaigoed nagenoeg vrij laat, maakt duidelijk hoe dat kan gebeuren.

Onder de naam Roundup Ready levert Monsanto Amerikaanse boeren sinds de jaren negentig zaad voor maïs en soja dat resistent is voor het bestrijdingsmiddel Roundup van dezelfde onderneming. Die boeren kunnen hun gewassen dus onbekommerd bespuiten: het onkruid gaat dood, de maïs of soja niet. Dat is stap één in de strategie waarmee Monsanto boeren van zich afhankelijk maakt.

Voor stap twee hebben ze in hun zaaigoed een killergen ingebouwd. In het eerste jaar dat de boer heeft gezaaid kijkt hij uit over velden met volle maïskolven of sojapeulen, wat ook uit commercieel oogpunt een aanlokkelijke aanblik is. Maar dat gewas doodt na de teelt zijn eigen zaden, dus strooi je dat spul over je akkers uit, dan zul je in het tweede teeltjaar niets meer bespeuren van die eerst zo rijke oogst: het killergen heeft zijn werk gedaan. De planten komen nog wel boven de grond, maar maïs of soja zit er niet meer aan. Zo verplicht Monsanto zijn klanten aan zich. Wil een boer op de oude voet met Roundup blijven spuiten, om het onkruid ook in de bloeiperiode van zijn gewas eronder te houden, dan zal hij jaarlijks bij Monsanto het genetisch gemodificeerde zaaigoed moeten bestellen: resistent voor dat bestrijdingsmiddel maar ook uitgerust met dat killergen.

Lees het hele verhaal van Bio Boeren
Share
You share. We pay.
Our sponsors make all rewards on Yoors possible. Check them out.