Intussen in het verpleeghuis.


Het werk weekend was rommelig en daardoor druk geweest op het werk.
We hadden de afdelingskeuken leeg moeten ruimen omdat er een nieuwe keuken geplaatst zou worden deze week. Daardoor waren we ook onze huiskamer kwijt.
Alles hebben we verplaatst naar de gangen en het kantoor. 
Die stonden bomvol en we konden eigenlijk niets meer terugvinden.
Het ergste was, er was geen water in de personeelsruimtes, natuurlijk wel op de appartementen van de bewoners, maar daar ga je om 7.15 uur geen koffie en thee zetten.
Elders in het gebouw in de personeelsruimte staat nu de koffiekar met een bakje voor de afwas.
Vanaf daar hadden we de koffie en thee mee genomen naar de etage.
Het is gelukkig maar voor een korte periode.

Gelukkig waren mijn man en ik zondag uitgenodigd door vrienden om te komen eten. 
Toen ik thuis kwam was manlief nog volop bezig met de bijen. 
Verstoord en gehaast ging hij zich opfrissen en omkleden. 
Binnen 10 minuten was dat gebeurd, hij pakte het cadeautje en haalde zijn zakken leeg, telefoons en sleutels belanden zoals altijd in mijn handtas. 
Na een heerlijke maaltijd zijn we bijtijds weer naar huis gegaan omdat er ook op maandag gewerkt moest worden. We waren net de straat uit gereden toen manlief zei: “ ik rijd wel, maar ik heb gedronken” 
Natuurlijk wisselden we snel van plek. 
Thuis hebben we meteen ons bed opgezocht. 

Ik had er zin in. Vandaag, maandag, begint er een nieuwe college en ik zou ook weer samen werken met ‘mijn’ stagiaire. Leuk om te zien hoe zij een goede verzorgende wordt. 
Esther, onze nieuwe collega was er al toen ik aankwam op het werk. 
Een leuke vrouw met een vriendelijk gezicht, ik schatte dat ze jonger was dan mijn persoontje. 
Mijn collega’s vonden dat ik haar wel in kon werken. 
Dat zou wel lukken, ook de stagiaire zou samen met mij werken en een re-integrerende collega. 
Natuurlijk zou dat lukken. 
We verdeelden de taken en ik legde aan Esther onze werkstructuur uit plus het nieuwe detectiesysteem waarop we kunnen zien wie zijn of haar bed al uit is, ik legde uit hoe we onze medicijnen delen en gelukkig kende ze dat computerprogramma. 
Ook vertelde ik waar het zorgkastje was op de appartementen, wat er in de badkamers aanwezig is en hoe we het appartement achterlaten (vuilniszak verschonen, bed opmaken of verschonen) 
Terwijl ze inlogde op haar computer bleek ze de bewoners/cliënten van haar vorige werkplek alleen te kunnen lezen. 
Dan maar mee lezen op mijn computer. 
Daar gingen we, 2 laptops, een computer op wielen, een medicijnkar, een koffiekar met ontbijtspullen en een kar met was benodigdheden. 
“Natuurlijk leg ik je later op de dag meer uit, maar we gaan eerst voor de bewoners zorgen” 
Esther was dat met me eens.

Ik keek naar de klok. Het was exact acht uur en precies op dat moment hoorde ik het belsignaal van mijn telefoon.
 Ik nam op.

Het was mijn man “noodsituatie” zei hij.
klik hier voor het vervolg

Met deze bijdrage van 497 woorden en het verplichte stukje (schuingedrukte) tekst doe ik mee aan de schrijfuitdaging april 2018 van Hans van Gemert.
Meer woorden mogen niet, dus deze uitdaging krijgt een vervolg.
Ook past dit verhaal in mijn serie over het werken in een woonzorg centrum voor dementerende bewoners.

signup

Word lid en beloon de maker en jezelf!