Taalknutsels 1. Hoelang duurt eventjes?


"Oma, hoe lang duurt eventjes", vroeg mijn kleinzoon toen "eventjes wachten" hem toch iets te lang ging duren. Een goede vraag waarop ik niet zomaar het antwoord paraat had.

Tijd is een raar ding. We kunnen tijd afmeten tot op een honderdsten van secondes en hebben namen voor allerlei hoeveelheden tijd. Maar hoe groter de hoeveelheid tijd wordt, des te ingewikkelder het wordt. Zolang er sprake is van minuten, uren, dagen en weken lukt het nog wel aardig. Hoewel het opdelen ook niet altijd even logisch verloopt. Seconden verdelen we in honderd deeltjes, een minuut in 60 deeltjes. Een uur verdelen we naar believen in twee, vier of 60 delen. Een dag heeft 24 uur, maar wordt ook in dag en nacht verdeeld en de dag dan vaak weer in ochtend, middag en avond. Op welk tijdstip die precies beginnen en eindigen is ook lang niet altijd duidelijk. Een week is gelukkig wel weer 7 dagen en daar valt niet aan te tornen. Hoogstens is men het oneens over met welke dag de week begint en moet de week ook nog op gepaste wijze doorgezaagd worden. En natuurlijk is er ook nog het lange- of korte weekend.

De maanden zijn een rommeltje en de jaren hebben eens in de 4 jaar een extra dag nodig om in de pas te blijven lopen. En dan hebben we het alleen nog maar gehad over indelingen die iedereen wel duidelijk zijn. Daarnaast zijn er een heleboel benamingen voor tijd die naar eigen goeddunken ingevuld kunnen worden. Eventjes is ook zo'n benaming en ik kan me goed voorstellen dat mijn kleinzoon nu toch eindelijk wel eens wilde weten hoelang dat "eventjes"van oma zou gaan duren. Als oma eventjes haar bril moet pakken is dat snel gebeurd maar als oma eventjes naar de winkel gaat kan dat best lang duren. Als besluit van het verhaaltje voor het slapen gaan: "Nu gaan we eventjes slapen" duurt wel heel erg lang.

Enkele minuten is ook zo'n ongrijpbaar begrip. Enkele is volgens het woordenboek een onbepaald, meestal klein aantal, maar als iets enkele minuten gaat duren mag je daar meestal echt wel even ( al weer zo'n onduidelijke tijdsaanduiding) voor gaan zitten. Maar hoe rijm je dat dan weer met een enkele reis. Op zo'n biljet kun je toch echt maar één keer reizen en moet je later een kaartje voor de retourreis kopen. Bij een enkele reis hiernamaals is er zelfs geen weg terug. En als je een retourtje koopt kun je niet alleen maar terug maar moet je eerst heen reizen. Bij de meeste vliegtuigmaatschappijen vervalt de terugreis zelfs automatisch als je de heenreis op een andere manier maakt.

Een mooi oud woord voor een korte periode is "wijle".

"Dan blijft haar de maagd een wijle met een glimlach gadeslaan" schreef Martinus Nijhoff in het gedicht "Het eerste wonder". Naar hoelang dat geduurd heeft kunnen we alleen maar raden. Dat "wijle" is toch al een heel verwarrend woord. Verwijlen is verblijven of vertoeven en in die betekenis kunnen we er dan nog wel wat mee al zegt het niets over de tijdsduur. Maar waar komt dan dat wijlen de heer De Groot vandaan. Hij vertoeft toch echt niet meer onder ons, ook niet bij tijd en wijle, zo nu en dan of een enkele keer. In een boekje uit 1827 vond ik het antwoord. In het oud Duyts - zo heette destijd de Nederlandse taal- betekende wijle zoveel als heilig of zalig en werd het gebruikt om aan te duiden dat iemand rustig en voorzien van de laatste sacramenten was gestorven.

Een momentje is ook zo'n rekbaar begrip. Zeker wanneer de telefoniste je vraagt: "Heeft u een momentje?" Op die vraag wordt meestal geen antwoord verwacht en al snel zit je 5 minuten naar het één of andere jengelmuziekje te luisteren of wordt je om de halve minuut medegedeeld dat je nog even geduld moet hebben. Gelukkig volgt er meestal wel alstublieft achteraan, maar protesteren helpt niet. En dan na vijftien minuten ergernis: "Bedankt dat u even heeft willen wachten". Dank je de koekkoek, dat wilde ik helemaal niet en eventjes is wat mij betreft toch aardig wat minder dan vijftien minuten als het op wachten aankomt.

Mijn kleinzoon blijft aandringen. "Hoe lang duurt eventjes, oma?". "Vijf minuten, schat", antwoord ik ten einderaad. Mijn kleinzoon haalt de kookwekker.