Schaam me dood




Op mijn opleiding zijn de schooldagen elke week weer anders. Meestal vind ik dat fijn, maar deze week hadden we praktijkweek. In de praktijkweek is het de bedoeling dat we zoveel mogelijk journalistieke producties afleveren en hebben we een zelfgekozen 'redactie'. Dit groepje mensen bekijkt alle creaties, geeft kritiek waar nodig, en bepaalt het allerbelangrijkste: de eindtijd.

Meestal is deze eindtijd 16:30, zodat je met ongeveer de 1.5 uur reizen, rond 18:00 thuis bent. Die avond kan je nog net bezig met je producties en daarna is het bedtijd want de wekker gaat weer om 05:00. Toch zijn deze weken het leukst omdat je je creatief de vrije loop kan laten gaan en je trots kan terugkijken op de dingen die je hebt gemaakt.

Zo zat ik donderdagmiddag in de trein. Een cocktail van trots, tevredenheid en een snufje hoofdpijn van de vermoeidheid. Ik hoefde nog maar een halfuurtje in de bus en dan zou het weekend echt beginnen. De bus kwam gelukkig op tijd en ik ging weer zitten op mijn vaste plek. Net voordat de deuren dicht zouden gaan, stapte er een man de bus in. Hij wilde een kaartje kopen, maar de buschauffeur wees hem erop dat dit alleen kon door te pinnen. De man pakte zijn portomonnee en pakte daar een stapel briefgeld uit en probeerde uit te leggen dat hij alleen contant kon betalen. 'Ik kom uit Bulgarije. Ik niet kan pin.' 'Pinnen of niet.' De buschauffeur is klaar om hem de bus uit te sturen.

'Ik kan wel voor u pinnen?' zeg ik, 'dan kunt u mij contant betalen.' De man knikt. 'Alsjeblieft. Kijk contant!' Hij laat me de stapel briefgeld zien. Ik leg mijn telefoon neer en ga naar het pinapparaat. €7,50, best duur voor zo'n zielig ritje. Ik geef de man zijn buskaartje. 'Dankuwel, dankuwel.' De man glimlacht en gaat dan ergens achterin de bus zitten.

Ik ga weer zitten op mijn plek en pak mijn mobiel.. Hij lag toch hier? Ik ga staan en voel in mijn broekzakken. Onder mijn tas? Misschien op de grond of tussen de stoelen? Ik voel mijn hart tegen mijn ribben aanslaan. In mijn tas. Daar moet hij zijn! Ik haal het voorvakje leeg. Niets. Ik sta weer op en voel weer in mijn broekzakken, mijn jaszakken en kijk om me heen. Ik kijk voorin de bus bij het pinapparaat, in het gangpad, bij de traptreden, maar hij ligt nergens. In paniek kijk ik achter me en zie ik de man bellen. Hij zal toch niet? Help ik een keer iemand en dan krijg je dit...

Ik stamp naar hem toe en ruk de telefoon uit zijn handen. 'Volgensmij is deze van mij meneer.' Nou ja, dat is het plan. Ik graaf nog een keer door het voorvakje in mijn rugtas. Ik kan wel janken. Help ik een keer iemand en dan krijg je dit.. Ik had wel verhalen gehoord dat er hele tactieken voor zijn: de een leidt je af en de ander pakt je telefoon van de tafel. Ik had nooit mijn telefoon zo open op de stoel moeten laten liggen.. Ik rits het grote vak van mijn rugtas open en haal al mijn schriften eruit. Hier zit hij toch niet... Ik leg mijn mobiel nooit hier neer.. Ik haal mijn laptop eruit. Nog steeds zie ik niets. Ik voel onder in mijn tas. Huh? Ik voel mijn wangen knalrood worden. Ik had hem vast in de haast in het grote vak gegooid. Ik bedek mijn gezicht met mijn handen. Hoe had ik ooit kunnen denken dat....

De hele busreis durf ik niet achterom te kijken. Ik had bijna een scéne getrapt voor niets. Ineens hoor ik een stem naast me. Het is de Bulgaarse man. 'Sorry,' zegt hij, 'is hier centrum?' 'Ja, als u hier zo uitstapt en dan daarheen loopt, dan bent u in het centrum.' Hij glimlacht weer. 'Erg bedankt.' Ik glimlach terug. Ineens besef ik me dat ik nooit heb gekeken hoeveel geld de man mij heeft gegeven. In het voorvakje zoek ik het geld bijelkaar. €8.00... In dit hele verhaal ben ik de dief...