De onsterfelijkheid van de liefde

De onsterfelijkheid van de liefde

Eindelijk zijn we boven. Mijn rug is gebroken, aan het eind van mijn Latijn zet ik haar weer met beide benen op de grond. Jeetje wat is ze veel zwaarder geworden de laatste jaren.

'Jaaaa! Jodelahitiiiiiii.' Galmend schalt mijn vrouw over het ravijn. Beretrots dat ze het gehaald heeft verzucht ze achter haar overwinningskreet aan: 'En dat zonder krukken.'

'Je vergeet dat je mij altijd bij je hebt.' Herinner ik haar droogjes.

'Ja, sorry, hihihi, jij bent de kruk aller krukken.'

Genietend kijkt ze rond, vervaarlijk dicht aan de steile rotswand.

Zal ik het doen? Zal ik het aandurven? Een licht zetje is genoeg, dat brengt haar zo uit haar balans en laat geen sporen achter. Niemand zal mij ooit verdenken. Iedereen zal ervan overtuigd zijn dat het een noodlottig ongeluk zou zijn geweest. Ze heeft mij altijd ten overstaan van ganse buitenwereld de hemel in geprezen. Immers, ik was haar grootste steun en toeverlaat.

Liefdevol strikte ik geknield haar veters, bracht haar haar medicatie stipt op tijd, droeg haar op handen, figuurlijk en letterlijk. Ik heb haar naar veel hoogtes gedragen, ondanks mijn zwakke gestel, mijn slechte longen, mijn versleten knie en mijn half brakke rug. Hoe mijn hart het heeft kunnen overleven vraag ik me nog af, zo sterk was het niet, drie stevige dreunen heeft het moeten doorstaan, meerdere malen is het opgelapt.

Nee. Niemand heeft het kleinste vermoeden dat ik van haar af wil. En dat wil ook niet. Begrijp me niet verkeerd. Het enige wat ik wil is haar roem vergroten. Haar onsterfelijk   maken door haar in de afgrond te storten. Inwendig grinnik ik een beetje over de lugubere tegenstrijdigheid die in deze woorden schuilt.

Ze draait zich om naar mij en kijkt me met haar grijsgroene ogen aan. De ogen boren geheel door in mijn ziel. Ze vraagt waar ik aan denk.

Ik slik even. Weet dat ze geen leugens duldt.

'Wanneer ik je een duwtje geef, ben je zo een beroemd schrijfster. Stromen bakken met royaltygelden bij mij binnen en ben jij eindelijk van je pijn af.'

'Maar lieverd, je weet toch dat geld niet gelukkig maakt en roem kan me ook gestolen worden, daar zit vaak zo'n vreemd geurtje aan.  Mijn verhaaltjes zijn mijn roem,  plezier aan het schrijven op zich blijft voorop staan en jij en ik, wij samen, is mijn rijkdom,  daar heb ik graag mijn pijntjes voor over.'

Dankbaar trek ik haar tegen me aan en na even flink geknuffeld te hebben til ik haar op en strompel kreunend  weer naar beneden.

signup

Word lid en beloon de maker en jezelf!

Promote: support and profit

Support Dana with a promotion and this post reaches a lot more people. You profit from it by earning 50% of everything this post earns!
More