×

Yoors


Inloggen
×

Yoors











Dromen zijn verraderlijke monsters

Dromen zijn verraderlijke monsters


Het is de laatste dag van november, deze maand heb ik nagenoeg niets gedaan aan de huishouding. Ik had het te druk met andere belangrijkere zaken. Spijtig genoeg heeft dit me een heel tranendal aan ellende opgeleverd. Mijn gezin was hier niet blij mee. Zacht gezegd.

'Mam, wanneer ga je mijn hobo nou eens oppoetsen?'

Niet begrijpend kijk ik mijn dochter aan. 'Hoe bedoel je, sinds wanneer heb jij zo'n toeter?'

'Die heb ik dus niet, maar nu heb ik wel je aandacht, vreselijk dat zo'n strikvraag nodig is om je bij je familie te betrekken. Mam, het kan zo echt niet langer. Het hele huis is een puinhoop, ome Wim ligt in de kreukels met een abominabele foute bloedwaarde, oma is zo van slag dat ze een apporterend hondje imiteert,  Puk denkt dat de verzameling van de antieke landkaarten van opa een kleurboek is, er is een keukentrap voor nodig om boven de berg wasgoed uit te komen, de stofdoeken zijn over de datum, we hebben sinds tijden geen fatsoenlijk maal meer gegeten en papa's scheten zijn zo niet te harden, zelfs het canvas windscherm is er niet tegen bestand. Je moet echt aan de slag, ik zou beginnen met de grote schoonmaak, als ik jou was.'

Ik beloof beterschap en ik geloof mezelf zelfs. Het wordt hoog tijd dat ik stop met die droom, hij zal nooit uitkomen, hoe stijf ik mijn ogen ook dichtknijp.

Eerst maar eens even een wasmachine vullen, wat een meurende stank komt eraf, ik kiep er nog een extra scheut lavendelgeurende wasverachter bij. Dan stroop ik mijn mouwen op, bovenaan beginnen,heeft mijn moeder me altijd geleerd. Dat is de zolder. Ik vul een emmer met sop, neem een ragebol onder de ene arm, bind de stofzuiger op mijn rug en bestijg zo de krakende vlizotrap.

Dit is echt geen overbodige luxe, ik had er geen idee van hoe hoog stoflagen op konden stapelen, het is hier zo vies dat zelfs de spinnen geen moeite meer doen om hun webben bij te houden.

Ploeterend komt er zowaar zicht op over de hele bovenverdieping. Mijn fanatisme werkt. Nu nog achter dat schot schoonmaken en ik ben klaar op de zolder. Tot mijn verbazing ziet het er achter de gelige panelen niet eens zo smerig uit. Er staat ook bijna niets. Slechts een klein vierkant doosje. Eerst maak ik het hoekje achter het schot schoon en fris, dan bekijk ik het kleinood aan alle kanten. Er zit een strik omheen en megaveel plakband omgewikkeld. Wat zou erin zitten?  Het moet wel heel wat waard zijn voor degene die het ingepakt heeft, vanwaar anders zoveel moeite?

Ik besluit dat het genoeg is voor vandaag. Een hele verdieping in één dag vind ik best een prestatie. Maar even met het geheimzinnige doosje naar beneden, vragen of iemand hier iets van afweet. Bepakt en beladen daal ik de vlizotrap weer af. Op haar slaapkamer op de tweede verdieping zit mijn dochter huiswerk te maken.

'Ken jij dit doosje?'

'Heb je het achter een schot gevonden?'

'Ja, ken jij het?' vraag ik hoopvol.

'Nee, mam,  en ik denk ook niemand anders.'

'Hoezo?'

'Ja, duh, dat staat toch in die schrijfopdracht van Hans?'  

'Eh, ja, hoe weet jij dat?'

'Doet er niet toe. Stoor me nu maar niet, beslis of je er wel of niet in gaat kijken maar laat mij lekker leren.'

Even staar ik naar het doosje. Dan trek ik het lint los en  peuter de plakband eraf. Ik vouw met trillende vingers de kartonnen klepjes open.

De inhoud doet me terugdeinzen. Het heeft de schitterende kleuren van een diamant, maar ik herken duidelijk de verraderlijke boodschapdragende trollbeadsbedel uit mijn dromen.

 

     

Verhaal geschreven naar aanleiding van schrijfuitdagingen van schrijvelarij op facebook en van Hansvg op Yoors.