Een vleugje extra


Onze vorken zakken langzaam terug in de heerlijke risotto. Minutenlang blijven we zwijgend naar het midden van de tafel kijken. De pan is nog halfvol. Mijn man pakt razendsnel een deksel en schuift het op de pan.

'Zag jij wat ik zag?'

'Zie je het niet meer dan?'

'Zie jij het nog?' We durven geen van tweeën wat we zagen te benoemen. Alsof het stilzwijgen de aanwezigheid teniet zal doen. Eindelijk herpakt mijn man moed.

'Die pan moet leeg, dat weet je toch?'

'Ja, we kunnen het niet maken om er een restje in te laten zitten.'

'Dat zou Elisabeth als een belediging kunnen opvatten.'

'Ja,' geef ik grif toe. We hadden haar gesmeekt of ze speciaal voor ons een maaltijd in elkaar wilde flansen en waren verheugd geweest toen ze binnen was komen stormen. Met haar speciale pannen, verse kruidenplantjes en geheime ingrediënten. Ze zou wat heel bijzonders voor ons bereiden. Maar dat het zo buitengewoon zou zijn...

'Denk je dat hij dood is?'

Een rilling loopt over mijn ruggengraat.

'Ik zag iets bewegen, dacht ik toch?' Strak zijn mijn ogen weer op het midden van de tafel gericht. Alsof ik door de afgedekte pan heen kan kijken.

'Denk je dat we hem er misschien uit kunnen vissen? Dan de rest lekker opeten. Het smaakt me wel goed.'

'Ja, mij ook,' antwoord ik zonder aarzelen.

'Ik bedoel, als ie nog leeft, zou hij ons misschien zelfs dankbaar zijn.'

Ik grinnik. Opeens krijg ik weer lef, krijg tal van nieuwe inzichten en verwijder het deksel van de pan. Er komt wat roods tevoorschijn. Even hou ik mijn adem in, even maar. Vissen hoeft niet meer. Op eigen kracht komt het uit de pan gekropen en kijkt boosaardig met priemende oogjes in het rond.

'Waar is dat mens! Wat een monster, mijn huisje zo naar de verdommenis te helpen, het mes heeft mij nog net niet doorklieft, waar moet ik nu leven?'

Klare taal. Wij zijn er ook van geschrokken, ik wist wel dat Elisabeth van echt vers hield, dus begreep wel dat ze het bos ingegaan was om zelf paddenstoelen te plukken, maar snap niet dat ze nog niet eens de moeite heeft genomen om te controleren of er nog iemand inzat.

'Het komt wel goed,' stel ik hem gerust. 'Eerst gaan we de risotto verorberen, dan kom jij aan de beurt. Een kabouterhulpje kan ik altijd wel gebruiken, in ruil voor je werk, regel ik dan een slaapplaats voor je.'

Naar aanleiding van dag 28 van de septemberschrijfchallenge van The Little Black Typewriter geschreven.

Ik heb gekozen voor de beginzin van het boek 'Niet mijn familie' geschreven door Anja van Biene.