Het meisje met de blauwe lokken

Het meisje met de blauwe lokken

Een samenwerkingssprookje gecreëerd door Dinie de Zeeuw en Dana Martens


'Och, dat arme kind, welke moeder doet nou zoiets?'

'Dat mens is al langer volledig de weg kwijt. Met haar zogenaamde onbevlekte ontvangenis, ze is simpelweg krankzinnig.'

'Ja, zomaar uit het niets zwanger worden geeft je wel te denken. Maar dan nog.  Het haar van je bloedeigen dochtertje direct na de geboorte al blauw verven, haalt toch geen enkele moeder in haar hoofd?'

De dorpelingen spraken fluisterend. Maar Mathilde hoorde ze heel goed. Het meisje kon als geen ander haar oren spitsen. Vooral als ze haar haren opstak had ze een beter gehoor dan menigeen. Ze wist wat erover haar en haar moeder gezegd werd. Nog spraken ze er schande van, nog steeds na al die jaren ging haar moeder over de dorpstongen. Vanaf het prille begin van haar leven was het meisje een tikkeltje anders dan anderen en naarmate ze ouder werd, groeide dat verschil. Al liet Mathilde normaal gesproken niets merken, ze wilde toch eigenlijk niets liever dan eindelijk eens de waarheid te horen.

'Mam,' Mathilde aarzelde nog een beetje, ze zwaaide haar lange blauwglanzende haren over haar schouder.

'Ja lieverd, wat is er?'

'Mam, wees nou eens eerlijk. Wie is mijn vader? Ik weet dat je altijd zegt dat het de prins op het witte paard was waar je verliefd op geworden bent, maar ik geloof niet in die onzin.'

'Nee, Mathilde, dat heb je fout. Ik heb nooit beweerd dat het paard wit was. En ik moet je ook bekennen dat ik niet zeker ervan ben dat het wel iemand van Koninklijke bloede was, ik heb geen kroon kunnen zien, sterker nog, ik heb hem in het geheel niet gezien. Maar hij was wel een ware prins voor mij. Een onzichtbare prins op het mooiste blauwzwarte paard dat ik ooit gezien heb.'

Mathilde zuchtte, haar moeder geloofde heilig in het sprookje, zelfs zo sterk dat ze overtuigd was van haar gelijk.

'Je blijft dus nog steeds fantasieverhaaltjes vertellen? Waarom kan je nou nooit eens eerlijk zijn? Ik begin te denken dat die dorpelingen het bij het rechte eind hebben. Ze verklaren je allemaal voor gek!'

'Mathilde! Jij zou toch beter moeten weten!'Gekwetst keek de  vrouw haar dochter aan. 'Die dorpse roddels daar moet je boven staan.'

Mathilde rende het huisje uit en zwierf door het bos tot laat in de avond. Ze was boos en gefrustreerd, ze had zoveel vragen, maar kon nooit met haar moeder een normaal gesprek voeren. Waar kwam ze vandaan? Wie was haar vader? Waarom was ze geboren met een enorme bos blauwe krullen en waarom hoorde ze altijd vreemde geluiden: hoefgetrappel  overstemde allerlei magische melodieën. De klanken leken door niemand anders opgevangen te worden. Alleen door Mathilde.

Diep in de nacht keerde ze huiswaarts.

 Toen ze de deur open zag staan, bonsde haar hart. Moeder liet nooit de deur open bij nacht. Voorzichtig stapte ze over de drempel. Het was stil in huis, zelfs de muzikale tonen hoorde ze niet. Haar moeder lag op bed, de ogen gesloten. Breekbaar zag ze eruit, uiterst fragiel. Mathilde streelde liefdevol haar vingers en de vrouw opende haar ogen en richtte haar hoofd iets op.

'Het wordt tijd om in jezelf te geloven, dan alleen zal je een kans hebben om het geluk te vinden.'

Toen  stootte de vrouw nog eenmaal haar adem uit en zakte weg in haar kussen.

Mathilde keek verschrikt naar het roerloze lichaam, voelde de pols en sloeg haar handen voor haar oren, rende uit huis. Het getrappel van paardenhoeven drong zich weer aan haar op en werd steeds indringender. Er doorheen schalde operamuziek. Ergens halverwege haar ruggengraat begon het ineens vreselijk te kriebelen. Mathilde schopte haar schoenen uit, bond haar blauwe haren in een staart, hield haar hoofd iets schuin, zodat ze het hoefgetrappel kon lokaliseren. Ze negeerde de jeuk tussen haar schouderbladen. Het geloof hield haar op de been, barrevoets holde ze verder. Geloof in je zelf, geloof in je eigen kunnen, geloof geloof geloof. Geloof in je vader, geloof erin en vindt hem en met hem het geluk. Met iedere stap groeide haar vertrouwen, met iedere pas verbleekte haar ongeloof.

Eindelijk stopte ze, buiten adem. Het hoefgetrappel verstomde. De muziek ebde weg. Een zacht gehinnik achter haar deed een rilling over haar rug lopen.

'Mathilde, ben jij dat echt? Gelukkig, mijn hart verwarmd, het is je moeder toch nog gelukt, om je erin te laten geloven.'

'O, papa, ben jij dat? Ben jij dat echt?'

De tranen stroomden Mathilde over haar wangen. Eerst van verdriet, toen van vreugde. Ze was tot volle bloei gekomen, ze had haar vleugels uitgeslagen, ze geloofde in sprookjes maar vooral in zichzelf. Ze draaide zich om en vlijde haar hoofd tegen het mooiste wezen dat ze ooit had gezien en leefde nog lang en gelukkig.


Afbeeldingen: Dinie de Zeeuw

Tekst: Dana Martens

Opera & Fantasy #3

Dinie de Zeeuw
signup

Word lid en beloon de maker en jezelf!

More