Beestenbende op de mat


De bel gaat. Het geluid kan ik niet goed thuisbrengen. Is het nu mijn mobiel of staat er iemand aan de deur?

Mijn telefoon kan ik zo snel niet vinden, dus loop ik naar de gang en open de deur. Walgelijk, mijn altijd naar beesten stinkende buurman, toch al geen groot licht, staat mij aan te staren en slingert meteen een aantal woorden om mijn oren.

'Hai, buurvrouw, mag ik je om een gunst vragen? Ja, toch, hè? Je staat altijd voor iedereen klaar, toch, hè? En ik heb je laatst ook het dak op geholpen, een wederdienst moet toch bespreekbaar zijn?' Zijn ene hand omvat nog altijd de deurpost waar het knopje zit, in de andere draagt hij een onbekend vrachtje gewikkeld in één of andere sprei.'

'Tuurlijk, vragen kan geen kwaad, maar haal je vinger eens van die bel, ik word gek van dat aanhoudend getringel.'

'Dat is een ringtoon, ben ik niet. Goed, ter zake. Ik weet niet of je op de hoogte bent van de landelijke staking van de verzorgers van de levende wezens in de huisdierenwinkels gedurende de feestdagen, maar die staking ging vandaag in. En ik staak mee. Echter, voel me wel verantwoordelijk voor het welzijn van de kleine wezens, dus bij deze, de vraag of jij wilt oppassen.'

'Daar heb ik geen zin in.'

'Je hebt tegenwoordig wel vaker geen zin, maak maar zin. Het geeft je de gelegenheid om eens kennis te maken met nieuwe huisdieren. Ik heb gehoord van je zuster, Chantal, dat je zonder zit.'

'Ik heb geen behoefte aan muizen en ook geen zuster die Chantal heet.'

'Komt goed uit, ik ook niet, ik heb alleen maar konijnen, marmotten en cavia's. Maar neem eerst je telefoon maar even op. Ik word ook gek van dat gejengel.'

Ik sluit de deur en ga op zoek naar mijn mobiel.

'Met Dana.'

'Hè, hè, eindelijk, met Tja. Ben je werkelijk present of is dit een bandje.'

'Dit is geen bandje, Tja, waarvoor bel je?'

'Ik heb een kaart gekregen, voor jou, van Chantal.'

'Denkt ze nog steeds dat ik in Groningen woon?'

'Nee, ze zegt dat ze weet dat je bij mij logeert.'

'O, ja, da's waar ook, maar sorry hoor, ik kan het echt niet aan om twee keer in de maand zo'n lange reis te maken, ben nog aan het uitrusten van de vorige.'

'Gelukkig maar, ik zit ook niet te wachten op visite die door anderen wordt aangestuurd, laat me niet op de hak nemen en heb toch niet genoeg drank in huis.'

'Je zit zeker ook zonder tomaten? Wat staat er trouwens op die kaart?'

'Er staat opgekrabbeld: retour afzender, te weten Dana, die logeert in Groningen, steek de kaart met de pestpleuriskerstwensen maar in je reet. En op de voorkant van de kaart zelf: Ik wens je een pestpleuriskerst en onwijs veel moois voor de overige 363/364 dagen.'

'Staat er ook een afzender bij?'

'Nee, maar ik moet zeggen, dat ik het wel iets voor je vindt om zo'n boodschap te schrijven.'

'Die kaart is helemaal niet van mij, maar ik denk van Remco, ik stuur al jaren geen kerstwensen meer.'

'Wat zal ik ermee doen?  In mijn eigen achterste stoppen?'

'Nee, stuur maar weer retour afzender, te weten, de oorspronkelijke geadresseerde  en laat het maar aan de post over.'

'Oké, dan wens ik je prettige dagen, je mag zelf weten hoeveel en welke.'

'Insgelijks, Tja, bedankt voor je belletje.'

Ik verbreek de verbinding, draai me om, loop naar de voordeur en kijk met afgrijzen naar wat er op de mat ligt.

Nee hè, de buurman heeft 4 langharige cavia's, 6 konijnen en 10 marmotten door het kattenluik geschoven. Wanneer ik de deur open zie ik hem nog net wegrijden, door het opengedraaide raampje schreeuwt hij dat hij de wezens na de feestdagen weer op zal halen.