De lichtacceptatie


Het is zo donker dat ik geen hand voor ogen kan zien. Op de tast zoek ik naar een lichtknopje. Alweer! Dit gedoe gaat me mijlenver de keel uithangen, steeds opnieuw duikt de duisternis op. Ik neem me voor om de volgende keer een zaklamp bij me te steken.

'Dana, Dana!' klinkt het vanuit mijn zwarte omgeving. Of is het één van de stemmen in mijn hoofd? Ik word er gek van. Ik snak naar licht. Niet al te fel, maar toch helder. Ik wil weer kunnen zien wat ik zeg zolang het noodlot nog niet volledig toegeslagen heeft. Want wat als zelfs de zaklamp geen uitkomst meer biedt? En dan heb ik het niet over lege batterijen of een kapotte led.

Die kunnen vervangen worden. Maar mijn mogelijke voorland is niet te vervangen. Hoe lang kan ik nog mijn ogen gebruiken? Moet ik niet alvast mijn andere zintuigen trainen om er beter mee te kunnen dealen als het zover komt?

Het komt zoals het komt, je moet je berusten in je lot. Als God het zo gewild heeft is er geen ontkomen aan. Acceptatie is het beste redmiddel om ermee om te gaan.

Acceptatie. Ik negeer het met alles wat ik in me heb. Blindelings accepteren dat er onmogelijkheden op mijn pad komen, kan ik gewoon niet. Of beter gezegd wil ik niet kunnen. Zolang er leven is, is er hoop, zolang er gedachten zijn, denk ik, al kwellen mijn gedachten me nog zo. Het zal het licht masochistische trekje wel zijn wat steeds weer de kop op steekt. Net als de stemmetjes, net als de duisternis.

Nog altijd ben ik op zoek naar de vermaledijde schakelaar, de stem roept ook nog steeds. 'Dana, Dana, hier moet je wezen.'

Ik schuifel met mijn handen naar voren gericht in de richting van het geluid. Opperste concentratie. Schor klinkt een tweede stem. 'Waar is hier? Ik ben hier toch al?' Het zwart wordt omgezet in een grauwe nevel. Een rilling loopt over mijn rug.

'Dana, Dana, je weet zelf het beste dat je je er ook tegen kunt verzetten! Je hebt het lot in eigen handen. Je hoeft het niet voortdurend aan te gaan. Je hoeft je er niet aan over te geven. Die dwangmatige neurose kan je best onder controle houden. Negeer het lichtknopje dan zal het donker om je heen vanzelf licht worden, tenminste, overdag dan.'

'Maar hoe dan? Want ik wil wel weer een hand voor ogen kunnen zien!'

'Door gewoon niet te beginnen. Gewoon niet. Wanneer je niet begint met die bewuste woorden, hoef je ook niet op zoek te gaan naar het lichtknopje. Je hebt er al vier gedaan, het is goed zo, laat die schrijfuitdaging toch gaan.'

'Oké,' verzucht ik, en opeens is het weer licht om me heen.