Historische tomatendrab


Het bloed van de afgehakte vinger vermengt zich met de tomatensaus die staat te pruttelen voor vanavond. Shit. Positief denken, zeg ik tegen mezelf, het verandert niets aan de kleur van de spaghetti. Ik scheur een stuk van de sprei af en verbind mijn hand ermee. De bovenste kootjes van de middelvinger slinger ik in de prullenbak. De wrange gedachte om het als presentje in te pakken voor de grootste hufter die ik ken, onderdruk ik met moeite. Nu niet aan hem gaan denken, daar word je alleen maar onnodig misselijk van.

Het wordt erg moeilijk om hem uit mijn gedachten te verbannen wanneer even later zijn zuster bij me aanbelt. Er schiet door mijn gedachten om haar voor de deur te laten staan, maar dan dringt het besef tot me door dat zij er ook niets aan kan doen dat haar broer mijn leven heeft vergald. Bovendien, kan ik wel wat afleiding gebruiken, ik draai het vuur onder de wok uit en laat  haar binnen.

'Hai, buurvrouw,' begint ze luchtigjes en kijkt naar mijn hand. 'Heb je jezelf weer eens toegetakeld? Aan de drank geweest voor je ging koken?'

'Ha ha,' reageer ik, 'je denkt natuurlijk, waar je mee omgaat wordt je mee besmet.'

'Ik dacht dat je van hem af was? Is hij nog steeds bij je? Dan neem ik mijn verzoek weer terug nog voordat ik het gevraagd heb.'

'Welk verzoek?'

'Ik moet naar mijn werk, maar hoorde net dat de scholen in staking zijn en wou je vragen op de tweeling te letten. Maarre, Hans heeft een beetje een foute invloed op ze, dus laat maar.'

'Hij is hier niet. Niet meer. Nooit meer.'

'Heb je hem eindelijk om zeep gebracht? Hoe heb je het aangepakt? Stiekem van het dak geduwd?'

Ik glimlach alleen maar en ga over op een veiliger onderwerp. 'Breng die bengels gerust bij me. Ik pas met alle liefde op.'

'Ik wist dat ik op je kon rekenen, meid.' Mijn buurvrouw draait zich om en laat een schel fluitje horen. Daar komt de tweeling al aanhobbelen. 'Ik kom ze tegen vieren weer ophalen. Heel erg bedankt voor je hulp.'

En weg is ze.

'Tante, tante, waar is oom Hans-de-pans?' vragen ze in koor.

'Ik ben jullie tante niet.'

'Maar je bent toch het meissie van onze oom, dat maakt je automatisch onze tante,' antwoorden ze simultaan.

'Niet meer. Oom Hans is historie. En wanneer jullie nog eenmaal hier in huis over hem beginnen gaat bij mij het licht uit en dan zijn jullie ook geschiedenis voor me,' zeg ik lacherig maar met een dreigende ondertoon.

'Dan noemen we je wel buuf Dana, buuf Dana,' roepen ze in canon.

De rest van de ochtend verloopt zonder kleerscheuren. Ik geniet van de aanwezigheid van de kinderen, die verrassend braaf zijn. Ik moet het mijn buurvrouw nageven, ze heeft gelijk dat mijn ex een verkeerde invloed op ze heeft, altijd wanneer hij in de buurt was, ontplooiden ze zich tot minigangsters en nu zijn het gewoon engeltjes.

'Ik zou jullie zo in de kerstboom kunnen hangen,' grap ik.

De tweeling kijkt elkaar even aan.

'Bedoel je, dat je ons op wilt hangen?' vraagt de één.

'We zijn toch braaf geweest?' vult de ander aan.

'We hebben zelfs niet meer naar onze oom gevraagd,' klinkt weer in koor.

Ik leg ze uit dat  ik het overdrachtelijk bedoelde, ze kijken alsof ze mijn uitleg begrijpen.

'Zullen we maar gaan eten?'

'Eerst even onze kauwgum weg doen. Waar kunnen we het laten?'

'In de prullenbak, die in de keuken staat. Wacht maar, dan dekken we meteen de tafel.'

Wanneer we de keuken inlopen roer ik nog even door de rode massa.

De ene helft van de tweeling trapt op het voetpedaal, de klep gaat langzaam open, de andere helft kijkt in de bak en wordt bleek, dan draaien de kopjes om naar mij en twee paar grote ogen staren me aan.

'Is dat... het enige.... wat van ome Hans-de-pans is overgebleven?' stotteren ze en slaan meteen hun handen voor hun monden. 'Alsjeblieft, buuf Dana, maak van ons geen historische vleessaus.'