Wazige wartaal


Mijn dochter geeft een gil. 'Au, dat is heet!'

'Hoe vaak heb ik je al niet gewaarschuwd niet met vuur te spelen.'

'We speelden niet met vuur. We speelden winkeltje. Het is de schuld van de klant,' beweert zij, en  wijst naar de hoek, waar een teddybeer zit. 'Die trok de kwaliteit van de lucifers in twijfel. Ik heb het tegendeel bewezen door er eentje af te steken.'

Nog enigszins verbaasd door haar volwassen taalgebruik, trekt er een waas voor mijn ogen. Er is geen mist voorspeld, dus zal het wel aan mijn bril liggen. Het is al even geleden dat ik mijn glazen opgepoetst heb. Mijn bril lijkt op dit moment eerder matglas glazen te hebben. Ik neem hem van mijn neus en wrijf met de punt van het tafelkleed stevig over het matglas. Het wordt er niet echt beter op. De wazige beelden blijven bestaan. Zit het wellicht in mijn hoofd? Mijn brein is wel vaker vertroebeld. 

Nu focussen, Dana, back to the realiteit. Wat helpt snel tegen brandwonden? Ik heb er laatst nog een programma over gezien. Tandpasta!  Dat haalt het branderig gevoel eruit.

Verdorie, mijn benen lijken wel van elastiek. Ik zwalk naar de badkamer, grijp een tube, wikkel er een tissue omheen en keer weer terug.

Mijn dochter zit jammerend in een hoekje.

'Wat is dat, mama?' Er klinkt lichte achterdocht door in haar stem.

'Zalf, ' zeg ik, terwijl ik het dopje eraf draai en voorzichtig wat op het brandwondje smeer.

'Het lijkt op yoghurt en ruikt naar pepermunt, weet je zeker dat het goed is?'

'Het is de blestje cjombjinatsie.'

OMG, eerst mijn ogen, toen mijn benen en nu mijn stem? Ik lijk wel dronken. Mijn hoofd tolt, ik sla om me heen, val op de grond, mijn voet schopt tegen de bank. Alsof die er wat aan kan doen.

'O o,' reageert mijn dochter koeltjes. 'Tijd om van beroep te veranderen.'

Ze trekt haar kassajufkostuum uit en schiet in haar verpleegstersuniform.

'Mevrouw mama, wees kalm, ik zal u moeten opereren.'  Ze pakt een schaar en naald en draad. 'Zo, eerst even uw strakke kleding openknippen. Stil liggen, anders bezeer ik u nog.'

'Nee, nee, nee...'

'Rustig maar, ik kan als de beste hechten.'

Ik baad in het zweet, blaas belletjes, kon ik mezelf maar knijpen en weldra ontwaken.

In de verte hoor ik een sirene. De bel gaat.

'Daar zal de ambulance al zijn, even open doen.'

Mijn dochter verdwijnt naar de gang.

'Heb jij gebeld?' Hoor ik een mannenstem.

'Ja, voor mijn moeder, denk dat ze weer een aanval gekregen heeft, ze ligt te schuimbekken in de kamer.'  

O nee, ik droom niet, ik hallucineer alleen maar. Gelaten sta ik het platspuiten toe. Rust kan ik wel gebruiken, ik sluit mijn ogen en zak weg.

 


Word lid en beloon de maker en jezelf!