Verward, vertwijfeld, verhit, verlangen


De tweelingbroer van de ober kijkt me glazig aan. Mijn hele houding straalt passie uit, het sensuele trekje om mijn mond, de loensende blik in mijn ogen, denk aan mijn lieverd. Hij pakt me nogal ruw vast, als was hij een ruige zeebonk, niets meer en niets minder. Ik ben net een lappenpop in zijn armen, op het nippertje realiseer ik me dat hij mijn verlangen naar thuis verkeerd heeft geïnterpreteerd. Ik ruk me los, bijt van me af, mijn kunstgebit schiet met een boogje uit mijn mond.

'Sorry,' stamel ik. 'Haal nog al wat dingen door elkaar. Zie je, ik ben getrouwd, hou zielsveel van mijn man, ik moet naar huis, hem uit zijn hachelijke positie in de stoppenkast bevrijden, ik geef je waardebon als je me naar huis brengt zodat ik eindelijk deze verwarrende maand af kan sluiten.'