De Middeleeuwen: een pionier op het gebied van permacultuur.


Stadslandbouw

Stadslandbouw was voor het een soort luxe was of een sociale utopie, een zeer ernstige werkelijkheid in de Middeleeuwen.

Het was vooral een praktijk die nodig was om te overleven.

Tomorrow

In de film ' Tomorrow' geregisseerd door Melanie Laurent en Cyril Dion die door de Franse krant Le Monde als een 'sociaal fenomeen' wordt omschreven, komt een optimistische visie van hoe de ecologische crisis op te lossen aan bod.

Dit door middel van een aantal micro oplossingen. 

Onder deze oplossingen komt het begrip ' permacultuur' heel vaak aan bod.

Geïllustreerd door het beroemde voorbeeld van Detroit, Michigan.

Deze stad ontwikkeld rond de auto industrie, wordt nu getroffen door de industriële crisis.

De mensen die er de middelen toe hadden verlieten de stad, een stadsgezicht achterlatend dat letterlijk stil was.

Een deel van de inwoners stak vervolgens de handen uit de mouwen om deze stedelijke woestenijen te cultiveren.

Ze gingen op zoek om verse producten in de stad te produceren en te consumeren.

Er werd geteeld in de stad.

En dit is hetgene dat de mens altijd heeft gedaan voor de achttiende eeuw.

Dus de Middeleeuwen, een pionier op het gebied van stedelijke landbouw?

Steden hebben nooit opgehouden om productief te zijn.

Alvorens de actuele stroom van informatie te genereren, waren steden- en in sommige delen nog steeds- belangrijke plaatsen voor de industrie.

In de Middeleeuwen maakten ze deel uit van de agrarische gebieden.

Echte velden waren zeldzaam in het hart van de stad, vooral omdat het stedelijk weefsel dichter is.

Maar er zijn moestuinen waarop geteeld werd, er werden tuinderijen georganiseerd rond de stadsmuren.

Boomgaarden bieden appels en peren en steden waar het klimaat het toestaat hebben zelfs wijnranken.

Stadslandbouw was dus een zeer noodzakelijke cultuur in de Middeleeuwen

Ten eerste omdat er heel duidelijk behoefte aan was.

Er was het risico op hongersnood, een slechte oogst, de voorraden die verminderen en die de broodprijs deden stijgen.

In het slechtste geval kan de stad worden belegerd, waardoor de inwoners zich achter de muren moesten verschansen waarbij ze genoodzaakt zijn terug te vallen op hun stadscultuur en reserves aan te spreken in de hoop dat deze van de aanvaller eerst uitgeput zouden zijn.

Deze stadsculturen waren ook nuttig in de tijd van het jaar waarin de graanschuren leeg zijn.

De oogst van vorig jaar was opgegeten, maar de oogst voor het volgend jaar wordt nog verwacht.In de Middeleeuwen vond de grootste sterfte niet plaats in de winter, maar in het voorjaar.Geconfronteerd met deze gegevens moesten de steden in de tiende en elfde eeuw produceren, niet om zelfvoorzienend te zijn, maar om hun kwetsbaarheid te verminderen.

Organisch, lokaal en middeleeuws.

Wat mag er verwacht worden van deze microculturen?

Een verscheidenheid aan voedsel die er gekweekt wordt bevindt zich nu in het uitstalraam van de bio winkel.

Kool, prei, rapen, wortelen, bonen en erwtenbonen.

Het is dit voedsel die vegetariërs, veganisten en andere flexitariërs nodig hebben om hun dieet aan te vullen.

Soja en de aardappel kwamen pas na de Middeleeuwen naar Europa.

Natuurlijk werden er ook kleinere dieren in de achtertuin gehouden, door diegenen die het zich konden veroorloven.

Voor de grote dieren ( varken, koe, schaap) die het meeste vlees vertegenwoordigen, was er niet steeds de nodige tijd beschikbaar en deze werden ook weinig in de steden gekweekt.

Dit alles doet de man niet eten, maar zorgt wel voor een variatie in het menu.

Een menu dat voor het grootste deel van de bevolking uit brood bestond.

Al het voedsel dat gegeten werd naast brood, groenten, eieren of vlees werd companage of toespijs genoemd. 

Voornamelijk lokale gerechten.

Met een geschat gebruik van 1kg brood per dag per persoon, was er zeker geen sprake van glutenallergie.

De dagelijkse maaltijd was brood en koolsoep, zoals we nu afhankelijk zouden zijn van voedselpakketten voorzien door de gemeenschapslandbouw.

De Middeleeuwen: een volk van bobos?

Deze stadsculturen zijn moeilijk te omschrijven voor historici.

Daar is een goede reden voor: er was geen wettelijke omkadering voor dergelijke projecten en er werden geen belastingen geheven op de gewassen bestemd voor binnenlandse consumptie.

Kortom, er bestaat daar geen archief van.

Er is geweten dat stadslandbouw bestond door toneelspelen en door verhalen.

Maar stadslandbouw ontsnapte aan de overheid.

Dit hangt af van andere sociale structuren, op basis van lokale en solidaire gemeenschappen.

Permacultuur vandaag.

DIt is ook de droom van Rob Hopkins, oprichter van de beweging ' steden in transitie', waarin de veerkracht moet bestaan door een niveau tussen individuen en Staten: een niveau van de gemeenschap.

In de film ' Tomorrow' blijft het idee komen, er is nood aan culturen en gesprekken.

Stadslandbouw is ook een vorm van sociale dienstverlening.

In steden waar het aanbod gegarandeerd is, kan de aarde bewerkt worden niet tegen de honger, maar om mensen met elkaar te verbinden.

In de Middeleeuwen was het net omgekeerd: de solidariteit was er groot, net omdat dit de mensen hielp om te overleven.

Het is deze onzekerheid die voor solidariteit zorgt.Deze film heeft de verdienste voedsel te koppelen aan lokale democratie.

Maar welke groep kan een basis zijn voor stadslandbouw in rijke steden?

Het gezin? Het woonblokcomplex? De buurt?

Wanneer het creëren van een gemeenschappelijke tuin geen noodzaak is, maar een luxe, kunnen we dan economie voeren met publieke middelen?

Gisteren, vandaag en morgen, zullen de groenten die in de stad groeien niet echt voldoen aan het vullen van de magen, maar zijn ze vooral voer voor verhalen, in de marge.

Bron: slate.fr

Vind je het interessant klik op Word Supporter je kunt dan de post delen ons waarderen en gelijk meeprofiteren.