Benno de Vries


De deur klemt maar met enige kracht duw ik door. De bel, die boven aan de deur is bevestigd rinkeld. Een geur van oude mannenaftershave komt me tegemoed. De herenkapper gevuld met een mijneertjes van dezelfde leeftijd als mijn opa. Niet alleen lijkt de tijd hier stil te staan, het speelt ze ook nog eens geen enkele rol.

Een klein krom kappertje trimt wat bakkebaard en draait zich dan weer naar het wachtend klantenpubliek om wat roddels uit de buurt van de hand te doen. Opa Benno voelt zich thuis hier. Altijd een paar maten van vroeger om het verleden weer eens op te halen. Met een flauwe glimlach op zijn mond, hangt hij zijn jas aan de kapstok.

Ik blijf op de achtergrond luisteren naar de verhalen en bedenk me dat opa´s haar eigenlijk nog helemaal niet toe is aan een kap-beurt. Toch neemt hij plaats in de leren kapperstoel. Zo meneer De Vries... ‘’Hoe had u het gehad willen hebben?’’

Dan gaat het verhalen vertellen door. De tweede wereld oorlog komt ruim aan bod. Interessant voor mij, want ik weet eigenlijk niet hoe mijn opa en zijn familie die hebben doorgemaakt. Opa sprak er meestal nogal oppervlakkig over. Een van de oude heertjes zegt opeens: weet je trouwens dat vorige week Geert Brouwer is vrij gekomen? Er valt een stilte. De losse, bijna vrolijke sfeer lijkt verdwenen. De stilte duurt voort. Het lijkt of iedereen afwacht tot een ander iets zal zeggen. Dan kijk ik naar mijn opa... Ik zie dat hij trilt. Het trillen wordt heftig, zo heftig dat ik ingrijp. Ik pak hem vast en voel zijn krachtige hand naar mij grijpen. Hij zegt niets, maar staat op. Hij heeft me nog steeds vast en lijkt woedend. Zo heb ik hem nog nooit gezien!! Inmiddels heeft hij zich naar het groepje oude heren gericht en roept met emotionele stem: Ik maak em dood! Godverdomme ik maak hem echt dood! Ik had mijn opa tot voor vandaag nog nooit horen vloeken. Twee oude bekenden weten hem wat te bedaren. Hij gaat tussen hen in, op het wachtbankje zitten. De kapper heeft het werk voor onbepaalde tijd opgeschort. Ik vraag een van zijn maten, wat dit allemaal te betekenen heeft. Het kromme barbiertje haalt een fles gedestileerd uit het vriesvakje van de koelkast. Na een jonge jenever is mijn opa weer een beetje zoals ik hem ken.

‘Dan moet ik het je toch maar een´s vertellen jongen, zegt hij. In 1940 was ik een jonge dertiger. Ik werkte hard als stucadoor, zoals je weet opa had zijn eigen zaak. Je oma zorgde voor voor de kinderen en deed de administratie in de avonduren. De tweede wereld oorlog was al een tijdje aan de gang. Er kwamen steeds meer onderduikers in de buurt, waaronder eentje bij een vriend van me. We hadden een hechte vriendenclub in die tijd. We kenden elkaar van school, werk en van de kroeg. Een groep bestaande uit zes gezonde, potige kerels. We werden de zes van Boelens genoemd. De vader van twee broers in onze groep, was eigenaar van de dorpskroeg ‘’Boelens’’. We konden elkaar blind vertrouwen. Iets wat erg belangrijk was in die tijd. Je kunt je voorstellen dat je niet verlinkt wilt worden als je onderduikers huist, maar je kunt het zelden alleen opknappen. We deden meer en meer klussen voor mensen die ondeduikers hielden. Er moesten vaak kelders worden geprepareerd tot leefbare ruimtes. Ook haalden we voedsel bij boeren, om die families de winter door te helpen. Wij vroegen de boer niet, we vertelden hem wat ie voor ons moest gaan halen. Zonder uitzondering, deden ze dat. Dit ging jaren goed, tot dat een van onze jongens aangaf dat hij ermee moest stoppen. Het was Willem. Zijn moeder was erg ziek, zijn vader overleden dus daar hadden we begrip voor. Maar Willem had voor vervanging gezorgt, zodat ‘’De Zes van Boelens`` weer compleet was. We waren wat achterdochtig in het begin, maar de nieuwe bleek een harde werker. We waren er ons van bewust dat wij als groep veel wisten en dat dat een groot risico was. Maanden gingen voorbij en we deden ons verzetswerk als voorheen. Op een zondag avond ging ik voor een drie daagse stucadoorklus naar Amsterdam. Niets met verzetswerk te maken, er moest ook gewoon gewerkt worden.

Op woensdag kwam ik weer thuis om mijn vrouwtje in mijn armen te sluiten. Geen brede glimlag dit keer.. Er is iets gebeurt, zei ze. De Zes van Boelens is verlinkt! Vijf mannen zijn na verhoor geëxecuteerd. Nog diezelfde avond moest ikzelf onderduiken. Ik ben nog nooit zo bang geweest. Niet eens voor mezelf maar voor vrouw en kinderen.

Ik ben geholpen door een gezin waarvoor ik ooit iets gedaan had. Weken later hoorde ik dat vier van mijn zes maten zijn vemoord. De vijfde man die na verhoor was omgelegd, een voor mij onbekende genaamd: Ben De Vries. Onze ‘nieuwe’ man Geert Brouwer leefde nog. Hij bleek NSB, en is na de oorlog vervolgd voor oorlogsmisdaden.