Van zaad tot erger


Toen ik een jaar of acht was, vond ik het leuk om zaad uit dierenvoer te zoeken en het te laten ontkiemen in een bakje met potgrond in de vensterbank. Een plastic bak van Johma’s huzaren salade met een plastic deksel met gaatjes erop, deed de truc. Als de zaden behoorlijke kiemplantjes waren geworden, gingen ze naar de achtertuin om daar verder te groeien.

Toen er in onze achtertuin een wietplant van bijna twee meter stond, leek het mijn ouders een goed idee dat ik me hierin ging scholen. Zo begon ik op ongeveer twaalf jarige leeftijd aan de agrarische lagere school. Daarna de middelbare tuinbouwschool, gevolgd door dienstplicht bij de Marine waarna ik bij een kweker in Aalsmeer terecht kwam.

Het was een veredelaar in Begonia’s, Cyclamen en Impatiens (Vlijtig Liesje). De veredeling van Begonia’s gebeurde er via selectie. Van de honderd planten die er werden opgezet, werden de tien beste uitgezocht om mee verder te gaan. Er wordt dan gelet op hoe planten reageren op lagere temperaturen, minder kunstlicht, etc. Bij Cyclamen werd er gekruist en met zaad gewerkt. Zo kon met behulp van zelfbestuiving, een soort van ‘inteelt’ creëren waardoor er zwakkere soorten ontstonden. Maar als er twee ‘inteelt’ lijnen met elkaar gekruist werden, ontstond er juist een erg sterk soort.

Een erg dure aangelegenheid, die erg veel tijd kost. Zeker als je er vanuit gaat dat, van de meeste plantensoorten er een serie op de markt wordt gebracht in verschillende kleuren. Deze moeten wel allemaal dezelfde groei-eigenschappen hebben omdat ze in dezelfde kas worden opgekweekt. Dus wordt er op die soorten patent / octrooi gezet. De kweker draagt een klein bedrag af per plant aan de veredelaar. In de sierteelt is het meestal gebruikelijk dat soorten na een jaar of tien vrij zijn van het octrooi.

In de teelt van groenten en fruit is dat anders. Grote concerns kopen octrooi op van populaire soorten. Ze verplichten kwekers om hun chemicaliën bij de teelt te gebruiken. Ze maken hun product goedkoper voor grote afnemers, waardoor kleine boertjes verzuipen. Ze manipuleren onderzoek naar de effecten van hun chemicaliën. Deze concerns hebben , in de minder ontwikkelde landen de regeringen in hun broekzak. Er vloeit zoveel octrooi-geld naar deze bedrijven, dat ze nagenoeg alles kunnen flikken. Waar er ontwikkeling zou moeten zijn voor gewassen die minder chemicaliën nodig hebben, ontwikkelt het zich naar de hoogste opbrengst in geld.

Nederland is altijd een grote speler geweest in de ontwikkeling van agrarische gewassen. Nu de meest populaire gewassen zijn weggekaapt, gloort er hoop. Er zijn steeds meer kleine veredelaars in ons land die een biologisch en duurzame weg zijn ingeslagen. Misschien niet iets waar de geldzuchtige multinationals direct interesse in hebben, maar wel iets voor de toekomst.