Een brief van de notaris


Het begon allemaal met die brief. Nou ja, strikt genomen begon het natuurlijk veel eerder. Maar toen was John nog niet geboren. Dus, voor John begon het allemaal met die bewuste brief, die op die wat sombere zaterdag in de brievenbus gleed.

Verrast keek hij naar de nogal officieel uitziende brief, met dat intrigerende logo van notariskantoor Spetter & Zwets. Met stijgende verbazing nam hij kennis van de inhoud én van de uitnodiging om zo snel mogelijk een afspraak te maken voor een bezoekje op het kantoor. En dat was uiteraard precies wat hij meteen ging doen.

Twee dagen later, zat John tegenover het notaristweetal, een dame en een heer. ‘Het is wel duidelijk wie Spetter en wie Zwets is’, dacht hij met een ondeugend binnenpretje.

‘Ik heb hier het testament van uw oudoom Petrus Eduardus Antonius Cornelius Ebbing’, sprak Joachim Zwets, ‘die onlangs is overleden. Het is misschien wat ongebruikelijk, maar daarnaast buitengewoon helder.’

‘Oudoom Peter’, schoot door John heen, die had hij al jaren niet meer gezien.

‘U krijgt de beschikking over de rijkdom van uw oudoom’, vulde Annabel Spetter aan, ‘onder voorwaarde dat u zijn opdracht aanneemt.’

Veel verder dan het woord ‘rijkdom’ kwam John niet. Rijkdom! Daar had hij wel oren naar. Hij accepteerde. Meteen. De notarissen lieten hem vervolgens wat documenten ondertekenen en schoven hem een dikke envelop toe.

‘Hierin zit de opdracht waar we het over hadden, een huissleutel en een routebeschrijving.’

De woorden galmden nog in hem na toen hij de zojuist verkregen adresgegevens invoerde in zijn navigatiesysteem. Het was een heel eind rijden, de tocht voerde hem tot ver buiten de bebouwde kom. Het begon al wat te schemeren toen zijn navigatiesysteem hem meldde: ‘Bestemming bereikt.’

Hij stapte uit en keek verwonderd om zich heen. Veel weilanden, struiken en hier en daar een boom. Toen zag hij de schuur, die half tussen de begroeiing verscholen lag. Het was het enige gebouw in de omtrek, dus dit moest het wel zijn. Vol verbazing stapte John op de schuur af. Bij het woord ‘rijkdom’ had hij toch iets anders in gedachten gehad.

De sleutel die hij in de dikke envelop had aangetroffen bleek precies te passen op de zijdeur van de schuur. Binnen was het donker, de ramen waren zo dik met vuil bedekt dat ze maar weinig van het nog schaarse daglicht binnenlieten.  Tastend langs de deurstijl zocht en vond hij een lichtknopje. Een armzalig peertje verspreidde in het midden van de ruimte een zwak licht. Zwak, maar sterk genoeg om een enorm gevaarte te onderscheiden. Hoewel, dat was feitelijk onjuist. Het gevaarte was bedekt door enorme doeken, die John nieuwsgierig verwijderde.

Er kwam een oude, maar uitstekend onderhouden en gepoetste bus tevoorschijn, beschilderd in vrolijke kleuren en voorzien van het vredes-symbool. Op het portier van de bus was een briefje geplakt. Er stonden maar enkele woorden op: ‘Veel succes met je opdracht!’

Dat was waar ook, er was iets met een opdracht. Hij haalde het envelopje uit zijn binnenzak. En hij begon te lezen.

‘Beste John. Als je dit leest dan ben ik er niet meer. Maar ik heb mijn hoop op jou gevestigd. In de jaren zeventig van de afgelopen eeuw stonden love and peace centraal. In muziek, kleding, kunst en in het samenleven. Idealen van mijn jeugd. Als je tegenwoordig om je heen kijkt, dan zie je dat die vredes-boodschap vandaag de dag belangrijker is dan ooit. Compassie, liefde, vrede. Is er een mooiere en rijkere boodschap mogelijk? Rijd met deze bus, zing en vertel over de liefde. En geef weer hoop.’

John voelde een brok in zijn keel. Vastberaden gooide hij de grote deuren open en stapte in de bus. Hij startte de motor. En hij ging op weg.


(c) 2018 Hans van Gemert
Afbeeldingen: Pixabay

signup

Word lid en beloon de maker en jezelf!