Een slimme boom

Een slimme boom

kinderboekenweek2022


De Cecropia-boom en de Azteca-mier hebben een schitterende symbiose.



Lang geleden werden de Cecropia bomen, die in een tropisch klimaat groeiden, aangevallen door carnivoren en allerlei insecten. Doodgewoon omdat zijn bladeren zoet en sappig waren. Zodat de boom het ieder jaar heel moeilijk had om te overleven.

Toen bedacht deze boom een geweldige strategie.

Je denkt waarschijnlijk: "Zo een boom kan toch niet denken? Ze hebben toch geen hersenen? Maar op een of andere manier kunnen ze toch bedoelingen over brengen. Wellicht doen ze het op een telepatische manier. Of ze verspreiden een geur of ze maken iets heel lekker aan dat ze, goed zichtbaar, aan hun takken of stelen hangen.

Dit laatste deed de Cecropia. Hij had, op een of andere manier in de gaten dat de Azteca mieren die de boom al generaties lang als hun onderkomen zagen, verzot waren op zoete sappen.

En op een keer slaagde de Cecropia erin, met de hulp van de zon en de CO2 uit de lucht, de fotosynthese dus, een heel zoet sapje aan te maken. Ze liet het in drupjes los op de aanzet van zijn takken. De Azteca mieren waren op de geur die ze er ook aan toevoegde er meteen op af gegaan.

Nadat al de mieren, dat waren er wel meer dan 8000 hun buikje vol hadden gegeten, verspreidde de boom  telepatische gedachten naar de mieren. Dat zijn gedachten die zich vormen in beelden. Misschien bracht hij ze over in een droom. Ze liet hen zien dat ze iedere dag voor die smakelijke druppels wilde zorgen op voorwaarde dat de mieren alle indringers op haar wezen zouden verdrijven. Met de prooien konden ze dan doen wat ze maar wilden.

Van de Azteca mieren zelf had de Cecropia boom immers niet zoveel last.

Ze knabbelen wel overal gaatjes in haar harde stam. Maar dat liet de boom oogluikend toe. Ze kon immers zelf eventuele gaatjes dichten. Daar had de natuur voor gezorgd. Voor de mieren waren die openingen deurtjes naar het binnenste van de stam van de boom.

Daarin zaten ze dan veilig én lekker koel opgeborgen tegen de verzengende middaghitte, en ze konden daarin ook hun voedsel opslagen en hun nakomelingen welkom heten en verzorgen.

De Koningin-Mier was er als allereerste uiteraard mee begonnen.

Ze had zich van een andere groep mieren afgescheiden. Die hadden haar op een brutale manier gewoon buiten gezet. Maar ze was al blij dat ze haar niet ombrachten. Er was in hun boom al een koningin  aanwezig en daar  waren ze best tevreden over. Pech had ze gehad,  dat ze als 2de  koningin exemplaar uit de Cocon was gekropen. Dit nadat haar collega al volop een zwerm had opgericht.

De  verwijderde Koningin-Mier had vleugels gekregen. Die waren zomaar opeens tijdens het begin van het paringsseizoen aan het groeien gegaan. Ze was er heel blij mee. Ze vloog er hoog mee in de lucht en de mannetjes die nu hun kans schoon zagen, volgden haar op de voet. Zij waren al eerder geboren in het vorige nest en ook buitengezet. De Koningin wil namelijkalleen maar vrouwelijke mieren in haar gemeenschap en als ze bevrucht is moet ze geen mannetjes niet meer om zich heen. Ze is dan helemaal opgevuld met vruchtbare eitjes die ze in parten verdeelt. Alsof ze de eitjes -taart in stukken snijdt.  In de lucht hadden de mannetjes haar het hof gemaakt. En nu is ze voor maanden zwanger.

De mannetjes lieten al gauw hun leven. Bij de mieren zit de natuur nu eenmaal zo in elkaar. 

De koningin ging meteen daarna op zoek naar een mooie grasgroene Cecropia. De ideale boom, wist ze, om haar kolonie in op te bouwen en groot te brengen.

Lang moest ze niet zoeken. In het regenwoud waren er Cecropia's in overvloed.

Ze koos, de volgens haar, mooiste en stevigste uit. Nou ja ..erg kieskeurig is ze op dat vlak ook weer niet. Zowat in het midden van de stam  begon ze met er in te bijten en te kauwen. Haar knijp-kaken zijn dan ook erg stevig. Ze wil een ingang naar de binnenkant van de stam.

Zo een Cecropia is binnenin hol en dus een ideale plaats om al haar eitjes in op te bergen.

Ongeveer een hele dag bedroeg haar zware taak. Ze was dan ook mega-blij toen ze zich met haar dikke lijf naar binnen wuemde.

Om te kunnen rusten bouwde ze ook nog gauw met haar klierafscheiding en wat vezels van de stam een kleine muur op. Net groot genoeg om er zich op te slapen te kunnen leggen. Ze vond de binnenkant van de stam heel gaaf en voelde zich er ook extra door beschermd. Ook de temperatuur was daar heel wat koeler. Dit vond ze ook maar meegenomen.

Ze sliep snel in. Geen wonder na al die zware arbeid.  Dit was ook wel nodig  want 's anderendaags wilde ze gestee al een deel van haar eitjes droppen. Dat was ook alweer een heel karwei. Want dat zijn er, om te beginnen, al meer dan honderd.


In gedachten droomde ze  nog heel even voor ze in 't slaap viel van haar koniginnen-rijk. Een kolonie van  wel duizenden leden, waaronder werksters die voor haar en de larven moesten zorgen, vechtmieren om hun gedeeg te verdedigen en duizenden andere mieren om buiten lekker voedsel voor iedereen te verzamelen. Zodat geen enkele mier zich tekort gedaan zou voelen. 

Haar kolonie moest bovendien heel sociaal zijn. Iedereen stond in de bres voor iedereen en moest taken vervullen om hun goede levens te bestendigen.

In haar vorige verblijf, daar waar ze geboren was, had ze ook al gemerkt dat de Cecropia-boom voor een lekkernij zorgde.

"De toekomst zou voor de kolonie als gebeiteld zijn", bedacht ze, "Mooi van structuur en nergens grote noden. Joepie! Geniaal. Ze was zo blij met dit vooruitzicht.


Bij het krieken van de morgen had ze  meteen zin om verder te doen.

Maar eerst besloot ze om het deurtje mooi dicht te maken tegen eventuele indringers. De eitjes waren immers zo fragiel en straks als de larfjes er waren dan was het nog andere koek  Menig insect was op hen verzot. Ze zijn dan ook zo hapklaar en zacht van structuur.

Vol ijver sloot ze de opening met veel goede moed. Ze deed  dit met de iets klevende stof die uit de klieren aan de zijkant van haar hoofd loskwam en de vezels van de uitgegraven overschotten van de stam.

Toen het gaatje  gedicht was ging ze meteen haar eieren leggen. Ze liet er echt geen gras over groeien.

Die verzorgde ze daarna als een perfekte moeder.  Dat wil zeggen dat ze ze zorgvuldig aflikte met haar tong. Haar speeksel bevat namelijk een bacteriedodende stof en toen de larfjes hun kopjes omhoog staken en met rappende geluidjes tegen de wanden van het nest lieten horen dat ze honger hadden  zorgde ze voor vlezige hapjes. Dat waren dan insecten die ze speciaal voor hen ging vangen. Af en toe haalde ze  voor zichzelf een lekkere versnapering van haar goede vriend: de boom.  Dat sap is dan ook zo heerlijk lekker zoet.


Om buiten te geraken voor haar jachtmaneouvres had ze verderop een ander deurtje,van binnen uit naar buiten, uit gekauwd. 

Ze bouwde ondertussen ook verder aan haar nest. Het zag er zo een beetje uit als  opeengepropt papier.

Mooie zeshoekige bakjes, zoals bij de bijen, moesten het echt niet zijn voor haar.

Haar nest bestond uit gewone onregelmatige  muurtjes en bodems waarachter de larven op een hoopje bij elkander werden gelegd. Die waren daar ook best tevreden mee.

Na de verpopping van een hele boel larven kropen uiteindelijk de eerste werkmieren uit hun cocon.  Vlijtig als ze zijn namen ze meteen al de taken van hun moeder over.

Die dat heel graag aan hun overliet 

Vanaf nu moest ze alleen nog maar  'eieren leggen'. Voedsel kreeg ze van de werkmieren. Die wilden allemaal wel op goede voet staan met hun moeder.

Ook de werksoldaten en de proviand mieren kwamen  uiteindelijk vrij. 

Zo groeide de mieren-kolonie, in een mum van tijd, uit tot een meer dan waardige kolonie.

Als een ongewild insect, toevallig of niet, op de boom terecht kwam, schoten de mieren met zijn allen, als een pijl uit een boog, er naartoe.

Het arme beestje werd dan aan alle kanten overmeesterd  en had geen schijn van kans om nog te vluchten. Mieren hebben  nu eenmaal totaal geen medelijden. Ze  vangen en strippen hun prooien meteen in vervoerbare stukjes.

Van grotere dieren, zoals bv de luiaard had de Cecropia nu ook totaal geen last meer.

Door hun voorouders hadden deze herbivoren geleerd om deze bomen te mijden.

Ze zijn immers al extreem traag en de mieren krioelden en beten dan in hun huid naar hartelust.

Deze marteling konden ze natuurlijk echt wel missen als kiespijn. Ze waren er dan echt een hele dag van  onder de voet en dan mochten ze al blij zijn dat ze van het muerenspeeksel geen allergische reactie kregen.

De Azteca mieren in de Cecropia waren op de duur met wel meer dan 8000. Ze maakten met zijn allen overal deurtjes in de stam van de boom.

De boom had daar helemaal geen last van. Om hen te helpen zorgde ze er zelfs  voor dat er haartjes op haar stam en takken groeiden. Want ze had gemerkt dat de mieren vaak zomaar opeens over haar gladde stam de dieperik in gingen.  Daar wou ze hen echt ook wel  voor behoeden.

Om hun te beschermen tegen  eventuele indringers, vooral voor de avond viel, maakten de mieren regelmatig ook de deurtjes  weer  hermetisch dicht.

Die ijverige mieren. Ze wisten altijd wel wat te doen...

Als een scheut van een slingerplant bijvoorbeeld zich te veel  omheen de stam ging wikkelen beten ze die  ook ongenadig weg.

Ondertussen zorgde de boom ook zonder ophouden met het uitwasemen van zijn druppel-lekkernijen.

In het plekje in het regenwoud in Panama leven de mieren en de Cecropia tevreden hun mooi gezapig leven verder in een prachtig samenwerkingsverband.



 

Promote: support and profit

Support Toto Animo with a promotion and this post reaches a lot more people. You profit from it by earning 50% of everything this post earns!
More



+50 Comment with a minimum of 20 words.
Monetization is required
87 comments