Sardinië dag 14 : Parco Naturale Regionale di Porto Conte


Vandaag rijden we naar het andere schiereilandje in onze buurt. Vlak bij de luchthaven van Alghero ligt een nationaal park.

Op weg erheen zie ik op de kaart dat we in de buurt van een meer zitten. We nemen de afslag en komen bij het Lago Baratz. We parkeren onze auto waar we het blauw van het meer zien schemeren tussen de dennen. De dennen verspreiden een aangename, frisse geur.
We zijn er helemaal alleen. Enkel ongerepte natuur, krekels en vogelgeluiden.
Als we er later over praten met onze gastheer, blijkt dit het enige zoetwatermeer van Sardinië te zijn. 

Na deze stop rijden we verder naar het uiterste puntje. De landtong wordt daar zo smal dat je, als je op de rotsen aan de westkant klimt, je aan beide kanten de zee ziet. Ruwe kliffen waar de golven op beuken aan de westkant, de baai naar een haventje aan de oostkant.

In het oosten heb je Grotta Verde, in het westen de Grotta di Nettuno met zijn 654 treden. Die stond nog op ons ‘to-do-lijstje’. Helaas waait er een stevige westenwind. Beide grotten zijn niet toegankelijk. De golven zijn te hoog en stromen de rotsen binnen. Ook op de kliffen is het oppassen geblazen, ook daar staan er rukwinden.

We prijzen ons dan maar gelukkig met het zicht op het natuurgeweld en trakteren onszelf op nog een artisanaal ijsje in de haven van Tramariglio, ooit een strafkolonie met gevangenis.