Er ligt een jongetje in de plomp


'Goh, nu zie ik pas hoe klein onze voortuin was.'

Terwijl mijn man zich verwonderde over waarom de fietsen voor het huis stonden in plaats van in het schuurtje achter de woning, verbaasde ik me over de geweldige ligging.

'Wat fantastisch, zeg, zo mooi aan het water.'

'De Leidsche Vaart... weet je dat mijn broer daar bijna in verdronk? Als kleuter slingerde een buurjongen hem in de vaart. Ik weet nog hoe er op de voordeur gebonkt werd. "Frank ligt in de plomp." Wil en Jan bedachten zich geen moment, ze stormden naar buiten en doken simultaan het water in. Wil vertelde dat ze geen hand voor ogen zag, maar vastberaden was om hem te vinden. Toen hij aan de kant stond vroegen ze hem een eerste reactie. "Ik dacht, ik verzink", waren zijn woorden. Het is me altijd bijgebleven.'