Trustekus


Hoofdzaak. Hoofdkussen. Bijzaak. Bijklussen. Juist in deze tijden van carnaval is het geval zoveel mogelijk te bekken om te bekennen bekenden te kennen te geven geen gekke bekken te trekken maar met scheve gezichten uitzichtloos te tongen in Dongen. Of all places. Terug naar de kern. We schrijven 1989 als Ovidius voor het eerst in mijn leven komt. Pyramus en Thisbe spreken dusdanig tot de verbeelding dat zelfs Romeo en Julia hierbij verbleken. Desondanks toch voor veiligheid gekozen en Engels als hoofdvak. Deze tekst niet tegengekomen, al dan niet bewust.

Hoe waar toch. Kussen doe je zomaar niet. Meisjes plagen, kusjes vragen heb ik nooit helemaal begrepen. Het greep mij wel. Een vroegste lippenbezwering kan ik me niet zo snel voor de geest halen. Wel herinner ik me bijzondere momenten waarvan een - of meerdere - kus(sen) wezenlijk onderdeel uitmaakten. Een felicitatie. Een afscheid. Een goedmakertje. Een danki. Een hereniging. Een trustekus.

De natte kussen van willekeurig welke tante, vervolmaakt door de opsmuk van lippenstift die de wangen besmeurt. De droge kusjes van oma, de zweterige van haar wederhelft, eerst heel vertrouwd, later zo welriekend als welkom. De net iets te agressieve kus van een verovering die de rangorde nog graag wil bepalen voordat er meer gebeurt. Ongemakkelijke gemiste kuskansen vanwege conventies over hoeveelheden op afwisselende wangen bij begroeten. Dronken zoenen spontaan uitgedeeld vanwege de dito bui en kantelklefbekkussen, tongeworstel of gekeelkluif met lustige lust waar de honden geen brood van lust(t)en.

Soms ook zijn er kapers op de kust. Een aangenomen tante van me vertelt tot op de dag van vandaag tot in detail haar intense invulling van een verloren vrijdagochtend. Fris onder de douche vandaan via de vijfde baan naar Schiphol gereden met als reden vertrekkende alsmede aangekomen vluchtelingen welkom dan wel vaarwel te heten middels contact tussen wang en lip. En vice versa. Dat hiervan meer dan eens sprake was, is een toevoeging. Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen was op de buis. Ik vertrek, Hello, Goodbye nog niet. De calculerende Cassanova die met een omtrekkende beweging zijn blitzkrieg inzet om achter je rug om met tempodwang te offeren. Uit het oog, uit het hart en wat niet weet, niet deert, hoewel verkeerd. Verkering is daarom niet slecht gekozen voor dit soort verbanden. Evenals het elkaar in het openbaar tegemoet, tenslotte, beiden uitwijkend naar eerst rechts dus links voor de ander en even erna evenredig omgekeerd zodat je mekander voor de voeten blijft lopen en in een impasse verzeild raakt. Zo ook twee tweetallen twijfelend tuitend met warse wangen en wachtende warme welkomstwoorden of loze beloften richting een herhaling van zetten die uitmondt in een herhaling van zetten en ongemakkelijk eindigt net zij begon. Zelf kunt u ongetwijfeld situaties schetsen waarbij een gestolen kus je gestolen kon worden ofwel vreemd werd ontvreemd. Soms ligt het op het puntje van je tong, verdedigen met hand en tand helpt niet bij het tussen neus en lippen door vreemdgaan. Onbekend maakt dan bemind.

De fijnste kus, ofwel vurigst gewenste, is in mijn beleving die de dag van de nacht scheidt. Links of rechtsom, oprecht en opportunistisch, gemeend en alleraardigst, beladen met beste bedoelingen bovendien: de trustekus. Welterustenkus mag ook, maar duurt te lang volgens Davina. Slaap lekker. Hou van jou. Ogen dicht en alles zien. Helder. Hoofdkussen. Hoofdzaak.