Fatale liefde


Hij viel niet eens op in het sneeuwlandschap. Ik zag hem pas op het moment dat ik vlak langs de sloot liep. Een prachtige reiger die de dood vond in het riet. De kop hing half in het water, de snavel vastgevroren in het ijs. Een domme reiger, zouden voorbijgangers denken, dom dier dat nog even een visje wilde vangen in de sloot en daarbij verongelukte. Niets is minder waar, alleen ik ken het echte verhaal, het verhaal van de fatale liefde.

Het verhaal begon drie maanden geleden, op een mooie nazomerse dag. De reiger vloog langs de sloot om een visje te vangen. Hij had al een behoorlijke afstand afgelegd, was moe en had honger. Zoals reigers altijd doen, bleef hij langs de slootkant staan wachten tot hij een vis zou zien. Zijn geduld werd beloond. Na een kwartier zag hij iets zilverachtigs in het water. Een mooie stevige vis, dacht de reiger, een heerlijk maaltje. Hij zette zich schrap om op het juiste moment toe te slaan. Maar toen hij snel met zijn snavel naar beneden dook, trok hij die even plotseling weer terug. Een klein speels visje spartelde een paar tellen boven het wateroppervlak. Haar schubben kleurden zilvergoud door de zon.

Wat is ze mooi, dacht de reiger. Doodstil bleef hij staan kijken naar de vrolijke capriolen die het visje maakte, het diertje was zich totaal onbewust van het gevaar dat dreigde. Even ontmoeten de donkere kraalogen van de vogel de glanzende vissenogen. Heel even voelde de reiger een vreemde spanning. Toen dook het visje weg, dieper de sloot in, onzichtbaar voor haar natuurlijke vijand. De reiger zuchtte, bleef nog een kwartiertje wachten in de hoop dat het visje terug zou komen, vloog daarna naar de overkant van het weiland en ving in de sloot verderop zijn avondmaaltijd.

De volgende dag kwam de reiger terug. Hij bleef staan wachten op dezelfde plek en ook die dag kwam het visje vrolijk spartelend naar de oppervlakte van het water. Ze leek nog mooier dan de eerste keer, de ondergaande zon kleurde de glanzende schubben in een onvoorstelbaar prachtige goudkoperen kleur. Opnieuw ontmoetten de ogen van de reiger de ondeugende ogen van de vis. Het leek alsof ze hem uitdaagde, plaagde voordat ze weer wegschoot in het donkere water.

Elke dag kwam de reiger naar de sloot en elke dag liet het visje haar kunstjes zien. Elke dag speelden de dieren dat bijzondere spel, het spel van passie, uitdaging en spanning.

Toen werd het winter. De kou viel plotseling in. Het vroor streng, die laatste dag dat de reiger naar de sloot kwam. Verkleumd bleef de vogel wachten, uur na uur. Het visje kwam niet naar boven en de reiger besloot haar te gaan zoeken. Ergens in dat donkere koude water zou ze toch moeten zijn. Wegvliegen zonder haar even te hebben gezien kon hij niet. Hij rilde even toen hij met zijn kop het ijskoude water in dook, maar het vooruitzicht dat hij haar zou zien maakte hem onverschillig voor de kou. Zijn ogen braken op het moment dat hij een paar zilveren schubjes in de modder verscholen zag.

Een zilverachtig visje kruipt uit haar behaaglijke modderbed. De zon schijnt. Het is voorjaar. Ze speelt haar spel op het water en vraagt zich verdrietig af waarom die vreemde vogel niet meer naar haar komt kijken.


Alie Engelsman
Foto: Freepik.com