Misbruik in de speeltuin


In zijn schrijfuitdaging vraagt Hans van Gemert ons deze maand iets te schrijven, dat zich afspeelt in de speeltuin.

Ditmaal kijken we naar een ernstig probleem in onze hedendaagse maatschappij. Misbruik en zedendelicten schreeuwen om aandacht. En dan vooral in de zin van waarschuwingen.

Het is eigenlijk een oproep om altijd alert te zijn. Alert op wat zich in je omgeving afspeelt en alert op het gedrag van willekeurige vreemdelingen, die ogenschijnlijk nu eens niet verdwaald zijn.

Alleen naar de speeltuin

De mooiste speeltuin van het dorp is helemaal aan de rand van de bebouwde kom. Op 100 meter afstand begint het grote bos. De kinderen noemen het als aloude Fabeltjeskrant fans ook wel ‘Het grote dierenbos’.

Van hun ouders mogen Jan, Jos en Jochem nooit alleen naar het bos. Maar ja, als tienjarigen willen de vriendjes toch wel graag een keer de grenzen van het toelaatbare opzoeken, verkennen. Daarom lopen ze vanmiddag stiekem met zijn drietjes naar de speeltuin.

Als ze bij de speeltuin aankomen, is daar niemand behalve één tienerjongen, die ze niet kennen. Hij noemt zich Noah en zegt 16 jaar te zijn. Ze maken een praatje met zijn vieren en dan gaat de tienerjongen op de schommel zitten.

De drie vriendjes beginnen aan ‘een wedstrijdje klimrek’, zoals ze dat altijd noemen. Het is een van hun favoriete spelletjes.

Wedstrijd op het klimrek

Jochem neemt het voortouw. Hij klimt op het klimrek en klautert zo snel als hij kan naar de andere kant. Hij moet beginnen, omdat hij vorige keer als laatste geëindigd is. Vanmiddag doet hij er 54 seconden over. 

Dan is het de beurt aan Jan. Hij klautert veel sneller naar de andere kant van het rek. Na 40 seconden heeft hij zijn doel bereikt. Jos komt daar bij zijn poging net niet aan. Hij doet er 43 seconden over.

Jochem loopt alleen even het bos in, terwijl Jan en Jos naar de glijbaan lopen. Zij zien in hun ooghoeken hoe ook Noah het bos in loopt. Maar het ziet er zo natuurlijk uit, dat het niet eens echt tot hen doordringt.

Een minuut of vijf later zegt Jan tegen Jos: “Jochem blijft wel lang weg, hè? Zou hij zichzelf ingegraven hebben?”. “Noah is trouwens achter hem aangelopen!”, antwoordt Jos verschrikt.

Samen springen ze bij de glijbaan weg en rennen naar het bos. Maar hoe ze ook roepen en zoeken, er is geen spoor van Jochem of Noah te vinden.

Met knikkende knieën terug naar huis

Jos en Jan lopen met lood in de schoenen, met knikkende knieën terug naar huis. De weg lijkt ineens veel langer en veel drukker dan anders. Ze hebben spijt dat ze alleen naar het bos zijn gegaan. Maar daar kopen ze nu niets voor. Ze zijn bang voor de reactie van hun ouders.

Jan woont het dichtstbij het bos. Daar komen ze dus als eerste aan. 

Op hangende pootjes doen ze hakkelend en stotend bedremmeld hun verhaal. Dat ze stiekem naar het bos zijn gegaan en dat ze Jochem kwijt zijn. 

Van schrik laat Jans moeder het kopje, dat ze in de handen heeft, op de grond vallen. “Scherven brengen geluk”, weet ze nog uit te brengen. “En hopelijk is dat nu ook het geval.” Jans vader pakt meteen de telefoon en belt 112.

Zoektocht naar Jochem

Vanzelfsprekend gaan bij de politie direct alle alarmbellen rinkelen. Dit klinkt als een serieuze zaak. Hier moet onmiddellijk gehandeld worden. En dus is de recherche zeer snel bij Jan thuis.

Inmiddels zijn ook de ouders van Jos en van Jochem opgetrommeld. Zij komen ongeveer gelijk met de politie aan. 

En dan vertellen Jan en Jos hun verhaal opnieuw. Waarbij ze inmiddels over de grootste angst voor hun ouders heen zijn. Ze beseffen het belang van hun volledige verhaal en beginnen met vertellen.

De politie en de ouders luisteren met ingetogen adem en met verstokkende harten. Dit verhaal is te gruwelijk om waar te zijn. Maar ‘het ergste vrezen’ is nu triest genoeg niet meer dan logisch.

Onmiddellijk worden dan ook alle maatregelen genomen. Een uitgebreide zoekactie wordt op touw gezet. Als ze met zijn allen bij de speeltuin aankomen, is het gebied al met linten afgezet. Speurhond Snuf krijgt direct een jas van Jochem om aan te snuiven.

En dat heeft succes, want Snuf rent direct het bos in. “Hij heeft een spoor gevonden,” zegt oom agent tegen Jan en Jos. Maar al snel zinkt de moed hen allen in de schoenen. Snuf blijft staan bij het struikgewas en daar ligt het lichaam van Jochem. Hij wordt natuurlijk direct herkend door zijn in tranen uitbarstende ouders.

Op zoek naar de dader, Noah

Jan en Jos kunnen natuurlijk een duidelijke omschrijving geven van Noah. Dat geeft de politie genoeg houvast om de dader op te sporen. Waarbij al snel blijkt, dat Noah vermoedelijk niet de echte naam is. Het lijkt te gaan om de 18-jarige Niels A. Die staat al een tijdje op de opsporingslijst als verdachte van een aantal zedenmisdrijven. 

De zoektocht naar hem tot nu toe heeft al een vermoedelijke verblijfplaats opgeleverd. De hoogste tijd dus om daar nu een kijkje te gaan nemen. En wat de politie daar aantreft……

Vooralsnog helaas geen spoor van Noah, of Niels A. Maar wel - verrassend, maar ook angstwekkend genoeg - een deel van een been. Een been van een van zijn recente slachtoffers, waarschijnlijk. Het is een extra middel om Niels A., als hij wordt opgepakt, zwaar te straffen.

Of dat gaat lukken? Wie weet is dat het nieuws van het volgende bulletin

 

Andere verhalen van Flying Eagle

Andere verhalen van de hand van Flying Eagle zijn te vinden in de Collectie Verhalen.

Wil je meer lezen over maatschappelijke onderwerpen, dan vind je dat in de Collectie Cultuur, Maatschappij, Politiek.

Wil je ook meeschrijven, 

maar ben je nog geen lid van Yoors?

Meld je dan hier aan…