Voorlezen in schrijverscafe Deventer


Vandaag mocht ik voorlezen uit eigen werk in het schrijverscafe in Deventer. Het was er gezellig, er waren lekkere hapjes, en er was een vrij grote groep mensen, best wel spannend!

En dit is hem geworden:

Gilde hotel

Een schrijversblock, ik kom niet verder. Vrijdag heb ik een verhaal nodig, om voor te lezen. Waarom overkomt mij dit?

Zo graag wil ik laten zien dat schrijven leuk is, dat het rust geeft, ontspanning. Het sleept je mee, naar een wereld die niet echt hoeft te zijn. Een wereld die mij raakt en voor mij net zo echt voelt als de dagelijkse sleur maar dan rijk, energievol.

Die wereld, hij is er even niet, onbereikbaar.

In gedachten ben ik aan het bladeren in het krantje waar ik zojuist in gelezen had, dat er een schrijverscafe is, hier, in Deventer! Meer mensen met een passie zoals die van mij, taal als gereedschap om een overlopend hoofd tot rust te brengen. Mijn hoofd! Het is leeg, de complete rust die ik altijd zocht, hij is er!

Niet nu!

Vandaag is het open monumentendag en ik doe, wat ik altijd doe wanneer ik rust wil creëren, ik stap op de fiets, de stad in dit keer, ik dompel mij onder in het verleden, gelukkig heeft Deventer daar veel van. Een idee begint te sluimeren, Deventer hmmm boekenstad, 50 procent van alle gedrukte boeken in het noordelijke Nederland werd hier gedrukt, let wel, dat was in 1550 zo. Nu zie ik grote drukkers helaas failliet gaan. Maar die bron, mijn inspiratie, hij moet hier te vinden zijn!

Dus ik loop door die eeuwenoude stad en zoek naar de oude boekdrukkers. De atheneumbibliotheek, zelf een monumentaal pand, daar moet mijn bron te vinden zijn. Niet te geloven, dicht! Wie waren dan de drukkers in dat verleden, vrijwel zeker moet ik ze zoeken onder de monniken, vertwijfeld staar ik om mij heen, monniken, het is niet dat ik nu even naar Sion kan gaan en daar mijn heil vinden. Mijn blik valt op het volgende imposante gebouw: het klooster. HET KLOOSTER!

Alsof ik direct antwoord op mijn vragen krijg en ik een soort speurtocht doe door de stad naar mijn verhaal. Het is zondag, kortom geen werkdag, het klooster is dicht.

Teleurgesteld loop ik verder, hoofdpijn begint zich te ontwikkelen, echt lekker voel ik mij niet. Ja, ook hier weer een mooi oud pand, het gilde hotel, statig staat het daar, mijn gevoel zegt mij dat de omgeving indut, steeds fletser wordt, maar dit hotel niet, het werd Fletcher en daarmee juist weer op de kaart.

Toch maar naar binnen, verwonderd kijk ik in de ingang om mij heen, ook dit lijkt wel een klooster, religieuze beelden kijken mij aan vanuit de glas in lood en gebrandschilderde ramen, ‘je bent vrij om overal te kijken, alleen uit de slaapkamers blijven.’ Ok, ik neem het ervan. Snel google ik even wat dit vroeger is geweest, misschien wel een klooster?

Nee, een ziekenhuis, wel handig voor die koppijn van mij, die steeds meer de overhand krijgt. Daarvoor zat hier een school, dus misschien waren hier nog geesten rond…

Trappen leiden mij naar boven, het is zwaar, ik ben moe, het is warm en wanneer ik eindelijk boven ben, via een erg smal trappetje, begint ook mijn hart te protesteren, even wordt het zwart voor mijn ogen. Ik grijp mij vast aan de muur en strompel naar de dichtstbijzijnde kamer. Hij is open!

Zacht doe ik de deur weer dicht in de hoop dat er niemand komt. Ik laat mij op het bed vallen en zink weg in een diepe, diepe slaap. Dromen van een rijk verleden in Deventer dringen zich aan mij op.

Het kraken van de deur laat mij opschrikken, ik lig nog in bed en een dame in het wit komt naar mij toe. Sorry, roep ik, ik ben gaan liggen en weggedommeld, ik had verschrikkelijke hoofdpijn. Wacht ik help u met het bed opmaken.

De dame komt naar mij toe, mompelt iets en duwt mij terug mijn bed in. Ze pakt een kaart die aan de zijkant van het bed hangt en dan pas zie ik dat er meer mensen in de kamer zijn. Er schijnt overleg te zijn, over wat er met mij moet gebeuren. Ok, ik zit fout, maar is dit niet wat overdreven? Nogmaals hoor ik een van de dames praten, misschien is een dwangbuis een optie, of inwikkelen in doeken, hij is duidelijk heel onrustig en wil voortdurend opstaan.

Dwangbuis? Inwikkelen? Wat is dit, wat gebeurt hier?
Mijnheer, wordt rustig, u bent ziek, u heeft waanbeelden, wij willen u helpen.
Kunt u vertellen wie u bent?

Peerke!

En waar denkt u dat u bent?

Ik hou het niet meer, wordt boos en ik schreeuwde en GILDE HOTEL. Gilde hotel.

Dan word ik wakker weer staat een dame naast mij, wat angstig kijkt ze mij aan, u moet hier weg, deze kamer is bezet.

Ik kijk verward om mij heen. Sta op en glimlach, ik heb een verhaal!