Ufo op de Ginkelse heide


Het is 5:13 en ik loop op de Ginkelse hei tussen Ede en Otterlo. De door de dauw natte spinnenwebben geven de hei een sprookjesachtig uiterlijk. Druk foto’s aan het maken van dit prachtige verschijnsel hoor ik een zoemend geluid. Heel langzaam daalt er een soort ruimteschip. Ik begin het direct te filmen met de IPhone die ik toch al in mijn hand heb. Wel waarschijnlijk een heen en weer gaand beeld want ik sta te trillen op mijn benen van de spanning. Er schuiven lange poten van zo’n tien meter, schat ik, uit het gevaarte en er komt een ladder naar beneden. Ik sta nog steeds te filmen. Zo’n kans krijg je maar eenmaal in je leven. Vijf wezens glijden als een soort brandweermannetjes langs de zijkant van de ladder naar beneden. Ik stop mijn toestel in mijn zak en blijf staan. Ze variëren in lengte tussen de 140 en 150 centimeter. Korte beentjes en romp maar een hele lange nek met daarboven op een eivormig groot hoofd. Aan de voorkant twee ogen en aan de achterkant ook nog een oog. Ik moet direct aan mijn moeder denken die altijd als wij aan het dollen waren zei, ik wou dat ik ogen in mijn nek had. Deze wezens hebben dat dus. Ze zijn niet allemaal gelijk, er zijn duidelijke verschillen. Verschillende grote van hoofd en van de gaten die op de plaats van onze oren zitten. Een van hen heeft een soort kastje om zijn lange nek. Hij toetst wat in en ik hoor een mechanische stem die in het Engels, ik vertaal het gelijk maar even, zegt: Hallo, wees niet bevreesd wij komen in vrede met goede bedoelingen. Zijn wij hier in Connecticut?

Nou nee, jullie zijn in Nederland en wel op de Veluwe in Ede. Ik hoor allerlei geborrel uit de gaten waar bij ons de oren zitten komen en ze wiebelen op hun korte beentjes. Hij tikt weer wat in op dat kastje en nu komt het er in het Nederlands uit. Wel zo makkelijk.

Dan zijn we iets te vroeg naar beneden gegaan maar nu we hier toch zijn, wil je misschien even binnen kijken?

Ik kijk eens omhoog en naar die lange trap. Nu ben ik van nature nogal nieuwsgierig aangelegd en dit wint het toch van het ongemak van die oneindige ladder. De trap lijkt een eindeloze lengte te hebben. Ik heb geen keuze en ik begin te lopen. Aan het einde van de trap word ik opgewacht door een wezen met een wel heel erg groot soort hoofd. Dit moet de leider zijn. Ik glimlach naar hem/haar en op dat moment voel ik een prik in mijn nek en wordt alles zwart.

Het volgende ogenblik word ik beneden weer wakker op het moment dat het ruimtevaartuig zijn poten inschuift en met gezoem opstijgt. Binnen een paar seconden is het verdwenen. Wat is er met mij gebeurd? Gelukkig heb ik beelden gemaakt van de aankomst. Die zullen de hele wereld over gaan. Ik pak mijn telefoon en open het videobestand. Leeg. Dat zal toch niet. Mijn hele telefoon is leeggehaald. Maar wacht even, alles zal toch wel in de I-cloud staan. Ik race naar huis, ren de trap op met drie treden tegelijk, open mijn pc en koppel de IPhone eraan. Niets in de Cloud. Ook die is leeg. Wat hebben ze met mij en mijn data gedaan. Ik zal het nooit weten en weer is er geen bewijs voor buitenaards leven. Wie zal mij geloven. Teleurgesteld ga ik verder met mijn niet onaangename leven. Misschien kan iemand in Connecticut het bewijzen.


Hans zijn schrijfuitdaging september 2018